Sinds zijn album Bad
Debt zo’n decennium geleden volg ik met groot interesse de carrière van
M.C. Taylor en ben ik regelmatig zijn “messenger” geweest. Hoogtepunt tot nu
toe was voor mij het schitterende Haw
waaraan onder andere Phil Cook essentiële bijdrages leverde. Terms of Surrender is intussen zijn
achtste reguliere album, met deze keer onder andere gastbijdragen van Jenny
Lewis, Aaron Dessner (The National) Matt McCaughan (Bon Iver, Lambchop). Zoals gebruikelijk
vertelt Hansen zijn verhalen over hoop en liefde in donkere tijden, naast hoop
stipt hij thema’s aan als ouderschap, vreugde en eenzaamheid. Wederom verpakt
in smaakvolle indiefolk en groovier dan ooit en dat bevalt me uitermate goed.
De ene keer is de inkleuring wat spannender (Old Enough to Wonder Why), de andere keer wat subtieler (Cat’s Eye Blue). Sommige liedjes
eindigen trouwens in een ouderwetse fade-out. Bij meerdere beluistering pakken
de liedjes de luisteraar onherroepelijk in. Het album werd reeds door een
aantal singles vooruitgesneld, I Need a Teacher,
Cat’s Eye Blue en Happy Birthday, Baby. In de loop der
jaren groeide het aantal fans gestaag en zal dat na het verschijnen van dit
album niet anders zijn. Half december zal hij live in De Melkweg te zien zijn,
hopelijk neemt hij de geweldige zangeres Erin Rae mee, die hem een maand nadien
ook zal begeleiden op zijn Australische toer. Zolang M.C. Taylor albums blijft
maken van het hoge niveau als Terms of
Surrender zal ik zeker zijn “messenger” blijven.
Hiss Golden Messenger - Terms of Surrender
Laurence Jones Band - Laurence Jones Band
Bluesmuzikant Laurence Jones vergaarde de afgelopen jaren de nodige
populariteit, nadat hij was ontdekt door labelbaas Thomas Ruf. Op Ruf Records
bracht hij vier goed ontvangen albums uit. Ook deed hij live de nodige ervaring
op met de Ruf blues caravan. Vooral op het gebied van zang verbeterde zijn
kwaliteiten de laatste jaren met grote sprongen. Dat hij dat onderdeel
uitermate serieus neemt, blijkt uit het feit dat hij vocal coach Guianko Gómez
in de arm genomen heeft. Intussen is Jones een gevestigde naam in de
blues(rock), die al meer dan 50.000 albums verkocht. Vooral in Nederland heeft
Jones, dankzij ambassadeur van de blues Johan Derksen, niet over aandacht te
klagen. Begin juni kwam Jones nog zijn nieuwe single I’m Waiting op een spetterende wijze samen met de band van Danny
Vera voorstellen in het tv-programma VI. Maar daar stopt de invloed van Derksen
niet, hij bracht Jones ook in contact met producer Gregory Elias. Deze
intrigerend, vermogende man, produceerde reeds het vorige album The
Truth uit 2017 al. Overigens pas in 2018 in Nederland uitgebracht. Dit
keer schreven zijn bandleden Phil Wilson (drums), Bennett Holland (keyboard) en
Greg Smith (bas) maar ook producer Elias mee aan de liedjes. Naast elf eigen
composities een cover van Day Tripper
van The Beatles. Het was een idee van Elias om twee belangrijke invloeden van
Jones hier te combineren, naast The Beatles Stevie Ray Vaughan. Elias koppelde Daytripper aan
SRV’s Cross Fire. Volgens Jones werd
het de grootste uitdaging van het album. Toetsenist Bennett Holland is net als
Jones een groot fan van Steve Winwood. Low
Down is hun eerbetoon aan diens Blind Faith-periode. Het meest persoonlijke
liedje is Beautiful Place, wat hij
voor zijn moeder schreef, in een periode dat ze aan depressies leed. Quite Like You schreef hij vorig jaar
nadat hij Eric Clapton had zien optreden in Hyde Park. Hier wordt de
achtergrondzang verzorgd door Di Reed, bekend van de groep The Jade en als
achtergrondzangeres van Stevie Wonder en Rod Stewart. Ook hier is er weer een
link met Johan Derksen, want Di Reed zal samen met onder andere Malford
Milligan vanaf eind september in 100 theaters te zien zijn in de door Derksen
gepresenteerde show The Sound of the Blues & Americana. Het album eindigt
met de ballade The Love, met de
meest simpele en pure tekst die hij ooit schreef. Het nieuwe album werd
wederom in Florida opgenomen en verschijnt op cd, vinyl, limited deluxe paars
vinyl en in verschillende limited edition fan packages. In november komt hij
naar de lage landen om dit wederom uitstekende album voor te stellen.
Sofia Talvik - Paws of a Bear
Sinds 2005 brengt de nu veertigjarige Zweedse
singer-songwriter Sofia Talvik albums uit en toert ze vooral in de Verenigde
Staten, Europa maar ook in Nieuw-Zeeland.
Jaarlijks treedt ze meer dan 120 keer op. Een keer toerde ze zestien maanden
lang door de Verenigde Staten en bezocht ze toen in haar camper met haar (geluids)man
Jonas Westin maar liefst 37 staten. Ze legde hun belevenissen later vast in
haar boek “Drivin' & Dreaming”. Intussen bezocht ze 47 van de 50 staten. Uiteraard
heeft haar leven “on the road” zijn weerslag in haar liedjes op haar achtste
album Paws of a Bear. California Snow is een liefdesliedje
voor manlief over het wel en wee tijdens tournees. Soms verlangt Sofia onderweg
naar haar thuisbasis, een stad aan de Zweedse westkust. Ze verwoordt haar
gevoelens daarover in de fraaie opener en reeds vrijgegeven single Take Me Home. Opvallende rol is hier
weggelegd voor het subtiele gitaarspel van Tim Fleming, die speciaal voor de
opnames kwam overvliegen naar Duitsland. Fleming speelt dobro, pedal steel en
trompet. Zijn bijdrages tillen de reeds fraaie songs naar een nog hoger niveau.
Ook ouder worden vormt een thema, in Reflections
zingt ze hierover en wat voor effect dat heeft op haar vrouw zijn. Bij
ouder worden ligt ook terugblikken op oude liefdes voor de hand, ze doet dat in
I Liked You Better. Talvik is een
vrouw met een eigen mening en levensvisie, die bewust koos voor een kinderloos
bestaan. Dat leverde haar in verleden een hoop verschillende reacties op, zoals
uit afsluiter Die Alone blijkt. De
titelsong gaat over kansen pakken, die zich tijdens hun nomadenleven voordoen.
Het opvallende artwork maakte Talvik zelf. Paws
of a Bear is een bij vlagen nostalgisch aandoend folk en Americana album,
welk gevoel vooral versterkt wordt door het subtiele gitaarspel van Tim
Fleming.
Anna Ternheim - A Space For Lost Time
Multi-instrumentalist en singer-songwriter Anna Ternheim uit
Stockholm is al jaren een van de bekendste muzikale Zweedse exportproducten. Sinds
haar prachtige debuut Somebody Outside
uit 2004 groeide haar populariteit, ook buiten Zweden, gestaag. A Space For Lost Time is intussen haar
zevende album, waarop ze herenigd wordt met Björn Yttling, bekend van de
indieband Peter Bjorn and John. Hij produceerde Ternheims fraaie album Leaving on a Mayday, dat een Grammy wist
te winnen. De helft van de liedjes schreef ze samen Yttling, de overige vijf
alleen. In alle gevallen ontstond eerst de muziek en daarna pas de teksten. Het
album werd gedeeltelijk in Stockholm en Los Angeles opgenomen en afgewerkt in
New York. Door de jaren heen heeft Ternheim een eigen geluid ontwikkeld. Haar
popmuziek bevat regelmatig elementen uit de traditionele folk en Americana,
maar klinkt eigentijds en draagt een onmiskenbaar Scandinavisch stempel. De
liedjes hadden wat tijd nodig om bij mij onder de huid te kruipen. Maar spoedig
drongen refreinen van de nodige liedjes zich op, zoals bijvoorbeeld van You Belong With Me. Maar bijvoorbeeld ook
de meeslepende violen van Everytime We
Fall, welke ze zelf arrangeerde. Het liefst hoor ik haar in liedjes waar
het Americanagehalte het hoogst is, zoals
When You Were Mine, hetgeen ze
alleen schreef. In haar liedjes speelt de liefde overigens vaak een grote rol.
Het album werd voor het overgrote deel uitstekend geproduceerd door Thom
Monahan. A Space For Lost Time wordt
geleverd met een verzorgd tekstboekje en fraai artwork. Ternheim bewijst
andermaal op alle fronten haar vakmanschap en voegt met A Space For Lost Time een van haar fraaiste albums toe aan haar
oeuvre.
Ciao Lucifer - Are We Even Growing Up?
“Gewoon twee hartsgappies die met een gitaar en een drumstel
in hun rode Peugeo’tje naar je stad komen. Onze nummers zijn zorgvuldig
gecheckt door een strenge commissie van vriendinnen die graag dansen. Als zij
het stom vinden dan gooien we het liedje weg. Wat er overblijft is vriendschap
in geluidsvorm. Lo-fi powerpop die klinkt alsof Unknown Mortal Orchestra een
onuitgebracht Beatles liedje speelt op de bruiloft van the Kills.”, dit is alle
persinformatie die de twee heren verschafte bij hun debuutalbum Are We Even Growing Up?. Jeugdvrienden Marnix
Dorrestein en Willem Wits groeiden samen met Jelte Tuinstra (Jett Rebel) op in
de omgeving van Soest. Ze speelden door de jaren heen in gemengde twee- en
drietallen in diverse bands en projecten. Ciao Lucifer is één van die
projecten. Hun debuut is niet bepaald uit de lucht komen vallen, ruim een
decennium duurde het dat Are We Even
Growing Up? eindelijk het levenslicht zag. Opener Anywhere verscheen al een jaar geleden op single. De titel van het
album is ontleend aan een regel van Make
Me Beg. Rijmen doen de heren niet aan. Veelal zijn de liedjes catchy en
uptempo, zoals het liefdesliedje 7 Little
Words. Maar er is ook plaats voor een mooi, dromerig liedje als Any Blink Now. Veelal is de inkleuring
erg sober, zang, gitaar en drums. Tot de fraaiste liedjes behoort Replace You vanwege het fraaie, warme
klarinetspel. Coulda Woulda Shoulda
is helaas onbedoeld erg actueel door de regel “We could be married, liars,
horny minors, virgins, famous, Beatles, Daniel Johnston, DJ’s”. Precies een
week geleden verruilde Daniel Johnston het tijdelijke voor het eeuwige. Bij het
album werd een krant met foto’s en teksten meegeleverd, geen idee of die bij
aankoop van de cd meegeleverd wordt. Are
We Even Growing Up? is vooral bedoeld om een glimlach bij de luisteraar op
het gezicht te toveren, niets meer maar ook niet minder.
Stef Kamil Carlens - Making Sense of ∞
In de opener en gloednieuwe single Back on the Road van Making
Sense of ∞ zingt Carlens toepasselijk en vol overgave “I’m back on the
road, ain’t nobody gonna tell me what to do”. Na het succesvolle avontuur in
“Liefde Voor Muziek”, met geslaagde covers van o.a. Kommil Foo, Bart Kaël en
Ilse DeLange, is het terug tijd voor eigen nummers. Vorige maand was Carlens al
te zien op Once in a Blue Moon Festival om zijn tweede solo album voor te
stellen. Een bijzonder geslaagd en gelaagd album. In de eerste twee nummers
valt dat misschien niet direct op, omdat die meteen bij de luisteraar op een
prettige manier blijven hangen, vooral Painted
Glass. Veel spannender van opbouw vind ik het meer uitgesponnen The Government Is No Game, vooral door
de heerlijke toetsenpartij en soulvolle koortje. Hetzelfde geldt voor het wat
mysterieus aandoende J'Suis Dans le Vent,
waarin vooral de zang opvalt. Lament on
General Smedley D. Butler heeft een heel hoog Bowie gehalte door de manier
van zingen. Het is een klaagzang voor de beroemde Generaal Smedley D. Butler,
die op het einde van z'n carrière een vurig anti-oorlogsmanifest schreef. De
saxofoon is hier trouwens de kers op de reeds mooie taart. Een liedje wat heel
dicht bij hemzelf staat is het ritmische Making
Butter, Baking Bread, geschreven voor zijn zoon. In andere songs liet hij
zich inspireren door documentaires of boeken. Zo is er bijvoorbeeld een ode aan
de futurist Jacque Fresco, die zijn hele leven werkte aan een gedetailleerd
plan voor een betere wereld. Het geluid van het nieuwe album ligt in het
verlengde van de voorganger, zij het ritmischer met af en toe funky elementen.
Karlens werkte de afgelopen twee jaar keihard aan het door hemzelf
geproduceerde en gemixte album in zijn eigen Rabbit Field Studio. Voor zijn
komende liveoptredens kijk hier, die overigens erg in trek
zijn, enkele zijn reeds uitverkocht. Zoals ik al aangaf is Making Sense of ∞, alternatieve titel Making Sense of Infinity, een geslaagd en gelaagd album, met een
lange houdbaarheidsdatum.
Theo Volk
Samantha Fish - Kill or Be Kind
De dertigjarige blueszangeres Samanta Fish bracht reeds met
stijgend succes vijf albums uit op Ruf Records. Niet alleen haar succes steeg,
maar ook haar kwaliteiten als gitarist, zangeres en performer. Haar zesde album
Kill or Be Kind is haar debuut op
Rounder Records. Haar doel voor dit album : “Really set these songs up so that
they have a life of their own” en “Strong messages from the heart – that’s what
I really set out for.”. Haar grootste progressie die ze volgens mij in de loop
der jaren boekte is, dat ze steeds meer in staat is om een goede melodie te
schrijven (een uitstekend voorbeeld is Fair-Weather).
Daarvoor kreeg ze op dit album overigens hulp van Jim McCormack, Eric McFadden,
Parker Millsap, Katie Pearlman en Patrick Sweany, die meeschreven aan het
repertoire. Het bevat elf eigen nummers, variërend van de Mississippi sound van
Bulletproof tot de zoete Memphis
R&B van Trying Not To Fall in Love
With You. Met haar door Luther Dickinson geproduceerde albums Wild Heart en Belle of the West bewees Fish al ruimschoots uit het goede hout te
zijn gesneden en is inmiddels uitgegroeid tot een gevestigde naam in de blues. Het
door drievoudig Grammy-winnaar Scott Billington geproduceerde en door tweevoudig
Grammy-winnaar Steve Reynolds gemixte album verstevigd nog eens die status.
North Mississippi Allstars - Up and Rolling
In 2017 vond Wyatt McSpadden een oud, totaal vergeten filmrolletje
uit 1996 met foto’s van de leden van North Mississippi Allstars. Hij zocht
contact met Cody en Luther om die foto’s te delen. Deze mooie foto’s riepen een
hoop herinneringen bij hen op en vormden de inspiratie voor hun nieuwste album Up and Rolling. Niet alleen
herinneringen, maar riep ook vragen op als hoe klonk de muziek die avond in
1996? Maar ook hoe klonk de muziek op de radio uit die tijd? De songs handelen
over vier families van muzikanten uit Mississippi over de periode van drie
generaties. Voor het opnemen van de liedjes werd alles uit de kast gehaald. Men
deed een beroep op een aantal grote namen, waaronder Charles Hodges (Hammond), Mavis
Staples (zang), Otha Turner (zang), Cedric Burnside (zang en gitaar), Duane
Betts (gitaar) en Jason Isbell (zang en gitaar). Het album bevat een combinatie
van eigen songs en uitgekiende covers. Onder die covers gedreven vertolkingen
van What You Gonna Do? van Pops
Staples, Mean Old World van Walter
Jacobs (AKA Little Walter), Peaches
en Out on the Road van RL Burnside en
Lonesome in My Home van Junior
Kimbrough. De laatst genoemde twee werden overigens al eens geëerd op hun de
klassieker World Boogie Is Coming.
Opener Call That Gone had overigens vanwege
de nadrukkelijk aanwezige fluit niet misstaan op dat album. Een Allman Brothers
tintje krijgt Mean Old World door de
gitaar van Duane Betts, zoon van Dickey. Up and
Rolling is moderne blues, rock en gospel, diep geworteld in de muziek van
zuiden van de Verenigde Staten en vormt een nieuw hoogtepunt in hun oeuvre.
Wouter Planteijdt - Bullhorn
In het voorjaar van 2016, na de tour rond het 10de Sjako!
album the 10th, “lazerden de liedjes
voor Bullhorn uit het plafond van
mijn werkkamer”, aldus zanger/gitarist Wouter Planteijdt. Die nieuwe liedjes
vroegen om een andere invulling dan het complexe Sjako! geluid. Samen met
drummer Mischa Porte (oa Pitou, Luwten en Björn van der Doelen) en
contrabassist Gerco Aerts (oa Space Age Travellers en Jelka van Houten) ging
hij met succes op zoek naar een open en akoestisch geluid. De creatieve
explosie leverde maar liefst een vijftiental uitstekende songs op, die allemaal
zonder dubs, live zijn opgenomen. Leidraad op het album is de ongemakkelijke
keuze tussen de barricades (Bullhorn)
en het isolement van de werkkamer (Monastery).
Maar ook wordt de vrouw in alle
toonaarden in de nodige liedjes bezongen. Tussen de heren onderling is er een
duidelijke chemie en blijkt maar weer eens dat je ook met een sobere bezetting
toch een album lang kunnen blijven boeien. Het is een album dat langzaam maar
heel zeker onder de huid kruipt, vooral redelijk ingetogen liedjes als Aftermath
of You. Maar er staan ook catchy liedjes op als Woman, met overigens fantastisch gitaarspel. Bij het album zit een
keurig verzorgd tekstboekje, met de nodige fraaie foto’s. Op een ervan staat
zijn moeder afgebeeld, Ank Planteijdt-van Gogh, aan wie het album is
opgedragen. Album presentatie is op 8 oktober aanstaande in de Kleine Komedie,
Amsterdam. Bullhorn is bijzonder
prettig geprijsd. Het is een groot cliché, maar deze heren bewijzen op Bullhorn overduidelijk dat less more is.
Theo Volk
Borka Balogh - Borka Balogh
“Befriend your darker side” staat er te lezen op een van de
zijden van de klaphoes van debuutalbum Borka
Balogh. In tegenstelling tot haar debuutep Traces of You kiest de van oorsprong Hongaarse singer-songwriter deze
keer voor een indie bandgeluid. Opener Gone
was het eerste, nieuwe liedje wat ze schreef, waarbij ze nog geen totaalbeeld
voor het hele album had. Naarmate ze meer nummers componeerde begon ze steeds
meer een patroon te ontdekken van een donker spectrum van emoties en
gebeurtenissen. Die overigens verklaarbaar waren. Twee jaar geleden besloot
Balogh haar toenmalige geliefde naar Nederland achterna te reizen, geïnspireerd
door de in West-Europa aanwezige, bloeiende indie-muziekscene. Helaas hield de
relatie geen stand en ging gepaard met veel liefdesverdriet. Balogh licht de achterliggende
gedachte van het album als volgt toe : “Pijn, depressie, familietragedies,
verknoeide levensroutes, hartzeer; al die dingen die ik heb meegemaakt waarvan
ik besefte dat veel mensen er ook doorheen gaan. Ik heb het gevoel dat mensen
erg bang zijn om over deze dingen te praten. In de wereld waarin we leven,
lijkt alleen plek te zijn voor de gelukkige momenten. Terwijl de negatieve
aspecten die ook bij het leven horen, in diskrediet worden gebracht. Ik wil dat
mijn luisteraars het gevoel hebben dat ze er met hun zorgen niet alleen voor
staan. Het is ook gewoon prima om de moeilijke momenten te delen.”. Muzikaal
gezien word Balogh geïnspireerd door hedendaagse artiesten als AURORA en Alice
Phoebe Lou. De laatste vooral omdat die haar huidige succes volledig op eigen
kracht heeft bereikt, iets dat Balogh ook wil. Maar ook Janis Joplin en Mariska
Veres, zangeressen die zongen over persoonlijke sores, hebben haar beïnvloed.
De voorliefde voor Veres ligt overigens voor de hand, zij was de dochter van de
Hongaarse violist en orkestleider Lajos Veres. Het liedje Trust Me stond overigens ook al op haar debuutep. Op maandag 30
september vind de cd-releaseshow plaats in Cinetol in Amsterdam, met
FOSS in het voorprogramma. Borka Balogh bevat geen vrolijke songs, maar zijn
wel troostrijk.
Abonneren op:
Posts (Atom)









