Rohey - A Million Things


De opvallende parallel tussen mijn vorige recensie over Eastern Smiles van Hanna Paulsberg Concept en A Million Things van Rohey is dat de bandleden elkaar kennen van het  conservatorium in  Trondheim. Het betreft het debuutalbum van jazz/soulkwartet Rohey, de groep is vernoemd naar zangeres Rohey Taalah, die Gambiaanse roots heeft. Rohey is Arabisch voor mijn ziel. Haar voornaam doet ze alle eer aan, want haar stem is bijzonder soulvol en zit er een prettig hees randje aan. Het stond bij voorbaat vast, dat het album niet kon mislukken. De opnames vonden plaats in de fraaie Ocean Sound Recordings studio, gelegen op het Noorse eiland Giske, met uitzicht op de Atlantische Oceaan in hartje winter. De songs werden direct live opgenomen in een opstelling zodat de muzikanten elkaar konden zien en zo dicht mogelijk bij elkaar. Dat is het resultaat absoluut ten goede gekomen. Toetsenist Ivan Blomqvist schreef alle songs op drie liedteksten na, die hij samen schreef met Rohey. De arrangementen worden echter gezamenlijk gemaakt. Zij presenteren zich nadrukkelijk als groep en dat is terecht, want de inbreng van bassist Kristian B Jacobsen en drummer Henrik Lødøen is ook groot. Drummers en bassisten willen tijdens het luisteren nog weleens aan mijn aandacht ontsnappen, maar dat gebeurt niet bij deze twee heren. Hun muziek zweeft tussen poppy jazz en funky soul in. In Is This All There Is? hoor ik de invloed van Stevie Wonder. Rohey heeft veel naar zijn muziek geluisterd, net als naar Frank Sinatra. Ze mogen intussen Jamie Cullum en Gilles Peterson, eigenaar van het hippe Brownswood-label, tot hun fans rekenen. Ook in Nederland hebben ze al bewonderaars, want ze speelden vorige op het InJazz-festival. A Million Things is andermaal het bewijs dat Noorwegen veel interessante muzikanten herbergt.
Theo Volk
Releasedatum: 28 april 2017 Jazzland


Hanna Paulsberg Concept - Eastern Smiles


Hanna Paulsberg  bracht haar jeugd door op een boerderij ten zuidwesten van Oslo. Haar vader Håkon was een jazzdrummer, wiens muziek ze haatte. Ze had helemaal niets met jazz, totdat ze op een compilatie Stan Getz & Antiôno Carlos Jobim ontdekte. Tot op de dag van vandaag is Stan Getz haar grootste inspiratiebron. Naast de Noor Fredrik Ljungkvist, Wayne Shorter, Ben Webster en Lester Young, die ze ontdekte tijdens haar studie. Ze studeerde af aan het conservatorium van Trondheim in 2011. Haar debuutalbum Waltz for Lilli verscheen reeds in 2012. Ze wordt op haar albums begeleid door de nog jongere drummer Hans Hulbækmo. Hij speelt nog in een groot aantal andere bands. Het kwartet wordt gecompleteerd door pianist Oscar Grönberg en Trygve Waldemar Fiske, die staande bas speelt. Alle drie haar begeleiders voltooiden eveneens het conservatorium van Trondheim. De composities zijn van de hand van Hanna Paulsberg. Haar saxofoon, die een warme, solide sound heeft, is leidend in de composities. Regelmatig hoor je Latijnse invloeden in hun muziek. Het album Getz/Gilberto, met daarop de wereldberoemde song The Girl From Ipanema, zal ongetwijfeld niet ontbreken in de platencollectie van Paulsberg. De muzikanten kennen elkaar al zeven jaar en spelen sindsdien al samen. Je hoort dat ook duidelijk terug in hun strakke samenspel. Eastern Smiles werd opgenomen in de legendarische Athletic Sound Studio, beroemd vanwege zijn geweldige akoestiek. Het album laat een verfrissend geluid horen. Noorwegen blijft me iedere keer weer verrassen op muziekgebied en het zal zeker niet de laatste keer zijn. 
Theo Volk
Releasedatum: 21 april 2017 Odin

Tom Hickox - Monsters in the Deep


Zijn debuut was mij geheel ontgaan. Gelukkig viel onlangs ongevraagd Monsters in the Deep op de deurmat. Met een indringende blik kijkt singer-songwriter Tom Hickox in de camera, vergelijkbaar met Vincent van Gogh op zijn zelfportretten. Door de opvallend gekleurde hoes vreesde ik een retro, zeventiger jaren, psychedelische plaat. Gelukkig niets van dat alles, Tom Hickox staat met beide benen volledig in het heden. Al direct door de opbouw van opener Man of Anatomy werd ik volledig gefocust. Hickox stopt erg veel ideeën in zijn songs, een soort hedendaagse Johann Sebastian Bach. De opbouw van Man of Anatomy is zeer inventief, vooral het gebruik van het vervormde gitaarspel is geweldig, die overigens associaties geven met Portishead. Daarnaast beschikt hij over een imposante bariton. Om alvast een voorspelling te doen, als Istanbul op single zou uitkomen, dan wordt het ongetwijfeld een dikke hit. Het refrein eenmaal gehoord, vergeet je nooit meer. Bovendien zit deze song ook weer intelligent in elkaar. Uiterst sober is The Plough, alleen zang en akoestische gitaar. Het is voor mij een van de allermooiste songs van dit jaar tot nu toe. Vol ingenieuze ritmewisselingen zit The Dubbing Artist. Hickox probeert ook veel te variëren in zijn zang, zo zingt hij in The Fanfare bepaalde gedeeltes met een lagere stem. Zijn stem klinkt dan als een kruising tussen Scott Walker en Johnny Cash. Ook zijn teksten zijn interessant, Korean Girl in a Waiting Room is vanuit een opvallende invalshoek geschreven. En wordt er gerefereerd aan de Griekse mythologie in Perseus and Lampedusa, een prachtig liedje dat net als veel andere nummers gedomineerd wordt door de piano. Het titelnummer is bijna net zo catchy als Istanbul. Tot de mooiste songs behoort afsluiter Mannequin Heart, waarin de hoofdrol dit keer voor de gitaar is. Leonard Cohen en David Bowie worden in de credits genoemd als inspiratiebron. Een belangrijke rol speelde zijn levenslange vriend en co-producer Chris Hill. De Engelse pers is alvast unaniem lovend. Volgens mij gaat Monsters in the Deep aan het eind van het jaar opduiken in heel veel lijstjes, zowel van muziekliefhebbers als van critici.
Theo Volk
Releasedatum: 14 april 2017 Family Tree Records
Website: http://tomhickoxmusic.com/


Robt Sarazin Blake - Recitative



Het grote enthousiasme van Gerard Muijs over het album Robt Sarazin Blake van de gelijknamige singer-songwriter een paar jaar geleden, was toen genoeg aanleiding voor mij om ook te gaan luisteren. Een album, dat indruk maakte door fraaie liedjes als Dingle to Tralee, een reis die ikzelf overigens ook enkele keren maakte. Zo’n twintig jaar is Robert al actief in de muziek en sindsdien treedt hij ook veel op, zo’n tweehonderd keer per jaar. Het is een manier van leven voor hem geworden. In het begin werd zijn muziek beïnvloed door de folk-punk uit die tijd, denk aan mensen als Billy Bragg en Ani DiFranco. Dat vele optreden heeft van hem een zeer ervaren performer gemaakt. De titel van zijn nieuwe album, Recitative, had niet beter gekozen kunnen worden. Recitatief betekent eigenlijk simpel gezegd, het zingend spreken. Robert beheerst het tot in de perfectie. Daardoor weet hij op de juiste moment de songs de juiste accenten te geven. Daarnaast wordt hij door buitengewoon goede muzikanten omringd, die de accenten nog verder kunnen uitvergroten. Met name basspeler Doug Weiss is een lust voor het oor. Hij zorgt er regelmatig voor dat de muziek wat richting jazz schuift. Maar ook de trompet schittert regelmatig, zoals in Another New Year. En wat te denken van de heerlijk scheurende sax in opener The Other End of Fck It, dat je direct op het puntje van je stoel laat zitten. Robert had deze keer duidelijk veel inspiratie, want het is een dubbelalbum geworden, totale speellengte bijna anderhalf uur. Naast inspiratie bij schrijvers als Henry Miller en John Steinbeck vindt hij die bij muzikanten als Bob Dylan, John Prine, Shel Siverstein, Christy Moore en Lou Reed. Laatstgenoemde wordt geëerd in Couples, waarvoor Robert het wereldberoemde koortje van Walk on the Wild Side gebruikte. Absolute prijsnummer is Work, waarbij alle registers worden opengetrokken. Zijn begeleiders zijn hier fenomenaal. Het is met zijn ruim acht minuten een van de langste nummers. Alleen slotnummer Really Hard duurt nog langer. Niet veel minder dan Work is overigens het heerlijke, swingende Single Women. Robert trad al geregeld op in Europa, vooral in Ierland, helaas nog niet in Nederland. Recitative is zonder enige twijfel Robert’s beste album tot nu toe. Hopelijk krijgt hij nu de aandacht in Nederland, die hij allang verdiende.
Releasedatum: 7 april 2017 Eigen beheer



Garland Jeffreys - 14 Steps to Harlem


Een van de allereerste artiesten, die ik dankzij muziekkrant Oor rond 1974 oppikte was Garland Jeffreys met zijn gelijknamige debuutalbum, wat gevolgd werd door het eerste hoogpunt in zijn carrière, Ghostwriter, nog steeds een van mijn favoriete albums van hem. Een van de andere hoogtepunten vormt Escape Artist, met artwork van Oorcoryfee uit die tijd, Anton Corbijn. Daarna volgden nog met wisselend succes diverse releases, na Wildlife Dictionary in 1997 bleef het angstvallig lang stil rond deze beminnelijke man. Na veertien jaar kwam hij echter ijzersterk terug met het alom geprezen The King of in Between, een toepasselijke titel verwijzend naar zijn Afro-Amerikaanse, Portoricaanse en Europese voorouders. Twee jaar later gevolgd door Truth Serum, wat minstens zo goed was. Het bleek echter geen garantie, dat de platenlabels in de rij stonden voor een eventueel vervolgalbum. Zijn nieuwste album 14 Steps to Harlem kwam dankzij donaties tot stand. Vooraf had ik een goed voorgevoel, dat het weer een uitstekend album zou worden en gelukkig komen mijn verwachtingen uit. Sterker nog, zijn nieuwe cd kan gerekend worden tot zijn allerbeste werk. Deze keer opvallend weinig songs met een echte boodschap, het beperkt zich deze keer tot Color Boy Said en I’m a Dreamer. Garland kijkt deze keer voornamelijk terug, waaronder in de titelsong, wat vooral een ode aan zijn vader is. Zijn vader was niet alleen een harde werker, maar zorgde ook dat zijn zoon op de juiste wijze opgroeide. Ook heerlijk nostalgisch is Reggae on Broadway, waarin hij herinneringen ophaalt aan Joe Strummer van The Clash en Linton Kwesi Johnson, die overigens meewerkte aan Escape Artist.

In de geweldige opener When You Call My Name hoor je direct dat Garland nog steeds goed bij stem is en nog steeds de hoge noten haalt. Zoals gebruikelijk bedient hij zich van uiteenlopende genres, in Schoolyard Blues, worden we getrakteerd op spetterende, rammelende blues. Uiteraard is dit een terugblik op zijn schooltijd. Eigenlijk kan de cover van Waiting for the Man ook zo gezien worden, want Lou Reed kende hij sinds zijn studietijd. Er is ook nog een verrassende cover van Help te vinden, opgesierd met een fraaie accordeon. Een van de mooiste songs vormt het duet  in Time Goes Away met zijn lieftallige, jonge dochter Savannah. Zij heeft duidelijk goede muzikale genen meegekregen en staat al heel lang regelmatig met haar vader op de planken. We gaan nog veel van haar horen, daar kunt u zeker van zijn. Overigens telt Garland hier duidelijk zijn zegeningen en is hij zich terdege bewust dat je van alles wat je meemaakt volop moet genieten, want het zou zomaar eens snel over kunnen zijn. Ook zijn er enkele liefdesliedjes te vinden, het eerder genoemde When You Call My Name, het nog mooiere Venus en Spanish Heart, inclusief een warme accordeonbijdrage. De mooiste song wordt echter bewaard tot het slot, het breekbare en kippenvel bezorgende Luna Park Love Theme, overigens een van Garland’s persoonlijke favorieten.  Laurie Anderson, tot aan zijn dood in 2013 de vrouw van Lou Reed, bespeelt hier op subtiele wijze de viool. 14 Steps to Harlem is het derde, ijzersterke album op rij na zijn glorieuze comeback in 2011. Gelukkig is hij op 24 juni live te zien op Night at The Park Festival in Den Haag. Geloof me, Garland Jeffreys is still alive and kicking.                
Theo Volk
Releasedatum: 28 april 2017 Luna Park Records
Garland Jeffreys live: 24 juni Night at The Park Festival in Den Haag


Fionn Regan - The Meetings of the Waters


Pitchfork had op 2 februari de videoprimeur van het titelnummer van The Meeting of the Waters. Sindsdien is het ook te beluisteren op Spotify, wat intussen al meer dan twee miljoen keer gebeurd is. Terecht volgens mij, want in het nummer wordt op inventieve wijze gebruik gemaakt van dynamiek en bezit het een heerlijk ritme. Lucinda Williams noemt hem “his generation’s answer to Bob Dylan” en daar kan ik me redelijk in vinden. Folk vormt de basis van zijn muziek, alhoewel hij net als Dylan midden jaren zestig de akoestische voor de elektrische gitaar verruild op The Shadow of an EmPire en meer rockgeoriënteerde muziek ging maken. Gelukkig keerde Regan hierna terug naar het rustige folk idioom.  Overigens kwam ik Regan pas in 2011 op het spoor door de buitengewoon enthousiaste recensie van Krenten uit de pop over 100 Acres of Sycamore, wat ook direct op mij grote indruk maakte. Meteen schafte ik ook zijn andere albums aan. Naast 100 Acres of Sycamore werd zijn debuut The End of History uit 2006 volledig door mij omarmd.

De nieuwe cd liet een behoorlijke tijd op zich wachten en laat een meer avontuurlijker geluid horen, vooral door het gebruik van elektronica. Gelukkig gebeurt dit op een organische wijze. Intussen is ook het bijzonder fraaie Cormorant Bird reeds als video vrijgegeven. Op zijn website is trouwens geen enkele informatie over het album te vinden, gelukkig spreekt de fraaie muziek voor zich. Zo wordt Turn the Skies of Blue on opgesierd met subtiele percussie. In sommige nummers, Cape of Diamonds is er een van, kiest hij voor een wat commerciëler geluid. Het gebruik van trommels is hier iets uitbundiger, denk aan bijvoorbeeld Home van Dotan. Persoonlijk spreekt mij dat niet zo aan. Dat commerciëlere geluid geldt ook voor Book of the Moon en Up into the Rafters, echter deze songs kunnen mijn goedkeuring wel wegdragen. Bijzonder aanstekelijk is Babushka – Yai Ya, waarbij stilzitten onmogelijk is, helaas aan de korte kant. Er zijn ook twee instrumentale, hypnotiserende tracks te vinden, het ruim twaalf minuten durende Tsuneni Ai en het korte broertje ervan Ai. De fraaiste liedjes vind ik Wall of Silver, met subtiele elektronica en percussie, en absolute hoogtepunt het ingetogen Euphoria. Uiteraard is zoals gewoonlijk zijn zang zijn sterkste troef. Of The Meeting of the Waters zijn mooiste album is, durf ik nog niet te zeggen. Het is in ieder geval wel zijn meest avontuurlijke.    
Theo Volk

Releasedatum: 14 april 2017 Abbey Records

Website: http://fionnregan.com/



Curse of Lono - Severed


Vorige week woensdag werd Londen opgeschrikt door een terroristische aanslag. Die vond plaats in de wijk waar frontman Felix Bechtolsheimer van Curse of Lono woont. Hij heeft echter Duitse roots, Severed werd opgedragen aan zijn Duitse oma Annelies Bechtolsheimer. Hij was net met de eerste demo’s voor dit project bezig toen zij kwam te overlijden. Zij liet hem wat geld na. Op haar sterfbed beloofde hij haar dat het album aan haar zou worden opgedragen. Haar naam staat zelfs in de vinylversie gekrast. Hij heeft overigens een bekende zus, zij won tijdens de Olympische spelen van Londen een gouden en bronzen medaille in de dressuursport. Curse of Lono trok vorig jaar mijn aandacht door hun geweldige EP Curse of Lono. Het schiep voor mij hoge verwachtingen voor dit debuutalbum en die worden nog eens volledig waargemaakt. De band zelf omschrijft hun muziek als cinematic southern gothic rock. Opener Five Miles stond ook al op de EP. Een zeer inventieve opbouw kent Pick up the Pieces. Verder voorzien van een heerlijk ritme en fraai gitaarspel. De zang is hier wat uitbundiger dan gebruikelijk. Het droevige Each Time You Hurt is wat meer ingetogen. In dit soort liedjes komt Felix’s warme stem het beste tot zijn recht. Bijna word ik in Just My Head op het verkeerde been gezet, wanneer ik het idee krijg dat de band It’s Alright, Mama lijkt te gaan inzetten. London Rain met dat heerlijke Doorsachtige toetsenwerk kende ik, net als He Takes My Place al van de EP. Door het zeer aanstekelijke refrein zou Send for the Whisky tot publiekslieveling tijdens concerten kunnen uitgroeien. De geweldige zangkwaliteiten van Felix komen het best tot zijn recht in het gevoelige All I Got, voor mij het onbetwiste hoogtepunt. Niet veel minder vind ik Welcome Home, waarop je in eerste instantie denkt een accordeon te horen, maar wat een harmonium blijkt te zijn. Ook hier weer een ijzersterk refrein en daarnaast heerlijk gitaarspel. Er wordt in stijl afgesloten met het melancholische Don’t Look Down. Felix schrijft trouwens bovengemiddeld goede liedteksten. Die liedjes omspannen een periode van meer dan tien jaar. De niet alledaagse productie werd verzorgd door Oli Bayston, een uitstekende keuze van Felix. Overigens startte hij zijn carrière in Hey Negrita, die een mooi oeuvre nalieten. Ze bleven echter onbekend bij het grote publiek. De Nederlandse release staat gepland voor 9 juni, ook komen ze dit jaar nog naar Nederland voor concerten. Severed is een overtuigend debuutalbum, dat een essentiële en vernieuwende toevoeging is voor het rootsgenre.            
Theo Volk
Releasedatum: 7 april 2017 Submarine Cat Records


Unni Løvlid - Hymn


Hymn is intussen het vijfde album van deze 41-jarige Noorse muzikant. De Noorse traditionele folk van Nordfjord kreeg ze met de paplepel ingegoten door haar moeder Oline Ragnhild Løvlid. Ze groeide op in Hornindal, waar ze les kreeg in viool- en pianospelen. Van 2001 tot 2004 speelde ze samen met Sigrid Moldestad en Liv Merete Kroken in het cabaret trio Fjøgl. Deze keer kiest ze samen met haar begeleiders Håkon Thelin (staande bas), Remi Miura (shö) en Kaizan Harago (shakuhachi) voor een meer avontuurlijk geluid. Naast de gebruikelijke elementen uit de traditionele en moderne Noorse folk verweeft ze deze keer ook elementen uit de Japanse gagaku traditie. Een groot deel van deze muziek en dansen zijn afkomstig van het Aziatische vasteland en bestaan al meer dan dertien honderd jaar. Hierdoor behoort gagaku tot de oudste muzikale tradities ter wereld. Net als in de traditionele gagaku wordt gebruik gemaakt van de shö. Een belangrijke inspiratiebron voor het album vond Unni in de schilderkunst en dan met name in de Noorse art noveau. Net als in Nederland werd deze in de tweede helft van de negentiende eeuw beïnvloed door de Japanse schilderkunst. In het mooie tekstboekje zijn enkele fraaie schilderijen terug te vinden uit die tijd, waaronder van Gerhard Munthe. Overigens werd in die tijd niet alleen de art nouveau beïnvloed door de Japanse schilderkunst, het meest beroemde voorbeeld is Vincent van Gogh. Deze nieuwe invloeden leveren een bijzonder, mysterieus, atmosferisch, maar geen gemakkelijk album op. Voor Hymn moet je duidelijk de tijd nemen om het te doorgronden, maar die investering wordt uiteindelijk dubbel en dwars beloond.         
Theo Volk
Releasedatum: 14 april 2017 Heilo

Carrie Elkin - The Penny Collector


Bijzonder openhartig is Carrie Elkin op haar website in haar bewoordingen over het overlijden van haar vader vorig jaar aan de gevreesde ziekte. Het zette haar muzikale carrière op een laag pitje, want ze verzorgde haar vader in zijn laatste levensfase. Naast het leed was er de geboorte van haar dochtertje Maizy Rae. Het leverde haar genoeg stof voor een nieuw album, The Penny Collector. De titel is een verwijzing naar haar vader, die zijn hele leven munten verzamelde. Na het overlijden van haar vader, bleek dat hij een collectie van ruim een half miljoen muntjes bezat.  Dat de songs een grote emotionele lading hebben spreekt voor zich. Alle songs bevielen me al direct bij de eerste beluistering, op Always on the Run na, wat veel meer tijd nodig had. Ze kon naast op manlief Danny Schmidt een beroep doen op een keur aan geweldige muzikanten, waaronder topgitarist Will Kimbrough, die meteen in opener New Mexico excelleert. Een van de absolute hoogtepunten is Crying voor mij. Naast eigen nummers, een wonderschone cover van Paul Simon’s American Tune. Maar het is toch vooral haar prachtige stem, die de songs bijzonder maken. Het beste bevalt me haar zang in de wat rustigere nummers, waardoor haar stem warmer overkomt. Helaas heb ik ook een puntje van kritiek op haar zang. Met name in die rustige nummers, hoor je haar duidelijk ademhalen en dat leidt soms af (mij althans). De muziek is niet echt in een hokje te plaatsen, het zweeft ergens tussen americana/roots, folk en indie rock in. The Penny Collector is zonder enige twijfel Carrie’s meest fraaie album tot nu toe. Carrie Elkin en Danny Schmidt spelen graag in Nederland, gelukkig zijn ze hier in mei weer te bewonderen.
Theo Volk

Releasedatum: 7 april 2017 Eigen beheer
Website: http://carrieelkin.com/     
Carrie & Danny live:
18-05 EDAM: De Harmonie

19-05 DEN HAAG: Musemix @ Sociëteit Engels
20-05 Privéconcert  
21-05 NIEUW- EN SINT JOOSLAND: Theater de Wegwijzer (aanvang 15 uur)
23-05 NUENEN: Huisconcert




Izo Fitzroy - Skyline


Onlangs attendeerde eerst muziekvriend Freek en wat later Gerard Muijs mij op Skyline, het debuutalbum van soulzangeres, singer-songwriter en pianiste Izo Fitzroy. Heel frustrerend, bijna niets weet ik over haar. Afkomstig uit Londen en volgens mij zeer ervaren. Ook op haar website is niets terug te vinden over haar verleden. Izo beschikt over een krachtige, rauwe stem. Haar repertoire beweegt zich voornamelijk in de r&b/soulhoek, maar er zijn ook de nodige blues-, gospel-, jazz- en funkinvloeden (Dr John, The Meters) te horen. Voornamelijk worden we getrakteerd op uptemponummers, slechts af en toe een rustpuntje. Alle nummers schreef Izo samen met anderen, op de laatste drie nummers na, die ze alleen schreef, waaronder het heerlijke Break the Levee. Hope You Can Wait en Here I Come (waarvan ook een Nederlandse remix is), verschenen al eerder op single. Haar begeleiders treden nergens op de voorgrond en spelen allen in dienst van de liedjes. Soms neemt de piano het voortouw, soms de blazers en soms de ritmesectie. Bovendien hoor je regelmatig fraaie koortjes. Het zorgt ervoor dat je niet snel uitgeluisterd zal raken op deze cd. Uncut prees het album intussen al, ook bleef het niet onopgemerkt in Frankrijk en Duitsland en werd daar onlangs al opgetreden. Het lijkt me dat deze songs live nog dynamischer zullen klinken. Het is slechts een kwestie van tijd, dat Skyline hier opgepikt gaat worden. Beter dan dit ga je het dit jaar niet horen in dit genre, zeer overtuigend debuut.  

Theo Volk


Releasedatum: 24 februari 2017 Jalapeno