Ayad (piano) en Sary (cello) groeiden op in een welgestelde
familie in Libanon. Beiden begonnen reeds op hun vijfde met piano spelen, Sary startte
daarnaast op zijn zevende ook op cello. Tevens kregen beiden langdurige, klassieke
training. Het debuutalbum Naseej van
de twintigers verscheen in 2014. Op hun nieuwe album Soobia worden de broers begeleid door zes musici op bouzouki,
bandir, riq, klarinet, drums, bas en synthesizers. Er is een geweldige interactie
onderling in de negen lange composities (samen ruim een uur) , die een mix zijn
van jazz, klassiek, Arabische muziek en een vleugje tango. De wonderschone, weemoedige
muziek op dit album wist mij direct mee te voeren. Eric van Domburg Scipio wees
in zijn recensie voor Popmagazine Heaven op het feit, dat je muzikaal niet zo
onderlegd hoeft te zijn om te horen, dat dit een uniek album is. Die mening
onderschrijf ik volkomen, topper in het genre!
Geformeerd reeds in 2013 in Peckham, Zuid-Londen en vorig
jaar tekenden ze voor Rough Trade, de zusjes Rowan (16), Robin (13) en Sylvie (11).
Ze komen uit een muzikaal gezin, hun vader speelt gitaar en hun moeder zingt. Uncut
Magazine plaatste al een interview met ze en besprak hun debuutalbum Dear Someone, Happy Something. Een
quote uit hun bespreking was “Syd Barrett at his most fried”. Tijdens lange
verplaatsingen in de auto luisteren ze echter graag naar The Beatles, Joni
Mitchell, Bob Dylan, The Children of Sunshine en het Canadese duo Lennon en
Maisy. Mijn eerste associatie bij opener
Forever was door de meerstemmige
vocalen direct The Roches, ook driestemmig. Volgens mij zouden die op jeugdige
leeftijd zo geklonken kunnen hebben. Verwacht geen liedjes over de speeltuin of
over Barbie poppen, maar thema’s als dood, alcoholmisbruik (Beer Fear), de droevige film Bridge to
Terabithia (River) tot aan Donald
Trump (Stop Him). De liedjes worden
gebracht met een aandoenlijk enthousiasme. Dat de meisjes talentvol zijn hoor
je vooral terug in een song als Beer Fear,
een liedje met een onderhuidse spanning. Meer dan waarschijnlijk naar een hoger
plan getild dankzij producer Steve Mackey (Pulp). Misschien kan een uitspraak
van Jarvis Cocker u aansporen te gaan luisteren : “Don't get too hung up on how
old the people who made this record are: these songs speak to a spirit that is
inside all of us - it's just that it sometimes gets buried by age.It's nice to be reminded of this time-honoured
truth: the Youth will save us!”
Theo Volk
Releasedatum: 7 september 2018 Rough Trade / De Konkurrent
Ze loopt intussen al tegen de tachtig, de legendarische soulzangeres
Candi Staton en is met Unstoppable
toe aan haar dertigste album. Ze scoorde in haar meer dan vijftigjarige
carrière een aantal hits, waaronder ook in het discotijdperk. Op Unstoppable horen we vooral moderne,
funky, southern soul en blues, beïnvloed door de muziek uit Alabama, waar ze
opgroeide. Opener Confidence zet
direct de toon, funky blazers en een uitstekende ritmesectie gevormd door haar
zoons bassist Marcel Williams en drummer Marcus Williams (Isaac Hayes, Pointer
Sisters). Laatstgenoemde was tevens coproducer. Zes nummers schreef ze zelf of
schreef eraan mee. Daarnaast covers van Patti Smith’s People Have the Power, Nick Lowe’s klassieker (What’s So Funny ‘Bout) Peace, Love, and Understanding, Norma Jenkins’
I Fooled You (Didn’t I) en Tyrone
Davis’ hit uit 1969 Can I Change My Mind.
De voortreffelijke productie was in handen van Mark Nevers (Howe Gelb,
Lambchop, Jason Isbell, Bonnie 'Prince' Billy). Op Unstoppable horen we een zeer geïnspireerde Staton, die aantoont
dat ze nog lang niet versleten is.
Theo Volk
Releasedatum: 24 augustus 2018 Thirty Tigers/Beracah Records
De zes songs op de nieuwe EP Weed Garden liggen duidelijk in het verlengde van het vorig jaar augustus
verschenen Beast Epic. Sam Beam
werkte op dat moment al aan de liedjes, echter kreeg ze niet op tijd klaar.
Tijdens de herfsttoer vorig jaar vonden ze uiteindelijk hun definitieve versies,
waaronder het onder fans populaire Waves
of Galveston. Opener is het urgente What
Hurts Worse, daarnaast ook een luchtige song als Last of Your Rock ‘n’ Roll Heroes en een persoonlijke afsluiter als
Talking to Fog, waaraan de titel is
ontleend. Laatstgenoemde song is een persoonlijke favoriet. Er is weinig nieuws
onder de zon en dat is in het geval van Sam Beam een goed teken. Want zoals
altijd zingt hij zijn liedjes op dezelfde rustgevende wijze. Overigens vind ik
deze EP iets mooier dan Beast Epic.
Zijn naam deed in eerste instantie geen belletje bij me
rinkelen, pas bij het lezen van de recensie van Johnny's Garden collega Rein van den Berg over zijn vorige album A
World Without. Volgens Rein een typische folkrockplaat. Stephen wordt
hierop ondersteund door een volledige band. Op Gall koos hij ervoor om alles alleen te doen, zang, gitaren, toetsen,
mandoline en mondharmonica. Het album werd in alle rust thuis opgenomen. Niet
bekend met voorgaand werk maakt Stephen direct indruk op mij vanaf opener en
titelsong Gall. Het werd me meteen
duidelijk, dat ik te maken heb met een uitstekende verhalenverteller. De songs
op Gall zijn een mix wat oudere en
nieuwe liedjes. Een sober luisteralbum, dat zich dan ook gemakkelijk laat
vertalen naar het podium. Hopelijk komt hij weer snel naar Nederland, want zijn
fraaie, warme stem is een lust voor het oor.
Vijf jaar geleden verraste de Amerikaanse zangeres met Ierse
roots, Colleen Raney, met Here This
Is Home. Het bevatte een combinatie van vooral Ierse en Schotse
traditionals en wat meer hedendaagse composities. Voor een groot deel werd het
geluid bepaald door de accordeon van Johnny B. Connolly, die compleet ontbreekt
op Standing in Doorways. Het is niet
de enige verandering ten opzichte van de voorganger, Colleen koos deze keer
alleen voor hedendaagse composities. Een keuze, die bijzonder goed is
uitgevallen. Meest verrassend vind ik het opteren voor Red Dirt Girl van Emmylou Harris, wat zeker zo mooi geworden is als
het origineel. Het album opent met Sorrowlessfield
van Karine en Steve Polwart, waarin op ingenieuze wijze Ierse invloeden zijn
verweven. Zoals altijd zijn de arrangementensmaakvol. Bijzondere vermelding
verdient haar vertolking van Fine
Horseman van Lal Waterson, afkomstig van de folk cultklassieker Bright Phoebus. Het ademt een ietwat mysterieuze sfeer uit. Ze
heeft trouwens een bijzonder goede neus voor het uitkiezen van mooi, maar
minder bekend repertoire, zoals afsluiter en titelsong Standing in Doorways. Uiteraard ontbreken vaste waarden Hanz Araki
en bassist Trevor Hutchinson niet. Laatstgenoemde verzorgde de voortreffelijke
productie. Het Nederlandse tintje is de master, die gemaakt werd door Sander
van der Heide (oa Sarah McQuaid).Voor hem
werd gekozen om het meer filmisch karakter van de muziek te accentueren. Standing in Doorways is net zo mooi als
de voorganger, zij het dat het geluid én composities moderner zijn.
Vijf jaar terug maakte een deel van Nederland kennis met de
uit Aalst afkomstige singer-songwriter Judy Blank via het tweede seizoen van de
beste singer-songwriter van Nederland. In de finale moest ze het toen helaas
afleggen tegen Michael Prins. Sindsdien heeft ze niet stilgezeten, in datzelfde
jaar stond ze al op Northsea Jazz en een jaar later bracht ze haar debuutalbum When the Storm Hits uit. Optredens op
grote podia volgden, zoals Lowlands en Pinkpop. Intussen heeft Judy grotendeels
haar piano en keyboard ingeruild voor de gitaar. Inspiratie voor haar nieuwe
album Morning Sun werd opgedaan
tijdens recente reizen door voornamelijk de zuidelijke staten van Amerika, waar
ze veel optrad in cafés en barretjes. Daarnaast trok ze ook naar Nashville, waar
ze veel zong op open microfoon avonden. In Nashville werd uiteindelijk in de
Southern Ground Studios haar album opgenomen onder leiding van producer Chris
Taylor (Elle King, Miranda Lambert, The Wood Brothers). Haar poppy sound werd
ingeruild voor zwoele americana. Judy is duidelijk gegroeid als zangeres en liedjesschrijver.
Bovendien had ze het geluk te mogen samenwerken met klasbakken als gitarist Ethan Ballinger en pedalsteelvirtuoos Smith
Curry, bekend van albums van levende legendes als Willie Nelson, Dolly Parton
en Lee Ann Womack. Beide heren tillen de persoonlijke liedjes naar nog grotere
hoogtes. In maart werd Morning Sun
reeds vooruitgesneld door de zeer aanstekelijke single Mary Jane, die werd uitgeroepen tot NPO Radio 2 TopSong. Het is het
eerste voorproefje van het nieuwe album Morning
Sun dat op 7 september verschijnt, gevolgd door TangledUp in You . Begin deze maand verscheen de single Tiger Eye Sun. De singles trokken ook de
aandacht van Beth Hart, die haar vroeg haar voorprogramma tijdens haar concert
in de Ziggodome te verzorgen. Daarnaast trad ze ook op in Voetbal Inside, waar
muziekkenner Johan Derksen een gloedvol pleidooi hield voor haar nieuwe album. Terecht,
want Morning Sun gaat absoluut tot de
mooiste americana releases van 2018 behoren. Aanstaande vrijdag vangt haar
clubtoer aan, de officiële releaseshow vindt plaats op 7 september in Moira,
Utrecht.
Theo Volk
Releasedatum : 7 september 2018 Munich Records / V2 Records
The Outsider kwam
zo’n twee maanden geleden uit, maar buiten een vermelding op de Facebookpagina van
Sounds Venlo, ben ik geen enkele recensie over dit uitstekende album
tegengekomen. Eigenlijk wel vreemd, want voorganger The Revealer kon rekenen op lovende kritieken. Op zijn nieuwste
worp komt een heerlijke mix voorbij van stevige rock, delta blues, gospel, folk,
honky tonk en country. Wat het album vooral aantrekkelijk voor mij maakt, is de
energie, dat er vaak van afspat, zoals opener May Have to Do It (Don't Have to Like It). Overigens het enige
nummer, wat hij niet zelf schreef. Bovendien is de vocale voordracht weer dik
in orde, naast het vaak puntige gitaarwerk. Het album werd snel, tussen het
toeren door opgenomen, maar beïnvloedde absoluut niet het eindresultaat.
Ondanks het feit dat zijn muziek niet wordt gedraaid op mainstream country
radiostations mag Dayton rekenen op een nog steeds groter wordende schare fans.
Ook in Nederland, begin volgend jaar is hij alweer terug voor een drietal
concerten en zal dan ongetwijfeld het publiek een energieke show voorschotelen.
Tot die tijd kunnen we ons te goed doen aan het korte, maar zeer krachtige The Outsider.
Frontman Felix Bechtolsheimer is een door de wol geverfde
muzikant. In het vorige decennium was hij de spil van de uitstekende groep Hey
Negrita, uiteraard met zo’n groepsnaam beïnvloed door The Rolling Stones, maar
ook door Little Feat en evenzeer door Gram Parsons. De laatste paar jaar maakt
hij nog meer furore met Curse of Lono. Eerste wapenfeit was de uitstekende ep Curse of Lono, waarop onder andere de
invloed van The Doors doorklonk. Met hun debuutalbum Severed braken ze echt door. De pers was unaniem in hun oordeel.
Opvolger As I Fell laat een in vele
opzichten gegroeide band horen. Nog beter op elkaar ingespeeld, de solide basis
wordt gevormd door de ritmesectie, drummer Neil Findlay en vooral bassiste
Charis Anderson. Huidige invloeden in hun muziek zijn naast The Doors en The
Velvet Underground, hedendaagse bands als The War on Drugs en Wilco. Toch
hoor je voornamelijk een tamelijk uniek eigen geluid. Zoals op de vorige
werkstukken schreef Bechtolsheimer alle liedjes. Niet altijd de meest vrolijke
onderwerpen, een murder ballad komt voorbij, eentje over jaloezie en een paar
over verlies van dierbaren. Erg trots is Bechtolsheimer op afsluiter Leuven. Het handelt niet alleen over
zijn grootvader, die als halve Jood opgroeide in nazi Duitsland,maar ook over de grote treinbotsing, die zijn
grootvader overleefde in 1954 in Leuven, na het zien van de eerste voetbalinterland
na de oorlog tussen Engeland en West-Duitsland. Het album is trouwens
opgedragen aan zijn Belgische vrouw Amélie. Naast een paar ingetogen songs zijn
het vooral catchy songs als Blackout
Fever en Tell Me About Your Love,
die hun groeiende populariteit verklaren. Met name in Duitsland en Nederland is
dat het geval. Reeds voordat het album officieel uit is, is het reeds aan een
nieuwe oplage toe. Mijns inziens terecht, het is wederom een prachtplaat met
een nog betere productie dan de vorige.
Theo Volk
Releasedatum: 17 augustus 2018 Submarine Cat Records
Om dicht bij zichzelf te kunnen komen, vertoefde Olivia
Chaney ongeveer vijf weken in een gammel achttiende-eeuws huis ergens op de
North York Moors. Dit familiebezit is verstoken van elektriciteit en een bad,
voor moderne tijden behoorlijk Spartaanse omstandigheden. Overdag besteedde ze
haar tijd aan nadenken tijdens lange wandelingen, om zich ’s avonds op het
componeren te storten. Shelter is
haar tweede solo album, haar debuut The
Longest River werd zeer positief ontvangen. Hans Jansen van Johnny’s
Garden noemde haar toen al één van de belangrijkste talenten van de Britse
folk. Die constatering was én is volkomen terecht, Olivia beschikt niet alleen
over een prachtige stem, maar schrijft bovendien uitstekende, verhalende
liedjes. De liedjes op Shelter zijn
nog een stuk persoonlijker en emotioneler geworden dan ophaar debuut. De inkleuring is erg sober,
precies zoals ze het wilde hebben. Als producer koos ze Thomas Bartlett, omdat
hij samenwerkte met een van haar favoriete artiesten, Sufjan Stevens. Bartlett
maakt niet alleen deel uit van de supergroep The Gloaming, maar is daarnaast
ook een gerespecteerd producer en geluidstechnicus (David Byrne, Sufjan
Stevens, St.Vincent, The National, Florence Welch). Hoe uitgekiend zijn bijdragen
op de producerstoel waren, wordt pas na veelvuldig luisteren duidelijk. Het
album kruipt langzaam maar heel zeker onder de huid. Naast op Bartlett deed
Olivia een beroep op de inventieve, klassiek getrainde violist Jordan Hunt (The
Irrepressibles, The Hidden Cameras). De titelsong is trouwens met afstand, het
mooiste liedje, wat ik dit jaar hoorde. De emotionele vertolking bezorgt me
iedere keer kippenvel. Naast eigen werk, ook een opvallende cover van Long Time Gone, ooit bekend geworden
door The Everly Brothers. De repeterende piano en viool zorgen hier voor een
hypnotiserend effect. Het had overigens niet misstaan op Pieces of Africa van het Kronos Quartet. Op ingenieuze wijze wordt
het refrein van de bekende Ierse traditional Molly Malone verwerkt in A Tree Grows in Brooklyn. Toepasselijk
is de keuze voor O Solitude van de
bekende, nog steeds erg geliefde, klassieke Barokcomponist Henry Purcell. Met Shelter levert Olivia Chaney een persoonlijk
en indringend album af, wat weinig mensen onberoerd zal laten.