Het Noorse Band of
Gold bestaat uit Nina Mortvedt en Nikolai Hængsle, beiden ervaren
muzikanten. In thuisland Noorwegen werd hun gelijknamige debuutalbum goed ontvangen,
zowel door pers als publiek. Ze wisten ermee als eerste Noorse act ooit de Nordic
Music Prize te winnen. Op hun tweede album Where’s
the Magic borduren ze voort op hun met soul- en funkinvloeden geïnjecteerde
popmuziek. In de muziekpers werden ze al omschreven als een mix van XTC en
Steely Dan met vocalen van Bangles zangeres Susanna Hoffs.Meer hout snijdt voor mij de vergelijking met
de latere Fleetwood Mac. Vooral in I Wanna Dance with You Again hoor je dat
duidelijk in de zang terug. Veelal bevatten hun nummers een aanstekelijk ritme, waarin ook een belangrijke rol is
weggelegd voor synthesizers. Soms gaan de ingenieuze songs heel vernuftig in
elkaar over (Into the Void, I Could Spot
You at a Hunderd Miles). Afwijkend is afsluiter Look at Me, waarin alleen Nina en Nikolai te horen zijn. Alleen
zang, gitaar en bas. Hier blijkt pas hoe mooi en warm de stem van Nina
werkelijk is. Haar stem lijkt dan op die van de betreurde Judee Sill, zij
had een van de mooiste stemmen ooit. Zoals zo vaak is less more. Alhoewel het
overige repertoire zeer de moeite waard is, hoop ik dat op een volgend album,
meer songs als Look at Me zullen
staan.
De muziek van Raymond van het Groenewoud loopt al heel lang
als een rode draad door mijn leven. Dat begon halverwege de jaren zeventig,
mijn zus bezat in die tijd de eerste platen van hem en draaide die geregeld als
ik bij haar op visite kwam. Enige jaren later, ik denk in 1978, zag ik hem met
zijn toenmalige begeleidingsband The Centimeters voor het eerst optreden in de
Try in Oudenbosch. Overigens een bijzondere locatie, de gewelven van de
basiliek. In de pauze stond de band zelf doodgemoedereerd een pilsje te drinken
aan de bar en trok mijn zus de stoute schoenen om een verzoeknummer aan te
vragen, Bleke Lena. Een verzoek wat
werd gehonoreerd door Raymond en aangekondigd werd als “op verzoek van een
jongedame”. Een jaar later leerde ik in militaire dienst een Hollandse neef van
Raymond kennen, Dennis, een echt Amsterdams lefgozertje. Zodoende kwam ik te
weten dat van het Groenewoud net zo goed Nederlander had kunnen zijn. De vader
van Raymond, Joseph (Nico Gomez), net als mijn vader geboren in 1925, zou
eigenlijk ook als militair uitgezonden worden naar Indonesië, maar vluchtte
naar België. Nederland speelde toch wel een rol in de carrière van Raymond, zo
werd zijn tweede album Ik Doe Niet Mee
geproduceerd door Hans van Hemert en uitgebracht op Philips. Ook speelde er
geregeld Nederlandse muzikanten mee op zijn albums, zoals Bertus Borgers, Eric
Vloeimans, Fay Lovsky en Mathilde Santing. Intussen zijn we vierenhalf
decennium, een groot aantal hits en albums verder. 30 januari jongstleden kreeg hij terecht op de
elfde editie van de MIA’s de Lifetime Achievement Award uitgereikt voor zijn
bijdrages aan de Vlaamse muziek. Als liefhebber van zingen in je moerstaal ben
ik van het Groenewoud uiteraard al die jaren blijven volgen. Archivaris is niet de eerste compilatie
van zijn werk, wel de eerste, die door hemzelf is samengesteld. Daarvoor dook
hij diep zijn eigen archieven in en dat leverde maar liefst vier cd’s op, die
redelijk chronologisch geordend zijn. De prijs van Archivaris is erg schappelijk, 23 euro. Helaas ontbreekt Bleke Lena, de reden waarom ik dit
jammer vind laat zich gemakkelijk raden.
Het succes is Courtney Marie Andrews zeker niet aankomen
waaien. Al sinds haar zestiende toert ze en speelde ze mee op ruim veertig
albums van anderen. Haar doorbraakalbum Honest
Life laat een volwassen vrouw horen, die zingt over ontheemding en
isolement ten gevolge van het vaak onderweg zijn. Voor een groot deel werden
die liedjes geschreven in België tijdens een verblijf van vier maanden daar.
2017 was weer een jaar als de vele voorgaande, negen maanden toeren in de
Verenigde Staten, Canada, Europa, Australië en Nieuw-Zeeland. Haar intussen zevende
album May Your Kindness Remain werd
voornamelijk geschreven op tournee, in haar busje, hotels of in een huis van
familie of vrienden. Deze keer zijn de liedjes niet zo geïnspireerd door het
leven onderweg, ze gaan meer over haar jeugd, de mensen die ze kende en kent en
over haar familie. Het werd haar duidelijk, dat veel mensen met dezelfde
problemen te maken krijgen. Voorafgaande aan het opnemen van het album
luisterde ze veel naar soul en Little Feat en dat heeft duidelijk muzikale sporen
nagelaten. De cd werd in acht dagen tijd opgenomen in een gehuurd huis in Los
Angeles. Als producer werd de gepokt en gemazelde Mark Howard (Lucinda
Williams, Bob Dylan, Emmylou Harris, Tom Waits) aangetrokken. Het fundament voor
de liedjes wordt zoals altijd gelegd door haar vaste ritmetandem William Mapp
(drums en percussie) en Alex Sabel (bas). In tegenstelling tot de voorganger is
het repertoire deze keer meer elektrisch georiënteerd. Dat levert twee redelijk
stevige nummers op, Two Cold Nights in
Buffalo en Border. Opvallend is
vooral de rol van het orgel bespeeld door Daniel Walker. De opener en titelsong
laten duidelijke gospelinvloeden horen, die nog eens versterkt worden de
geweldige achtergrondzang van gospelzangeres C.C. White. Een zangeres waar
Courtney trouwens grote bewondering voor heeft. Net als op de voorganger hebben de teksten weer een grote meerwaarde. In de loop der jaren heeft ze op dat vlak
de grootste progressie geboekt. Ze waagt zich zelfs aan sarcasme in het vrolijk
klinkende I’ve Hurt Worse :
I like you honey, even when I’m feeling used,
I like you honey, you tell lies in the form of truths,
I like you honey, even when you don’t come home,
I like you honey, being with you is like being alone
Ze schreef het geïnspireerd door een familielid, die de
gewoonte heeft om iemand te kwetsen in een relatie. Maar eigenlijk is het
volgens haar “a love song I wrote for all the folks who can’t help but fall in
love with jerks.”. Muzikaal gezien zijn de songs redelijk gevarieerd, naast
gospel vind je ook folk, pianoballades en country georiënteerde rock. May Your Kindness Remain doet wat mij
betreft niet onder voor Honest Life.
Opgegroeid is de Schotse topvioliste Sarah-Jane Summers, net
als vier voorgaande generaties, op een boerderij vlak buiten Inverness, de
hoofdstad van de Schotse Hooglanden. Sarah-Jane leerde viool spelen van Donald
Riddell, een bekende Schotse violist én vioolbouwer. Op zijn beurt leerde
Riddell zijn instrument beheersen én bouwen dankzij een familielid van Summers,
Alexander Grant of Battangorm. Aan beiden is SOLO opgedragen. Summers vertolkt twee composities van Riddell, Lament for Alexander Grant (Battan) en Lament for King George V. Naast viool
speelde Riddell ook doedelzak. Riddell werd na de dood van koning George V uitgenodigd
op zijn begrafenis te komen spelen. Dat ontroerde hem zo dat hij later Lament for King George V componeerde. Wat
deze compositie speciaal maakte voor Summers is dat ze het leerde spelen van
Riddell zelf. Bovendien was het te horen op de begrafenis van Riddell, wat
Summers is altijd bijgebleven. Ook vertolkt ze een compositie van haar
voorouder “Battan”, een violist met een fabuleuze techniek. Scott Skinner’s Welcome to Inverness
werd geschreven voor zijn gelijknamige vriend. Daarnaast vertolkt Summers de
air Lath' a' Siubhal Sleibhe Dhombh (On A
Day As I Traversed The Mountain) van de eveneens uit Inverness afkomstige
Angus Fraser. Tijdens haar studie aan The Norwegian State Academy of Music
leerde ze op de hardangerviool (Noorse viool met vier of meer resonantiesnaren)
van Håkon Høgemo Huldrelått frå Vang
spelen. Samen met haar man Juhani Silvola woont ze in het plaatsje Nesodden,
vlakbij Oslo. SOLO werd opgenomen in
de plaatselijke kerk en door het echtpaar samen geproduceerd. Overigens vormen
ze samen een voortreffelijke folkduo. Hun album Widdershins werd de hemel in geprezen door fROOTS en Songlines. SOLO bevat instrumentale composities die
Sarah-Jane na aan het hart liggen en dat hoor je. Het is muziek, die de
luisteraar diep zal raken. Niet alleen beschikt Summers over een geweldige
techniek, maar stroomt deze muziek door haar aderen. Volgens Stephen
Nachmanovitch is “the violin a ruthlessly honest seismograph of the heart”, een
omschrijving die zeker geldt voor Sarah-Jane Summers. In september komt Sarah-Jane
samen met Susanna Wallumrød naar Nederland en België voor optredens, exacte
data zijn nog niet bekend.
Af en toe is er geen touw meer aan vast te knopen aan
releasedatums van albums. In het Verenigd Koninkrijk verschijnt Hot Jazz, Cool Blues & Hard-hitting
Songs op 16 maart, maar blijkt de cd in Nederland reeds sinds 9 februari te
koop te zijn. Folk, blues en jazz zangeres Barbara Jean Spillman is intussen
negentig jaar oud en ter gelegenheid hiervan bracht kwaliteitslabel van oude
traditionele muziek, Smithsonian Folkways, een prachtige overzichtscompilatie
uit van het repertoire van Barbara. Ooit werd zij door de recensent van Playboy
treffend “Bessie Smith in stereo” genoemd. Als je haar voor de eerste keer
hoort zingen, denk je absoluut niet met een blanke zangeres te maken te hebben.
Bij het grote publiek is ze helaas niet op heel grote schaal bekend geworden en
gebleven, waarschijnlijk heeft dat te maken, dat ze haar hele leven activiste
is geweest. In de jaren vijftig jaren met argusogen gevolgd door de McCarthy
commissie. Ook trad en nam ze veel op
met Afro-Amerikanen, wat niet gebruikelijk was in die dagen. Zo maakte ze
bijvoorbeeld prachtplaten als Barbara
Dane and the Chamber Boys en Sometimes
I Believe She Loves Me met Lightin’ Hopkins. Eind jaren vijftig waren
Willie Dixon en Memphis Slim haar vaste begeleiders. Ook verkeerde ze veel in
de kringen van een andere activist, folklegende Pete Seeger. Het repertoire op
deze tweeënhalf durende compilatie geeft een goed beeld van de muziekcarrière
van Barbara. Ook een aantal live-opnames, inclusief enkele nooit eerder
uitgebrachte. Recent daarvan is de opname van het zelf geschreven King Salmon Blues, waarop ze onder
anderen begeleid wordt door haar zoon Pablo Menéndez. Haar stem blijkt hier wel
een octaaf of wat gezakt te zijn, maar ze is nog steeds uitstekend bij stem. Sterker
nog, ze treedt nog steeds op en maakt nog steeds platen. Het album is voorzien
van een keurig verzorgd veertig pagina’s tellend boekje, met uitvoerige liner
notes. Wie niet bekend is met het werk van Barbara Dane is Hot Jazz, Cool Blues & Hard-hitting Songs een meer dan uitstekend
beginpunt.
De verkopen van hun vorige album Overnight waren, ondanks dat het een prachtplaat was, erg bescheiden.
Clarke en Walker waren bang geen volgende plaat meer te mogen maken voor Rough
Trade. Alle opofferingen,
teleurstellingen en emotionele trammelant waren die het echt wel allemaal waard geweest om hun droom
te blijven vervolgen?! Een van die teleurstellingen was tijdens de promotietoer
van Overnight in Amerika, een
pijnlijk lege zaal tijdens een optreden in The Windy City, Chicago. Het leidde
tot de opener van Seedlings All, Chicago, met een persoonlijke,
openhartige tekst :
“It’s not Chicago’s fault That no one came to see me play It’s not the rain that ruined the parade The cookie’s gonna crumble And money’s gonna burn So make your peace with failure A lesson that you learn”
Die lege zaal deed hen weer eens beseffen, dat je niks
cadeau krijgt in het leven. Het duo ging aan de slag met de instelling alsof
het hun laatste album zou kunnen worden, een make or breakalbum. Clarke was
tijdens het schrijfproces op zoek naar antwoorden op pijnlijke persoonlijke
vragen en dus op zoek naar catharsis. Zo vraagt ze zich in het liefelijke Maybe I Won’t af of ooit ze moeder zou
willen worden:
“I thought a mother’s hands would grow on my arms somehow I thought I’d know Thought I’d have days and days to decide But maybe I don’t Maybe I won’t”
Mede veroorzaakt door de vele boeken over psychologie en literaire
boeken, die Clarke leest, kwam ze in een existentiële crisis terecht. Ze verwoordt
haar problemen in All Is Myth. In het
bijzonder fraaie Bathed in Light
spreekt Clarke zich openlijk uit over het zich ongemakkelijk voelen voor
aanvang van een optreden, maar ook over of mensen geïnteresseerd zullen zijn in
wat ze te vertellen heeft:
“There’s a doubt in my mind I’m the one that will get left behind That I’ll write everyday But no one cares to hear what I say That I’ll stand and I’ll sing But no one will be moved to join in That I’ve lost all I’ve got All it was that turns out I’m not”
Het etherische Ghost
light verhaalt over een relatie, die spoedig op de klippen zal lopen. Voor Sad Day had ze genoeg vertrouwen om zich
te laten inspireren door de muziek van Bill Whithers ook al klonk het
eindresultaat anders dan ze vooraf gedacht had. Tien jaar geleden zou ze dat
overigens nog niet gedurfd hebben. Inspiratie voor Things of No Use kreeg ze door te luisteren naar Richard &
Linda Thompson’s The Cavalry Cross.
Het meest opvallende nummer is het hypnotiserende Bells Ring, waarin je de invloed hoort van Laurie Anderson’s O Superman en de electropop van Lali
Puna. Daarnaast klinkt de muziek van onder anderen Motown, Sam Cooke en Karen
Dalton door in het repertoire. Uiteraard ontbreken, zoals gewoonlijk, de geweldige
arrangementen van Walker niet. Clarke had Seedlings
All bijna niet willen maken, vanwege het autobiografische karakter van de
teksten, wat haar uiteraard kwetsbaar maakt. Het is tekstueel hun meest
persoonlijke album tot nu toe, daarnaast biedt het muzikaal gezien een hoop
vernieuwing. Wederom een prachtige aanvulling van hun reeds schitterende
oeuvre, hopelijk niet de laatste. Wil je trouwens geen dief van je portemonnee zijn, dan koop je volgens mij het album het beste hier.
Theo Volk
Releasedatum: 23 maart 2018 Rough Trade / De Konkurrent
De tegenwoordig in Utrecht woonachtige singer-songwriter
groeide op in Zuid-Korea, Amerika en Nederland. Geïnspireerd door bands als Pearl
Jam, The Smashing Pumpkins en Radiohead kreeg eind vorig decennium zijn
muziekcarrière gestalte en bracht hij twee ep’s uit gevolgd door zijn
debuutalbum Wasteland in 2013. Daarna
werd het angstvallig stil. Oorzaak was een burn-out. Er volgde noodgedwongen een
pauze, waarin hij zijn tijd vulde met af en toe te reizen. Uiteindelijk hervond
hij zijn liefde weer voor muziek met als resultaat zijn tweede volwaardige
studioalbum Slow Traveler. Zijn
zelfvertrouwen op het podium had hij trouwens vorig jaar al herwonnen door zijn deelname
aan het Popronde festival. Ergens werd toen geschreven dat de Hollandse Ben Howard
was opgestaan. Zelf moet ik af en toe bij het horen van zijn stem aan Cat
Stevens denken. De opener van het album, Telescope, was reeds op Spotify te
beluisteren, wat intussen al meer dan een miljoen keer is gebeurd. Het is de
sleutelsong. De telescoop moet hier gezien worden als een metafoor, tijdens
zijn burn-out was de blik meer naar binnen gericht en dank zij zijn herwonnen
interesse in muziek weer naar buiten:
“My mind has opened up
My heart is ready to eplode
The dull and dusty strings on my guitar are ready to ring
out
I’m ready to breathe and breathe out”
Af en toe klinken er
invloeden door in zijn muziek, in A
Mighty Alliance, waarvan een mooie videoclip gemaakt is, herken je in het
ritme en manier van zingen duidelijk Richard Thompson terug. Het repertoire bestaat
voornamelijk uit fraaie, melancholische indie nummers. Een van de mooiste
voorbeelden vind ik het erg ingetogen Big
Mistake met de prachtige viool van Kristin Weber. Voor producer Steve
Savage is een belangrijke rol weggelegd, hij speelt akoestische gitaar en
synthesizers en verzorgt de achtergrondzang. Tevens schreef hij mee aan het ultrakorte
Jon & Jon en het instrumentale
titelnummer met heerlijk gitaarspel. Slow
Traveler is sinds vandaag, 9 maart, via de website van Lukas te koop. De
albumreleaseshow zal worden gehouden op donderdag 22 maart in Ekko te Utrecht.
Gurls is een Noors supertrio bestaande uit de jongedames
Rohey Taalah, Ellen Andrea Wang en Hanna Paulsberg. Vorig jaar recenseerde ik
van alle drie interessante platen. Van Rohey’s groep het goed ontvangen album A
Million Things. Ze waren trouwens vorig jaar te gast in het onvolprezen
tv-programma Vrije Geluiden. Ellen Andrea Wang verraste met het album Blank
Out, waarop ze nieuwe wegen bewandelt met een eigen mix van jazz, funk
en pop. Ook Hanna Paulsberg wist me
volledig te overtuigen met Eastern
Smiles, met haar warme jazz, waarin af en toe Latin invloeden te horen
zijn. Vanaf de eerste tonen van opener Worried
Bout Ya, waarin je de huppelende saxofoon van Hanna hoort, waren mijn oren
gespitst. Aangevuld met de geweldige, intense vocalen van Rohey en de stuwende
bas van Ellen. Op Qui is de zang van Rohey
ingetogen, bijna fluisterzacht en de begeleiding van de sax wonderschoon. Erg
ritmisch en spannend is het met ingenieus handgeklap begeleide door Rohey gerapte
Dis Boy. Voertaal op het album is
Engels, uitzondering vormt Syngedame,
gezongen en gerapt in het Noors. Hun teksten behandelen typische meiden- onderwerpen,
ze gaan over schoenen, jongens, make-up, jongens, kleren en euh jongens.
Vandaar waarschijnlijk de titel Run Boy,
Run. Alle songs werden geschreven door Hanna. De dames produceerden het
album zelf samen met Kåre Vestrheim. Hun muziek bruist vol van de energie en is
een vrolijke, spontane en funky mix van soul en jazz. Mooi is het zojuist
bevestigde nieuws, dat dit wervelende trio te zien zal zijn op het North Sea
Jazzfestival en zullen daar ongetwijfeld een van de hoogtepunten zijn,
misschien wel hét hoogtepunt.
Als wonderlijk en ondoorgrondelijk zou ik ze willen
omschrijven, dit Zwitserse duo. Ooit ontmoetten Barbara Lehnhof en Aris
Bassetti elkaar op de Visual Communications & Design School in Lugano,
Zwitserland. De eerste jaren op die school haatten ze elkaar, totdat Aris haar
experimentele filminstallaties ontdekte en Barbara zijn muziek. Dat leidde
ertoe dat ze samen nummers begonnen te schrijven. Hun eerste album verscheen
exact tien jaar geleden en sindsdien traden ze met veel succes ruim 600 keer op
in Europa, Canada en Amerika. Op The
Size of the Night gunnen ze de luisteraars een kijkje op de donkere en
mysterieuze kanten van hun ziel. Soms gebeurt dat erg serieus, maar niet
altijd. Zoals gebruikelijk schreven ze alle songs zelf en speelden en zongen
alles zelf in. Hun muziek zou ik willen omschrijven als alternatieve pop. In
januari kon Nederland al kennismaken met de nieuwe songs tijdens hun optreden
in de grote zaal van poppodium Vera tijdens Eurosonic. Maar ter promotie van
het nieuwe album komen ze de komende maanden nog een aantal optredens in België
en Nederland verzorgen.
Enige maanden geleden zagen meer dan 700.000 kijkers de
Britse blueszanger zijn single Keep Me Up
at Night in Voetbal Inside vertolken. Johan Derksen noemde hem toen het
grootste bluestalent van dit moment. Vorig jaar liet Derksen Jones ook optreden
op het door hem georganiseerde Holland International Blues Festival. Het is
snel gegaan met Jones, een paar jaar eerder trad hij samen met Samantha Fish
nog op voor hooguit honderd man. Zang technisch schortte er toen nog het een en
ander bij Jones. The Truth is
inmiddels zijn vijfde studioalbum en werd geproduceerd door Gregory Elias, een
vriend van Derksen en betrokken bij de financiële kant van het Holland
International Blues Festival. Overigens een interessante man, deze Elias. Vermogend,
mediaschuw, de man die er voor zorgde dat twee jaar geleden The Rolling Stones
op Cuba speelde, betrokken bij vele goede doelen, maar tevens de man die in het
verleden tekstschrijver was van Anita Meyer. Jones roemt de inbreng van Elias.
Volgens hem wist Elias het beste in hem en zijn band naar boven te halen. Het
album werd op Curaçao in drie weken tijd opgenomen. Elias schreef mee aan een
aantal nummers en begeleidde het postproductieproces in de oude Sony Studio's in Miami. De insteek van Jones voor
het nieuwe album was een cd vol met cross-over blues. Net als zijn helden John
Mayer, Eric Clapton en Jimi Hendrix wil hij de bluesmuziek toegankelijk maken
voor een groter publiek. Daarin is Jones uitstekend geslaagd. Zijn zang is
intussen sterk verbeterd. Vooral liefhebbers van John Mayer zullen aan The Truth geen buil vallen. Uiteraard
zal Jones, wegens zijn grote succes van vorig jaar, weer te zien zijn op het Holland
International Blues Festival.