Hat Fitz & Cara - Hand It Over



Al tien jaar toeren Cara Robinson en haar man Hat Fitz over de hele wereld. Cara is geboren in Bangor, Noord-Ierland, maar groeide op in Belfast. Met haar Australische man woont ze tegenwoordig in Sydney. Samen vormen ze een goed geolied, energiek duo, dat een repertoire brengt van folk, roots en (gospel)blues. Hand It Over is inmiddels hun vijfde studio album. Hat is een doorgewinterd blues muzikant, die maar liefst achttien maal achter elkaar op het Byron’s East Coast Blues and Roots Festival heeft opgetreden. Zijn ruime podiumervaring hoor je duidelijk terug in zijn vaak heerlijk relaxte gitaarspel. Cara heeft een soul achtergrond, ze toerde veel door Europa en Amerika met artiesten als Jamiroquai en Corinne Bailey Rae. Bij live optredens speelt Cara drums, wasboard, tin whistle en dwarsfluit en zingt met passie. Op het nieuwe album zijn negen uitstekende liedjes te vinden, mijn persoonlijke favoriet is het aanstekelijke Adhd. Hand It Over zal de meeste luisteraars snel weten overtuigen is mijn inschatting.      
Theo Volk
Releasedatum: 29 januari 2019 Eigen beheer

Eriksson Delcroix - The Riverside Hotel


The Riverside Hotel heet het nieuwe album van het avontuurlijke Kalmthoutse duo Nathalie Delcroix en Bjorn Eriksson.  Vernoemd naar het gelijknamige, beroemde hotel in Clarksdale, Mississippi. Oorspronkelijk was het een hospitaal voor zwarte patiënten. Blues legende Bessie Smith overleed er op 26 september 1937 na een auto ongeluk. Tegenwoordig dus een hotel, volgens de nodige bezoekers waart er nog steeds een speciale sfeer rond. Ooit sliepen er bekende muzikanten als Duke Ellington en John Lee Hooker. Hooker werd trouwens in Clarksdale geboren, net als Muddy Waters en soullegende Sam Cooke. Clarksdale wordt dan ook gezien als de bakermat van de blues. Ook doet het verhaal de ronde dat het de plaats is waar blues legende Robert Johnson zijn ziel aan de duivel verkocht. Clarksdale trok ook de aandacht van Nathalie en Bjorn, tien jaar na elkaar bezochten zij afzonderlijk The Riverside Hotel. Bjorn kreeg er vorig jaar de Howlin’ Wolf-kamer en kon vanwege de speciale sfeer, die er hing, bijna niet slapen. Hij schreef er  enkele teksten.  De titelsong gaat er ook over, zoals de regel “The ghost of Ike Turner appeared in my soup plate” duidelijk maakt. De vorige twee albums waren donkere, emotionele platen veroorzaakt door het verlies van twee dierbare vrienden. De liedjes voor het nieuwe album kwamen via jam sessies tot stand. Regels vooraf voor de jamsessies waren dat het uptempo, niet melancholisch moest worden en dat er zo weinig mogelijk gebruik van mineur akkoorden mocht worden. En dit alles met de bedoeling om tijdens de live concerten zichzelf ongelofelijk te kunnen amuseren.  


Het Riverside Hotel tegenwoordig
De bluegrass en country noir is ingeruild voor cajun en delta blues. De cajun zit Bjorn in de genen, want zijn vader Karl bezocht ooit als matroos Louisiana en New Orleans en raakte daar gefascineerd door de cajun en schafte vervolgens een accordeon aan. In de jaren negentig maakte Bjorn samen met vader Karl en zus Eva deel uit van de familiegroep Hank van Damme. Daarmee brachten ze uiteraard cajun, maar ook bluegrass en tex-mex ten gehore. In het repertoire probeert men een broeierige sfeer  neer te zetten, soms door achtergrond geluiden opgenomen in een moeras. Uiteraard klinken er soms invloeden van de muziek uit het zuiden van Amerika door. Naast eigen werk worden de twee heuse  cajun klassiekers J’ai Ete Au Bal en La Danse de Mardi Gras vertolkt. Die overigens al jaren op hun live-repertoire staan. Regelmatig levert het aanstekelijke dansbare muziek op, zoals Snap Off the Pearl Snap. Het fraaie artwork is van de hand van de bassist van dienst, Peter Pask. The Riverside Hotel is andermaal een waardevolle aanvulling op hun reeds prachtige oeuvre. Uiteraard volgt binnenkort een tournee ter promotie van het album. Ook zullen ze 24 augustus te zien zijn op het Once in a blue moon festival in het Amsterdamse Bos, wat vorig jaar voor het eerst georganiseerd werd en een groot succes was. De kaartverkoop hiervoor start zaterdag morgen  om tien uur en zal ongetwijfeld in korte tijd uitverkocht zijn.
Theo Volk
Releasedatum: 1 februari 2019 WasteMyRecords / Munich Records
Eriksson Delcroix live:
08-03 OUDENAARDE: GC De Woeker
09-03 BRASSCHAAT: Hemelhoeve
14-03 BORGERHOUT: De Roma
17-03 LEOPOLDSBURG: CC
23-03 BRUSSEL: AB
28-03 HERENT: CC De Wildeman
05-04 AALST: CC De Werf
10-04 ST NIKLAAS: Casino
11-04 ST TRUIDEN: CC De Bogaard
09-05 DIEST: CC Den Amer
10-05 KOKSIJDE: CC Casino
11-05 LINT: OC Witte Merel
17-05 ZEMST: CC Melkerij
25-05 LOMMEL:  CC Adelberg
29-05 DILBEEK: CC

24-08 AMSTERDAM: Once in a blue moon festival

Bjørn Berge - Who Else?



De vijftigjarige Bjørn Berge is een doorgewinterde bluesmuzikant, die reeds tweemaal de meest prestigieuze Noorse muziekprijs Spellemannprisen won.  Hij kreeg die voor zijn albums Stringmachine en Illustrated Man. Who Else? is inmiddels zijn tiende album, waaraan hij reeds aanvang 2014 begon te werken. Tot een volledige afronding kwam het toen niet, omdat hij gevraagd werd Torbjørn Økland van de erg populaire Noorse band Vamp te vervangen. Echter die periode van  vervanging liep behoorlijk uit, vandaar dat het album nu pas verschijnt. Who Else? is een heerlijk gevarieerd, regelmatig swingend album geworden. Zelf omschrijft Bjørn de schijf als volgt : “For me, this album is everything from blues and rock to Americana and even country. It’s about love, drinking, drunkenness and craziness.”. Als live performer staat hij bekend om zijn rauwe en soms schurende spel. Hier horen we een meer relaxte en groovende kant van hem en die bevalt me uitermate goed. Geregeld worden de vaak aanstekelijke liedjes opgesierd door de fraaie achtergrondvocalen van zangeres Dagny Christophersen. De teksten werden geschreven door Ellis Del Sol, een in Noorwegen levende Amerikaan, de muziek door hemzelf. De plaat heeft de afgelopen twee maanden bij mij al de nodige overuren gemaakt en verveelt nog steeds geen moment. Het zou me totaal niet verbazen als Berge met Who Else? voor de derde keer de Spellemannprisen gaat winnen.
Theo Volk
 Release datum: 1 februari 2019 Blue Mood Records

Reena Riot - Nix



Al in 2012 stond de talentvolle Gentse zangeres Naomi Sijmons in de finale van Humo’s Rock Rally, toch zou het zeven jaren duren voordat haar eerste volwaardige debuutalbum Nix zou verschijnen. Allereerst overleed in 2013 haar vader Fons, onder andere bekend als muzikant van The Scabs. Wat hij voor haar betekende en welke gevolgen zijn overlijden had vertelde ze onlangs in een interview met HUMO : “Ik deelde véél met hem. Vriendschap, maar ook muziek: dat was onze gedeelde passie. Het is met bijzonder veel vertraging bij me binnen gesijpeld dat hij er écht niet meer is. De eerste keer dat ik gecrasht ben, was meer dan een jaar na zijn dood.”.  In 2012 trok ze een manager en een producer aan, maar bleken achteraf niet de juiste keuzes vanwege andere muzikale ideeën. Het waren niet alleen deze mensen, die haar wilde beïnvloeden in haar keuzes. Zo ergerde ze zich bijvoorbeeld aan haar moeder, die haar iedere keer weer aansprak op de kleding die ze op het podium droeg. De hoes van Nix deed het nodige stof opwaaien in Vlaanderen, en dan voornamelijk door vrouwen, die zich vreemd genoeg niet stoorden aan de blote borsten, maar aan het okselhaar. De hoes is vooral een middelvinger naar haar voormalig management. De getekende ogen wijzen op de manier hoe andere haar graag zouden zien. Maar de hoes heeft ook een positieve betekenis,  de muziek is echt, van vlees en bloed. Naomi ontdekte ik overigens pas ruim een jaar geleden door het met Guido Belcanto gezongen duet Johnny Vergeet Me Niet. Heel toevallig ontdekte ik vorige week de prachtige single Good Old Waltz en werd meteen nieuwsgierig naar de rest van het album. Het zijn avontuurlijke en intense nummers met een meanderende spanningsboog geworden.
Theo Volk
Releasedatum: 25 januari 2019 Eigen beheer

Sarah McCoy - Blood Siren


Zoals de hoes me al deed vermoeden komt Sarah McCoy oorspronkelijk uit Amerika, om precies te zijn, ze werd geboren in het gehucht Pine Plains, New York. Als kind verhuisde Sarah naar het warme aan de oceaan gelegen Charleston, South Carolina. Ze genoot daar van een gelukkige jeugd, totdat een paar dagen na elkaar haar vader en grootmoeder overleden. Sarah veranderde in een introverte, excentrieke, maar ook opstandige puber, die constant ruzie met haar moeder maakte. Haar reddingsboei werd de piano, ze ging klassieke piano studeren en begon tevens liedjes te componeren om haar sombere, donkere gedachten onder woorden te brengen. Haar traumatische jeugdervaring en een verbroken liefdesrelatie zouden daarna een nomade van haar maken. Ze trok kriskras door Amerika en begon op straat op te treden. Uiteindelijk kwam ze in februari 2011 in New Orleans terecht, waar ze zich meteen thuis voelde. Ze begon daar op te treden in iedere kroeg, die haar maar wilde hebben. Het gebeurde dan regelmatig dat ze laat op de avond stond te spelen voor een paar beschonken toehoorders. Ze speelde in die tijd heel vaak nog zonder microfoon. Ook formeerde ze een band, the Oopsie Daisies, welke qua bezetting nogal eens aan verandering onderhevig was. In 2013 werd ze ontdekt door de Franse filmregisseur Bruno Moynie, die haar manager werd en een documentaire over haar maakte, maar nog belangrijker, een concertreeks voor haar in Frankrijk regelde. Uiteindelijk leverde dat een welverdiend platencontract bij het fameuze Blue Note label op. Als producers werden Chilly Gonzales en Renaud Letang aangetrokken, die vaak een middernachtelijke sfeer neerzetten. Welke gecreëerd  wordt door het gebruik van de piano, cello, celesta, subtiele elektronica en genoeg stilte. Dat laatste wordt  dan weer gecreëerd door het af en toe op Satie gelijkende pianospel van Sarah. Het pianospel wordt verder beïnvloed door Rachmaninoff en Kurt Weil. Overigens draagt Sarah op het podium nog steeds extravagante kleding en gebruikt bijzondere make-up. Met haar indrukwekkende voordracht weet ze toch het publiek gemakkelijk te laten focussen op de muziek. Begin november was het album op haar eigen website al te koop, maar sinds afgelopen vrijdag wereldwijd . Op 8 december was ze support act van Chilly Gonzales in Carré, maar volgens mij is het slechts een kwestie van tijd dat ze hier zelf hoofdact is. Met Blood Siren levert de nu drieëndertigjarige McCoy een indrukwekkend debuut af.  
Theo Volk
Releasedatm: 25 januari 2019 Blue Note

Huiskamerconcert Ed Struijlaart 27 januari 2019



Hoe kun je een regenachtige en herfstachtige aandoende zondagmiddag beter besteden dan met het bezoeken van een huiskamerconcert?! Aangezien ik al heel lang geen radio meer luister was Ed Struijlaart volkomen onbekend voor mij. Ed blijkt in de loop der jaren een redelijke bekendheid dankzij die radio opgebouwd te hebben. Zo was hij onder andere te gast bij Edwin Evers en Giel Beelen. Herfst vorig jaar ging hij voor het eerst uitermate succesvol het theater in met een show getiteld “Gitaarmannen, van Clapton tot Sheeran”. Beiden zijn voor hem grote helden, maar ook Robert Johnson is een grote inspiratiebron. Zo speelde hij tot mijn grote vreugde met verve na de pauze het bekende Cross Road Blues. Johnson had overigens de twijfelachtige eer om de eerste bekende muzikant te worden van de club van zevenentwintig. Na de pauze kreeg het aanwezige publiek een indruk wat men kan verwachten tijdens zijn theatershow, die in het najaar vanwege het grote succes zal worden geprolongeerd. Hij bracht bijvoorbeeld de klassiekers Layla van Derek and the Dominos en Tears in Heaven van Eric Clapton, geschreven na het tragische verlies van zijn zoontje. Voor de pauze speelde Ed eigen repertoire, waaronder twee liedjes in het Nederlands De Tijd Dat Alles Kon en Mocht en Als Ik Minder Wil. Als groot voorstander van zingen in je moerstaal kon ik dit erg waarderen. Beide liedjes schreef hij samen met de bassist van Bløf, Peter Slager. Een van de liedjes die mij meteen bijbleef was Anything, wat op Eds debuutalbum Head, Heart and Hands uit 2012 stond, maar ook op de EP For Your Ears Only. Op deze EP is Ed alleen met zijn akoestische gitaar te horen. Alle liedjes werden met de nodige grappige Haagse humor op een ervaren manier door de sympathieke Ed aan elkaar gepraat. Wat voor mij een huiskamerconcert ook zo aantrekkelijk maakt is de gemoedelijke sfeer waarin deze plaatsvinden, mede dankzij de grote gastvrijheid van Margot en John.
Theo Volk     

Leyla McCalla - The Capitalist Blues


De release van het derde album The Capitalist Blues van Leyla McCalla had nogal wat voeten in aarde. Eerst gepland voor precies een jaar geleden, daarna verschoven naar september en uiteindelijk eergisteren uitgekomen. Veroorzaakt door het feit dat  haar gezin verder werd uitgebreid met een tweeling. Zoals altijd stippelt Leyla haar eigen weg uit. Dat deed ze al een aantal jaren geleden door van New York naar New Orleans te verhuizen. Na een zeer succesvolle crowd funding bracht ze spoedig haar onvolprezen debuut Vari-Colored Songs uit. Vooral haar sociale betrokkenheid komt hier naar voren, maar ook haar interesse in haar muzikale Haïtiaanse wortels. Ze zette voor dit album vooral gedichten van Langston Hughes op muziek, met daaronder het droevige, maar wonderschone Song For a Dark Girl. Hughes was trouwens iemand die zich volledig inzette voor de behartiging van de belangen van zijn Afro-Amerikaanse medemens. Ook op opvolger A Day for the Hunter, a Day for the Prey horen we een sociaal betrokken Leyla aan het werk. Uiteraard werd ze andermaal bijgestaan door haar eveneens geëngageerde voormalig Carolina Chocolate Drops collega Rhiannon Giddens. Ook wist ze meester-gitarist Marc Ribot te strikken. Hoogtepunten zijn het bloedmooie Little Sparrow en Vietnam. Andermaal wordt op ze op het nieuwe album begeleid door uitstekende muzikanten, luister bijvoorbeeld maar eens naar die heerlijke toetsenpartij in Heavy as Lead. Uiteraard is haar geëngageerdheid gebleven en verdiept ze zich weer verder in Haïtiaanse muziek en die uit New Orleans. Zo associeer ik Oh My Love duidelijk met de muziek van legende Clifton Chenier. Een opvallende track is het schurende Aleppo met door Jimi Hendrix beïnvloed gitaarspel. Het goede nieuws is dat Leyla in maart naar Europa komt om het album te promoten. The Capitalist Blues is andermaal een prachtige aanvulling van haar oeuvre.
Theo Volk
Releasedatum: 25 januari 2019 Peacefrog
Leyla McCalla live: 
21-03 TURNHOUT: De Warande
22-03 TURNHOUT: De Warande
23-03 BRUSSEL: AB, double bill met Eriksson Delcroix

24-03 ROTTERDAM: LantarenVenster
25-03 AMSTERDAM: Bitterzoet

Charlene Soraia - Where’s My Tribe


November 2011 verscheen het debuutalbum Moonchild van de Londense singer-songwriter Charlene Soraia, wat nog steeds tot mijn favoriete albums behoort van het uitstekende muziekjaar 2011. In die tijd besprak ik nog geen albums, maar mijn enthousiasme was groot genoeg om Erwin Zijleman van Krenten uit de Pop te overtuigen om te gaan luisteren. Ook hij was snel om, en schreef een uiterst lovende recensie, die hier te lezen is. De liedjes op Moonchild zijn geen hapklare brokken. Haar cover van The Calling’s Wherever You Will Go bezorgde haar, dankzij het gebruik ervan voor een reclamespotje, de nodige bekendheid. De albumtitel was overigens een verwijzing naar een liedje wat op het legendarische debuut van King Crimson stond. Haar grote voorliefde voor King Crimson bleek verder uit het gebruik van mellotrons. Vier jaar later verscheen Love Is the Law, een album wat toen in Nederland niet leverbaar bleek te zijn en wat ik dus tot nu toe nooit hoorde. Debuut Moonchild en Where’s My Tribe zijn een wereld van verschil, op het nieuwe album regeert de eenvoud, directheid en rauwheid. Verder citeer ik het persbericht waar ik me erg goed in kan vinden. Eén stem, één gitaar en tien geweldige nummers die door haar alleen in haar flat in Zuid-Londen zijn opgenomen. Zonder edits, zonder auto-tune en grotendeels in één take. Where’s My Tribe is een album van een rauwe en simplistische schoonheid. Met titels als Beautiful People, Tragic Youth en Now You Are With Her zingt Charlene over de eenzaamheid die schuilt in het lege hart van onze super verbonden wereld waarin echte en denkbeeldige vrienden en demonen worden nagejaagd tot in de virtuele spelonken. Zoals we konden horen op haar wereldwijde hit Wherever You Will Go is Charlene Soraia gezegend met een stem die harten doet smelten. Where’s My Tribe herinnert er ons op krachtige wijze aan dat ze ook een virtuoze gitarist is en over unieke compositorische talenten beschikt. Universeel, maar ontzettend persoonlijk is dit een album van en voor deze tijd, waarin voor eeuwig de eenzame ziel zal weerklinken die we allemaal in ons hebben.
Theo Volk
Releasedatum: 25 januari 2019 Peacefrog

Vicky Emerson - Steady Heart


Voorganger Wake Me When the Wind Dies Down kreeg niet alleen mij enthousiast, onder de vele recensies  bevond zich bijvoorbeeld ook een zeer lovende van No Depression. Haar grootste wapen om luisteraars te verleiden is haar prachtige, warme stem, die voor mij als balsem voor de ziel is. Op haar vorige album vergeleek ik haar een keer enigszins met Katy Moffatt. Nog steeds wordt haar muziek beïnvloed door artiesten als Jason Isbell, Shawn Colvin, Patty Griffin, Lucinda Williams en Emmylou Harris. Laatstgenoemde twee zijn trouwens haar favoriete zangeressen. De liedjes voor haar nieuwe album Steady Heart kwamen op een opvallende manier tot stand. Ze nam dertien weken aan een Facebook singer-songwriter challenge deel, waarbij de uitdaging was dat iedereen een week de tijd kreeg om een liedje te componeren uitgaande van hetzelfde woord. Het werd een mooie stok achter de deur voor de zangeres uit Minneapolis om het regelmatig componeren weer op te pikken. Het valt namelijk als moeder van twee nog jonge kinderen niet mee om tijd daarvoor te vinden. De eerste song die ze schreef was het titelnummer, wat ze schreef voor haar man. Ze voelde zich erg senang bij het maken van het album, mede doordat ze het deze keer zelf produceerde. Zelf omschrijft ze het als :  “This album hits very close to the bone and I feel closer to it than my other albums.”. Het repertoire zwerft meestal ergens tussen folk en country. Ze wordt omringd door uitstekende muzikanten, vooral een goed voorbeeld van waar deze excelleren is Don't It Make My Brown Eyes Blue. Voorafgaande aan de release werd het fraaie The Reckoning uitgebracht. Het fraaiste wordt wat mij betreft tot het laatst bewaard. In de sobere liedjes Disappear en vooral The Boat Song komt haar stem het meest tot zijn recht en weet zij mij het diepst te raken. Vooral The Boat Song laat horen dat haar stem weinig begeleiding nodig om volledig te kunnen overtuigen. Steady Heart is een duidelijk bewijs dat Vicky gegroeid is als songschrijfster.
Theo Volk
Releasedatum:  4 januari 2019 Eigen beheer

Replay: Donna Summer - Endless Summer



Bij het struinen door mijn cd-collectie kwam ik de verzamel cd Endless Summer van Donna Summer tegen. Eigenlijk heette ze LaDonna Adrian Gaines, maar gebruikte als artiestennaam Donna Summer, een verengelste versie van de achternaam van haar Oostenrijkse man Helmut Sommer. Haar eerste solosingle Sally Go Round the Roses, die overigens niets deed, werd in 1971 via een Nederlands label uitgebracht, net als opvolger The Hostage in 1974. Ze werd een graag geziene gast in Avro’s Toppop en in het absurdistische Van Oekel’s Discohoek. Haar hilarische optreden met het nummer The Hostage in dat laatstgenoemde programma is mij altijd bijgebleven, bovendien kon ze direct op mijn sympathie rekenen, ondanks het feit dat het niet helemaal mijn muziek was. Eigenlijk wel een guilty pleasure in de tijd, dat de punk en new wave opkwam. Vooral haar nummer 1 hit I Feel Love, was in die tijd bijzonder vernieuwend, wat overigens meteen onderkend werd door Brian Eno. Hij voorzag dat disco de vijftien volgende jaren de clubs zou gaan beheersen. Iemand als Grace Jones liftte met het fantastische Nightclubbing mee op dat succes. Het stond buiten kijf dat Summer een geweldige zangeres was. Op No More Tears (Enough Is Enough) bundelt ze haar krachten met diva Barbra Streisand. Op Endless Summer staan een groot aantal hits geproduceerd door Giorgio Moroder. Maar ook het fraaie door Quincy Jones geproduceerde en door Vangelis en Jon Anderson geschreven State of Independence. Een van haar fraaiste nummers is zonder enige twijfel  Could It Be Magic, wat verrassend genoeg geschreven werd Barry Manilow en Jon Anderson! Endless Summer bevat een groot aantal hits van de veel te vroeg overleden zangeres, helaas ontbreken echter The Hostage en het vooral in Nederland populair geworden Lady of the Night.       
Theo Volk
Releasedatum: 1994 Polygram Records

Select Captain - Off to Save the World


De Deense singer-songwriter Kristian Gaarskjær heeft de laatste tijd niet over belangstelling te klagen, want alleen al het liedje If I Should Go van zijn nieuwe derde schijf Off to Save the World werd al ruim anderhalf miljoen keer beluisterd op Spotify. Het album opent met de schitterende, ingetogen pianoballade Fit. Hij wordt hier alleen begeleid door piano en subtiele synthesizer bijdrages, waardoor zijn warme bariton volledig tot zijn recht komt. Het hierop volgende titelnummer bezit een ijzersterk refrein.  Voor het eerst componeerde Gaarskjær  ook met anderen samen. Zo schreef de Nederlandse zangeres Jerusa van Lith mee aan het goed in het gehoor liggende Coming Home, wat ik qua ritme en zang enigszins met een liedje van Dotan associeerde. Van Lith verzorgt trouwens de achtergrondvocalen. Met Soluma Samay schreef hij het fraaie, ingetogen duet Miles Apart. Samay vertegenwoordigde overigens enige jaren terug Denemarken op het Eurovisiesongfestival. Bij Ordinary Greed moest ik direct door het ritme denken aan Mr. Blue Sky van Electric Light Orchestra. Off to Save the World is een gevarieerd album geworden van uptempo nummers en een aantal ingetogenere stukken, waarbij mijn persoonlijke voorkeur uitgaat naar de laatste groep, omdat daar zijn warme bariton het beste tot zijn recht komt.
Theo Volk
Releasedatum: 12 oktober 2018 Soundchest Records

Rob Heron & the Tea Pad Orchestra - Soul of My City


In het verenigd Koninkrijk heeft deze band al de nodige bekendheid opgebouwd, dankzij optredens op Glastonbury en Cambridge Folk Festival en tevens door de aandacht van de Britse nationale radio. Soul of My City is intussen al hun vierde album. Het begon allemaal op Newcastle University toen Rob Heron met een drietal vrienden hun band oprichtte. Sinds 2012 steeg hun populariteit gestaag. Spil van de groep is Rob Heron, die alle liedjes schrijft. Naast muzikant is Rob ook een obsessief verzamelaar van vinyl. Hij beschikt over een eclectische smaak, die bewust en soms onbewust doorklinkt in zijn liedjes. Net als artiesten als Pokey Lafarge en CW Stoneking grijpt hij in zijn composities graag terug naar het verleden. Dat wordt meteen duidelijk in de opener, waarvan de eerste regel luidt “Let’s Go Back in Time, Man”.  Het repertoire is heerlijk gevarieerd, invloeden van Bob Wills, George Jones tot aan Tom Waits. En een gevarieerde mix aan stijlen. In Une Bouteille de Beaujolais wordt zelfs een uitstapje naar het vasteland gemaakt, want in dit liedje hoor je onmiskenbaar Robs voorliefde voor Django Reinhardt terug. In een liedje waagt hij zich zelfs op geslaagde wijze aan jodelen. Tussen het dozijn aanstekelijke nummers is een cover te vinden, Drinking & Carrying On van D. Patton. Vaak is het repertoire dermate swingend, dat het onmogelijk wordt om stil te zitten. Het bij tijd en wijle ook nostalgische Soul of My City is daarom uitermate geschikt om een feestje volledig op gang te brengen. Op de cd komt de band al uiterst gedreven over, maar zal dat waarschijnlijk live in overtreffende trap zijn. Gelukkig komen ze dat binnenkort in Nederland en België bewijzen.   
Theo Volk                                       
Releasedatum: 1 februari 2019 Independent
Rob Heron & the Tea Pad Orchestra live:

07-03 DORDRECHT: Minitheater De Melkbus

08-03 ZEMST (BE): De Melkerij
10-03 BREDA: De Mezz, kleine zaal
13-03 DEVENTER: Burgerweeshuis
10-5 GENT (BE): Missy Sippy
11-5 GRONINGEN: R&B Night
12-5 UTRECHT: TivoliVredenburg


Michael Chapman - True North


Donderdag viert Michael Chapman zijn achtenzeventigste verjaardag, maar niet als muzikant in ruste. Vorig jaar produceerde hij bijvoorbeeld nog het schitterende album If We Dig Any Deeper It Could Get Dangerous van Sarah McQuaid. En twee jaar terug bracht hij ter gelegenheid van zijn vijftig jarig jubileum als muzikant het voortreffelijke, door Steve Gunn geproduceerde 50 uit, een album met drie nieuwe nummers en verder een aantal obscure briljantjes uit zijn grote oeuvre. Op True North wordt gekozen voor een wat andere inkleuring, naast wederom als producer Steve Gunn op gitaar en drums, zingt Briget St. John weer mee en worden de liedjes verder opgesierd door de jonge, talentrijke celliste Sarah Smout en pedal steel virtuoos B.J. Cole. Laatstgenoemde is ook een artiest, die nog lang niet achter de geraniums wil zitten, hij speelde mee op zo’n zevenhonderd albums van andere artiesten, waaronder bekende namen als John Cale, Scott Walker, Elton John, maar ook een hedendaags, eigenzinnig talent als TORRES. Het zijn met name zijn wonderschone bijdrages, die het prachtige repertoire naar een nog hoger niveau tillen. In het persbericht op de website van Paradise of Bachelors staat vermeld dat True North voornamelijk uit nieuw werk bestaat, maar dat klopt niet. Vier van de elf composities zijn compleet nieuw, waaronder de ijzersterke opener It’s Too Late. Erg vind ik het niet, want de magie die in de studio tussen deze muzikanten ontstond is erg groot. Naast die vier nieuwe nummers werd het instrumentale Vanity & Pride wat op Fish stond van een tekst voorzien. Ontroerend vind ik vaak de steeds meer aan slijtage onderhevige en steeds meer breekbare stem van Chapman. Vooral in het samen met Bridget St. John gezongen Full Bottle, Empty Heart weet hij me diep te raken. Niet alleen tekstueel blikt Chapman af en toe terug, op de binnenhoes is een foto uit 1930 te vinden, met daarop zijn moeder, opa en overgrootvader. True North behoort zondermeer tot zijn meest homogene albums. Dankzij de invloedrijke dj John Peel werd hij ooit bekend en wordt  nu Fully Qualified Survivor algemeen gezien als zijn absolute meesterwerk, daarnaast maakte hij nog een reeks prachtige albums, maar toch zit daar geen album tussen, dat mij zo diep weet te raken en te boeien als True North. Tot slot nog mooi nieuws, voor het eerst in zijn leven zal hij samen met B.J. Cole, Sarah Smout en Bridget St. John ter promotie van het album door Europa gaan toeren, hopelijk worden ook Nederland en België aangedaan. Als je geen dief van je portefeuille wil zijn, dan kan je volgens mij True North in Nederland het goedkoopste hier bestellen.


Theo Volk

Releasedatum: 8 februari 2019 Paradise of Bachelors

Website: http://www.michaelchapman.co.uk/

Jane Willow - Onward Still



Op eenentwintigjarige leeftijd vertrok de Bredase singer-songwriter Janneke van Nijnanten naar Dublin om daar haar muzikale dromen waar te maken. Ze koos voor Ierland omdat je daar vrij gemakkelijk op straat, in de kroeg, restaurant of voor open mic kunt optreden. Als muzikale bagage had ze toen slechts enkele zang- en gitaarlessen en keek vervolgens op dat gebied het nodige af van Nick Drake en Leonard Cohen om haar eigen stijl te ontwikkelen. Net als ik is ze vooral een enorme fan van Nick Drake. Maar ook Glen Hansard behoort tot haar grote voorbeelden en het was dan ook voor haar een grote eer dat ze in augustus 2017 voor hem mocht openen. De laatste jaren gaat het uitstekend met haar carrière, want de Ierse radio pikte haar op. Vorig jaar startte ze een succesvolle crowdfunding voor haar debuut EP Onward Still. Onder de donateurs bevond zich onder andere de ook in Nederland erg populaire Ierse zanger Luka Bloom. Voor de opnames wist ze goede muzikanten te strikken, waaronder drummer Dave Hingerty (Kila, The Frames) en celliste Vyvienne Long (Damien Rice). Direct bij de eerste beluistering werd ik begeesterd door Jannekes prachtige, rustgevende en gevoelige stem. Op haar debuut staan vooral breekbare liedjes. Uitzondering hierop is het bijzonder aanstekelijke  Hannah, dat wanneer het op de radio gedraaid zou worden absoluut een grote hit zou kunnen worden. Het gaat trouwens over een meisje, op wie ze regelmatig oppaste. Ook wat afwijkend vind If I Did Love You, mijn grote favoriet op het album. Hierop etaleert ze op grootse wijze haar enorme zangtalenten. Muzikaal gezien associeerde ik het meteen met een Damien Rice liedje, omdat die ook regelmatig naar een grote climax toewerkt. Het liedje gaat niet zoals ik dacht over een muzikant, het podium wordt hier gebruikt als een metafoor, waarop de hoofdpersoon zijn emoties niet goed kan uiten. De boodschap van Onward Still is volgens Janneke:  “Het album gaat voor mij over onschuld, jeugd, kwetsbaarheid, kracht en openhartigheid. Er is in de afgelopen jaren, sinds ik naar Ierland ben verhuisd veel gebeurd, wat niet altijd goed en fijn was. Ik wilde met dit album laten zien dat je eerlijk en open kunt zijn; dat je dingen intens kunt voelen. En dat er altijd goede dingen op je pad komen, zolang je ook leert omgaan met de minder goede dingen.”. Afsluiter Comfort is voor mij een bijzonder aangename oorwurm, het duikt geregeld ongevraagd in mijn bovenkamer op. De zes liedjes wisten mij bijzonder snel te overtuigen. In november kwam ze Onward Still met haar band al voorstellen in de Bredase Mezz. Helaas heb ik die show gemist en hoop op een snelle herkansing en dat niet alleen, ik kijk nu al erg uit naar een opvolger van haar bijzonder geslaagde debuut.
Theo Volk  
Releasedatum: 22 november 2019 Eigen beheer

Tiny Legs Tim: Elsewhere Bound


Sinds 2011 brengt de veertigjarige Gentenaar Tim de Graeve met de regelmaat van een klok om de twee jaar een nieuw album uit. Elsewhere Bound is dus inmiddels nummer vijf in die reeks. Voorganger Melodium Rag was een sober, maar zeer intens album en zijn meest geslaagde tot dan toe. Op zijn nieuwste werkstuk slaat Tim nieuwe muzikale wegen in, maar dat niet alleen, de inkleuring van de composities is veel uitgebreider. Saxen en trompetten doen met verve hun intrede. De titel is niet alleen muzikaal een verwijzing naar het gebodene, maar ook een verwijzing naar de inhoudelijke ontstaansgeschiedenis van de liedjes. Ruim twee jaar geleden schreef  Tim ze, naar aanleiding van zoals hij zelf omschreef als het einde van een grote liefde, een zevenjarige relatie die abrupt ontplofte. In Don’t Be Sorry zingt hij dan ook “I gonna find me a new best friend”. Maar bijvoorbeeld ook in Still in Love zitten er duidelijke verwijzingen naar die relatie. Dus niet alleen op persoonlijk vlak werd naar nieuwe wegen gezocht. De nieuwe muzikale wegen leveren een dampende smeltkroes op van (Afrikaanse) blues, soul, rumba, americana, Louisiana swamp en rhythm & blues. De soms broeierige sfeer wordt mooi verbeeld in de prachtige hoes van kunstenaar Jannes de Schrijver. Tim gaf zijn uitstekende begeleiders de totale vrijheid om de composities op hun eigen manier in te vullen, hetgeen het eindresultaat absoluut ten goede komt. Bovendien werd alles live in de studio zonder overdubs opgenomen. Tom Callens verzorgde de geweldige blazerarrangementen. Elsewhere Bound is niet alleen Tims meest gevarieerde en meest ambitieuze album, maar zonder enige twijfel ook zijn mooiste. Bovendien biedt het ook de mogelijkheid om nog veel verder te groeien in de nieuw ingeslagen weg. Uiteraard zal Tim de komende tijd optredens geven om de release te promoten, die data kun je eventueel hier terugvinden.            
Theo Volk
Releasedatum: 1 februari 2019 Sing My Title

And They Spoke in Anthems - Money Time



Antwerpenaar Arne Leurentop is een veelzijdig kunstenaar. Hij componeerde muziek voor theater, acteerde in kindervoorstellingen en begeleidde onder andere Liesa van der Aa. Maar bovenal is hij een superbe songsmid, multi-instrumentalist en ook nog eens een uitstekend zanger. Zijn eerste volwaardige proeve van bekwaamheid was vijf jaar geleden met  June, een album dat op veel bijval mocht rekenen. De singles  The Inventor Of Summer , Oh My God en  Summerhouse 76 kregen veel airplay op de Belgische radio. Alle instrumenten werden door Arne zelf bespeeld. Op Money Time is dat ook bijna het geval, op wat drums, percussie, synthesizer en bas partijen en wat achtergrondzang na. En net als op de voorganger weet Arne precies wat ieder liedje nodig heeft. Ook deze keer boetseerde hij de liedjes nauwgezet totdat ze perfect waren. Geen wonder dat het scheppingsproces bijna  vier jaar duurde. Vooral The Beatles, Bob Dylan en Roy Orbison vormden weer inspiratiebronnen. Geregeld komen er Beatlelesque koortjes voorbij. De composities laten de iets meer donkere kant van melancholicus Leurentop spreken. Wellicht veroorzaakt door andere inspiratiebronnen als Daniel Norgren, Damien Jurado, Jeff Tweedy, Leslie Feist en Villagers. De intrigerende, stemmige hoes (een foto gemaakt in Vietnam door de zeer getalenteerde fotograaf en cameraman Jonathan Wannyn) gaf me bij voorbaat een goed voorgevoel over dit album. Dat goede voorgevoel blijkt na een groot aantal beluisteringen te kloppen. De opmerkelijke inkleuring van de gelaagde liedjes zorgen ervoor dat je heel gemakkelijk teruggrijpt naar dit toegankelijke album en dan maakt het niet eens uit welk tijdstip van de dag het is. De cd-releaseshow is op 10 maart in de Minard in Gent. Money Time behoort tot de meest interessante releases van het moment en zal ongetwijfeld tot mijn grote favorieten van 2019 gaan behoren. Het is te hopen dat hij spoedig te zien zal zijn op de Nederlandse podia.    
Theo Volk       
Releasedatum: 1 februari 2019 Huis Mortier

Bertolf - Big Shadows of Small Things


De afgelopen jaren stond de solocarrière van Bertolf Lentink op een laag pitje, omdat hij in die periode veel toerde met de coverband Her Majesty. Samen met onder anderen Jelle Paulusma en Diedrik Nomden werden covers van Crosby, Stills, Nash & Young gebracht. Beide collega’s werkten mee, en in enkele gevallen schreven zij mee, aan intussen Bertolfs vijfde soloalbum Big Shadows of Small Things.  De meeste songs werden geschreven in zijn achtertuin, in zijn gloednieuwe thuisstudio. Deze is volledig geluidsdicht, zodat hij daar in alle rust naar hartenlust kan componeren en experimenteren zonder dat anderen daar last van hebben. De titel van het album is een verwijzing naar een Zweeds gezegde : worrying often gives small things a big shadow. Volgens Bertolf draait het op het album om het volgende : “het gaat over zorgen maken, bang zijn, nooit tevreden kunnen zijn en de schaduwen die dat over mijn leven werpt. Maar het mooie aan de titel vind ik dat het er tegelijk iets relativerends in zit. Want het zijn ook maar kleine dingen, kleine ongemakken die ik ondervind.”. Tijdens een optreden met Her Majesty in De Kleine Komedie kreeg hij last van hyperventilatie en bij een ander optreden last van oogmigraine. Deze voorvallen maakten hem angstig tijdens optredens, waardoor hij hiertegen ging opkijken. Opener Only Love handelt hierover. Eind november verscheen al het uptempo en aanstekelijke Already Down als eerste single. Het bezit een ijzersterk refrein en is voorzien van een fraai arrangement, de blazers gearrangeerd door Bertolf zelf en de strijkers door Reyer Zwart. Laatstgenoemde arrangeerde trouwens vorig jaar voor onder anderen het voor een Edison genomineerde The Jester van Yorick van Norden. Er is nog een parallel met dat album, op beiden is Dutch String Collective te horen. Dit klassiek geschoolde strijkkwartet werkt regelmatig samen met popmuzikanten. Op de helft van de songs op Big Shadows of Small Things drukken zij een belangrijke stempel. Mede door de voortreffelijke arrangementen levert dit hoogstaande composities op als Shadows en Passover. Laatstgenoemde associeerde ik meteen met Radiohead, Bertolf zelf met singer-songwriter Andy Shauf. Buiten de gearrangeerde stukken waagt Bertolf zich ook aan een zeer geslaagd country uitstapje in het heerlijk lome Awake, Rewind met fraai pedal steel spel van hemzelf. Maar is er ook plaats voor een wat steviger nummer als Please Come Back In My Life. Wintertime #1 en Wintertime #2 doen hun naam alle eer aan en ademen een winterse sfeer uit. De titels zijn trouwens een knipoog naar Waltz #1 en Waltz #2 van de betreurde singer-songwriter Elliott Smith. Het album werd mede geproduceerd door Frans Hagenaars, wiens visie hij deelt om zoveel mogelijk instrumenten tegelijkertijd op te nemen én om zoveel mogelijk te werken zonder click (metronoom). De releaseshows vinden plaats op 25 januari in Odeon, Zwolle en op 27 januari in De Kleine Komedie, Amsterdam. De overige theatershows onder de titel Soelaas kun je hier vinden. Met Big Shadows of Small Things bewijst Bertolf andermaal tot de beste songschrijvers van Nederland te behoren en blijkt het album ook nog eens zwaar verslavend te zijn. Absolute aanrader.   
Theo Volk
Releasedatum: 25 januari 2019 Excelsior

Nancy K Dillon - A Game of Swans


Zelf prijst de uit Seattle afkomstige Nancy Dillon haar muziek aan als “Okie Soul & Roots Music: Avant-Garde Americana Songs & Stories”. Vooral het verhalen vertellen is haar op het lijf geschreven. Opener Dutchman’s Gold is haar interpretatie van een bekende legende over een verborgen goudmijn, die ontdekt zou zijn door de Duitser Jacob Waltz. Voor geïnteresseerden is hier er meer over te lezen. Haar Schots-Ierse afkomst komt vooral tot uiting in de samen met Ian Lang geschreven titelsong, waarin duidelijk Keltische folkinvloeden te horen zijn. Nancy heeft regelmatig genoeg aan een sobere begeleiding, zoals in Annabelle. Slechts alleen akoestische gitaren en  een stompboard zijn genoeg om te overtuigen. Het is overigens het trieste relaas over een pioniersvrouw in de negentiende eeuw, die langzaam maar zeker gek wordt van eenzaamheid in haar blokhut. De begeleiding in de liedjes is sober, maar afwisselend. Zo wordt Fire in the Hole opgesierd door een resonatorgitaar. Samen met Schot Gavin Sutherland schreef en zingt ze het fraaie Poor Man’s Lullaby, wat een beetje aan de Everly Brothers doet denken. Nancy heeft een uiterst aangename stem, wat de toegankelijkheid tot haar muziek zeker vergroot. Doordat Nancy een onafhankelijk artiest is, wordt A Game of Swans nu pas in Europa onder de aandacht  gebracht en dat is zeer terecht, want ze is een uitstekend verhalenverteller.
Theo Volk
Releasedatum: 20 januari 2018 Eigen beheer

Rosie Carney - Bare


De pas twintigjarige singer-songwriter Rosie Carney komt oorspronkelijk uit Hampshire, Zuidoost-Engeland. Tegenwoordig is ze echter woonachtig in Downings, gelegen in het zeer afgelegen, uiterst noordelijk puntje van Ierland. Ondanks haar jonge leven is ze al een kleine tien jaar actief als muzikant en componist. Op haar vijftiende ging ze reeds van school om in New York en Los Angeles haar carrière verder vorm te geven. Haar singles bleven niet onopgemerkt en leverde haar een platencontract bij een groot label op. Muziek is een belangrijk onderdeel van haar leven, heeft zelfs een therapeutische werking op haar. Rosie heeft de nodige obstakels te verwerken gehad in haar nog jonge leven, ze had last van depressies en eetstoornissen. Bovendien trekt haar dementerende oma een grote wissel op het leven van haar moeder (mantelzorger) en haar. Nog steeds oogt Rosie als een breekbaar en kwetsbaar meisje, wat ook tot uiting komt in haar bijzonder fraaie ingetogen liedjes. Bare is niet alleen het gelijknamige titelnummer van haar debuutalbum Bare, maar dekt ook behoorlijk de tekstuele lading.  Ze durft zich in die teksten bijzonder kwetsbaar op te stellen en die teksten zijn een stuk meer volwassen als je dat van een twintigjarige zou mogen verwachten. Eigenlijk ken ik maar twee zangeressen die tekstueel een gelijkaardig volwassen debuut afleverden, Laura Nyro en Kate Bush. Sommige nummers blijken trouwens al een aantal jaren oud te zijn, zoals Humans. In de loop der jaren heeft ze ook al de nodige podiumervaring opgedaan, ze speelde al eens voor een uitverkochte National Concert Hall en een paar maanden terug in De Roode Bioscoop in Amsterdam. Al die opgedane podiumervaring hoor je terug op haar door Orri McBrearty en haarzelf geproduceerde debuut. Bare bevat breekbare liedjes die volgens mij weinig luisteraars onberoerd zullen laten.
Theo Volk
Releasedatum: 25 januari 2019 Akira Records

Graeme James - The Long Way Home



De singer-songwriter  Graeme James werd geboren in Nieuw-Zeeland, maar verhuisde op driejarige leeftijd naar Nederland, het land van zijn opa. Hij ging tot zijn negende naar school in Nieuw-Vennep, maar keerde toen terug naar zijn geboorteland. Op zijn zevende was hij in Nederland al gestart met vioollessen, met als doel om klassiek concert violist te worden. Op de middelbare school verdiepte hij zich in folk muziek. Tijdens de periode dat hij aan een universiteit studeerde leerde hij ook andere instrumenten spelen, met als belangrijkste de gitaar, die hem in staat stelde ook te gaan componeren. In plaats van muzikant werd hij echter toch leraar in het lager onderwijs.  Het lot besliste echter anders in 2012, toen hij door omstandigheden waaraan hij zelf niets kon doen, genoodzaakt werd de nachten in zijn auto door te brengen. Hij begon toen de kost te verdienen als straatzanger door op te treden in toeristenstad Queenstown. En met veel succes, hij gaf sindsdien in eigen beheer twee albums met covers uit. Dat tweede coveralbum werd gefinancierd met een crowd funding, welke binnen zevenentwintig uur succesvol was. In 2016 verscheen News From Nowhere, gevuld met eigen composities. Zijn populariteit steeg gestaag en hij bleef zodoende niet onopgemerkt voor de muziekindustrie. Nettwerk was er als de kippen bij om hem een platencontract aan te bieden, met als resultaat zijn vierde album The Long Way Home. Het is een gelaagd, modern, goed in het gehoor liggend folkalbum geworden, dat veel luisteraars zal gaan aanspreken. Ritmiek speelt vaak een belangrijke rol in zijn muziek, waardoor je geregeld ongemerkt begint mee te deinen. Naast een uitstekend zanger, neemt hij een groot aantal instrumenten voor zijn rekening, waarvan de viool uiteraard de belangrijkste is. Overigens woont Graeme, met zowel de Nieuw-Zeelandse als Nederlandse nationaliteit, sinds mei vorig jaar weer in Nederland. Naast zich te richten op zijn muziekcarrière probeert hij zich in Den Haag ook weer het Nederlands volledig machtig te maken. The Long Way Home is een toegankelijk, gelaagd modern folk album, wat volgens mij bij veel luisteraars in de smaak gaat vallen. Mij heeft het album in ieder geval in korte tijd weten te overtuigen.
Theo Volk      
Releasedatum: 25 januari 2019 Nettwerk / V2

The Flesh Eaters - I Used to Be Pretty



Achttien was ik, het jaar dat de punk zijn opwachting maakte. Mijn muzieksmaak was nog volop in ontwikkeling en ik was toen naast in reggae vooral geïnteresseerd in de muziek die uit het Verenigd Koninkrijk kwam, maar ook Amerikaanse bands als Television en Talking Heads trokken mijn aandacht. Dat er in die tijd een actieve punkscene aan de westkust van Amerika was, ontging mij toen volledig. Naast The Blasters en The Plugz werd The Flesh Eaters een van hun belangrijkste vertegenwoordigers. Deze band werd in 1977 opgericht door zanger en liedjesschrijver Chris Desjardins (aka Chris D.) en door de jaren heen de enige constante factor in deze groep. Begin jaren tachtig kwamen No Questions Asked, A Minute to Pray A Second to Die, Forever Came Today en A Hard Road to Follow uit, albums die de tand des tijds glansrijk doorstaan hebben. In de loop der jaren wisselde de bezetting regelmatig, echter vorig jaar kwam de oorspronkelijke bezetting weer bijeen. Naast Chris D. dus ook met onder andere Steve Berlin en Dave Alvin. Steve Berlin is bij het grote publiek vooral bekend als saxofonist van Los Lobos en hun meesterwerk Kiko.  Dave Alvin bracht een groot aantal prachtige solo albums uit en ook nog enkele met zijn broer Phil. Op I Used to Be Pretty zijn een aantal van hun oude nummers, in een niet al te drastisch gewijzigde versie, opnieuw opgenomen. Opvallend is de intensiteit waarmee deze heren op leeftijd nog steeds hun muziek brengen. Door de sax van Berlin onderscheidt men zich van andere bands in dit genre. Naast eigen composities vertolkt men Fleetwood Macs The Green Manalishi,The Sonics Cinderella  en The Gun Clubs She’s Like Heroin To Me. Tekstueel is Desjardins beïnvloed door poëzie, Amerikaanse pulp novelles, klassieke Europese films, tot aan samurai, horror, film noir en spaghetti westerns. I Used to Be Pretty bewijst dat de heren nog lang niet versleten zijn, integendeel, ze geven menig jonge band op het gebied van intensiteit nog het nakijken.  
Theo Volk
Releasedatum: 18 januari 2019 Yep Roc Records