Iridescence is
het uitstekende debuut van de jonge, uit New York afkomstige bassist Matthew
Snow. De afgelopen zeven jaar werd zijn rol in de New Yorkse jazzscene steeds
belangrijker. De titel betekent “a lustrous rainbow-like play of color”, in het
Nederlands zoiets als kleurenspel of regenboogkleurigheid. De acht composities
werden allen door Snow geschreven. De bescheiden Snow speelt een diende rol op
het album, alleen op Bouyantly Bliss
is een korte solo van hem te horen. Nergens is een dissonant te bekennen, alles
is even harmonieus en relaxt en daarnaast regelmatig ook swingend. Vooral het
vibrafoonspel van Joe Doubleday vind ik een lust voor het oor. Dit instrument
doet me trouwens met grote weemoed denken aan Lionel Hampton, de man die het
instrument zijn grote populariteit bezorgde. Maar ook zijn andere begeleiders;
David Gibson (Trombone), Clay Lyons (Altsaxofoon) Joe Doubleday, Daisuke Abe (Gitaar)
en Wayne Smith (Drums) treden met regelmaat op de voorgrond. Een album om heerlijk
bij weg te dromen. Daarnaast ook uitermate geschikt als eerste kennismaking met
jazzmuziek.
Matthew Snow - Iridescence
Wooden Soldiers - Wooden Soldiers
In 2012 vormden Agnes Loonstra en Frank Wolff zowel in het
dagelijks leven als op het podium een koppel. Ze brachten hun liedjes
akoestisch ten gehore. Helaas liep hun relatie spaak, maar hun samen geschreven
liedjes over hun relatiebreuk werden wel het begin van de zeskoppige formatie
Wooden Soldiers. Tot nu toe werden er twee ep’s uitgebracht en trad men
geregeld op en deed men met succes mee aan de nodige talentenjachten, waarvan
men “de slag van Stukafest” won. Ze adverteren zichzelf op hun website als rootsy
dreamfolk en dat dekt grotendeels de lading. Hun muziek steunt vooral op hun
fraaie, meerstemmige zang. Denk vooral aan Crosby, Stills, Nash & Young,
the Staves en de retroband Fleet Foxes. Hun liedjes zijn geregeld gelaagd,
zodat de luisteraar bij herbeluistering steeds weer iets nieuws ontdekt. Opvallend
is het gebruik van een Indiaans harmonium en ongebruikelijk gestemde gitaren. Als
duo zongen ze vooral over thema’s in de relationele sfeer, als band zijn de
thema’s veel breder, over ouder worden, terugblikken naar vroeger en de
zoektocht naar oprechtheid en liefde in een wereld die elke dag sneller lijkt
te draaien. Wooden Soldiers is een groep onafhankelijke muzikanten, die hun
muziek in eigen beheer uitbrengen, waardoor ze bij het grote publiek nog
onbekend zijn. Aanstaande woensdag vindt de cd-releaseshow plaats in de Vechtclub
XL in Utrecht. Overige optredens de komende tijd zie hier.
Het album werd vakkundig geproduceerd door Martijn Groeneveld. De master werd gemaakt door Darius van
Helfteren en het artwork door Agnes Loonstra. Hopelijk krijgt dit debuutalbum de aandacht
die het mijns inziens verdient.
24 Pesos - Flesh & Bones
Reeds een decennium bouwt de Londense bluesband 24 Pesos rondom
frontman Julian Burdock gestaag aan hun populariteit. De band werd reeds
tienmaal genomineerd voor de British blues awards en bracht reeds vier goed ontvangen
albums uit, waarvan Do the Right Thing
in 2016 de prijs voor meest innovatieve bluesalbum won. Flesh & Bones is intussen hun vijfde album en er is weinig
veranderd in de loop der jaren, zij het dat Burdock omringd wordt door nieuwe
bandleden. Hun muziek is, zoals ze het zelf omschrijven nog steeds “our own
brand of raw and rootsy blues mixed with the sound of deep fried southern soul”.
Nog steeds zijn de liedjes van Burdock erg persoonlijk, ze gaan over universele
thema’s als het leven, de dood, liefde, pijn en over de “gewone man”. Naast
zijn band krijgt hij hulp van klasbakken als zanger Marcus Malone, die de lead
zang verzorgd op You Don’t Want Me en
harmonicaspeler Jean-Jacques Milteau is te horen op Man Like Me. Vermeldenswaard zijn ook de soulvolle
achtergrondvocalen van Katie Hector in een aantal nummers. In het Verenigd
Koninkrijk verscheen het album al op 1 augustus en kreeg daar al de nodige
positieve kritieken. Morgen wordt het album door het Nederlandse label Continental
in Europa uitgebracht.
Theo Volk
Rozina Pátkai - Taladim
De veelzijdige eenenveertigjarige Rozina Pátkai werd geboren
in Boedapest, maar is van Italiaanse afkomst. Voordat ze zich in 2012 volledig
op haar muziekcarrière stortte was ze lerares Hongaars en Engels en tevens journaliste.
Pátkai studeerde klassieke zang. Sinds 2010 speelt ze in diverse formaties.
Solo werkt ze onder haar eigen naam en heeft daarnaast ook nog haar Minka
project, waarbij ze visuele kunst combineert met gedichten en elektronische muziek. Gedichten
lopen dus als een rode draad door haar muziek. Op Taladim zet ze grotendeels wereldberoemde poëzie op muziek. Net als
op haar vorige twee albums is haar muziek doordrenkt door Braziliaanse muziek,
met name de bossa nova. Niet zo verwonderlijk dus dat ze hier A Rá en O Leáozinho van Caetano Veloso vertolkt. Op Szerelem? na zette ze alleen of met hulp van anderen gedichten op
muziek. Grote namen uit de wereldliteratuur komen voorbij, waaronder T.S. Eliot
(Song), William Blake (Laughing Song), Jane Tyson Clement (Sea Song) en Paul Verlaine (Chanson D’Autumne). Laatstgenoemde lied
wordt gezongen in het Hongaars, de rest in het Engels, Spaans en Portugees. Een
van de hoogtepunten vormt Llagas De Amor,
een van de laatste gedichten welke de beroemde Spaanse dichter Federico Garcia
Lorca schreef, vlak voordat hij vermoord zou worden. Een moord gepleegd overigens
onder raadselachtige omstandigheden. Een minder bekende naam is Zsófia Ban,
waarvan Pátkai op aanstekelijke wijze Taladim
op muziek zette. Ze publiceerde onlangs haar eerste roman. Pátkai wordt omringd
door uitstekende muzikanten : János Ávéd (saxofoons en piano), Istvan Tóth jr.
(akoestische gitaar), Ditta Rohmann (cello), András Dés (percussie). Haar man Márton
Fenyvesi speelt bas en arrangeerde op voortreffelijke en inventieve wijze de
composities. In eerste instantie in eigen beheer uitgegeven, maar terecht op 1
november door het label Tom-Tom op de markt gebracht. Buitengewoon aangename
luisterervaring.
Antoinette Konan - Antoinette Konan
Antoinette Konan werd geboren in het stadje Béoumi met zo’n
vijfentwintig duizend inwoners, gelegen in de Vallei van Bandama in Centraal
Ivoorkust. Het gebied waar ook haar favoriete instrument de ahoko, een traditioneel
percussie instrument bestaande uit drie delen, vandaan komt. Konan behoort tot
de Baouléstam. Ivoorkust is een land met zo’n zeventig inheemse talen, waar
tradities hoog in het vaandel staan. Het in 1986 op cassette uitgebrachte debuutalbum
Antoinette Konan zal destijds voor
de nodige commotie in het land gezorgd hebben. Konan combineerde namelijk het
traditionele instrument ahoko en de traditionele beurtzang met de nodige
synthesizers, drummachines en basgitaar tot iets volledig eigens. Wat me direct
opviel was de uitstekende opnamekwaliteit, die nogal eens wil tegenvallen bij Afrikaanse
opnames in de jaren zeventig en tachtig. Met haar krachtige stem weet Konan de
luisteraar bij tijd en wijle te hypnotiseren. Ook nu nog zou de muziek de
dansvloer vullen. In de loop der jaren werd Queen of Ahoko haar eretitel en is ze
anno 2019 nog steeds een van grote namen in de Afrikaanse muziek.
Website: https://thevinylfactory.com/news/antoinette-konan-awesome-tapes-from-africa/
Anne Müller - Heliopause
Opmerkelijk dat Heliopause
pas het eerste soloalbum is van de veelzijdige Berlijnse celliste Anne Müller.
Na een gedegen opleiding bij Professor Michael Sanderling aan de The Hochschule
für Musik Hanns Eisler en aan The Frankfurt University of Music startte haar
muziekcarrière in 2007. Sindsdien speelde ze mee op zo’n zestigtal albums.
Naast met iemand als Agnes Obel, met wie ze vijf jaar lang samenwerkte, veelal met
artiesten van het Erased Tapes label. Met bekende namen als Nils Frahm (op 7 Fingers) en Ólafur Arnalds (op Stare). Müller is veelzijdig, actief in
de populaire, (Neo)klassieke en in de experimentele muziek. Door het veelvuldig
samenwerken met artiesten van het Erased Tapes label lag het voor de hand dat
ze daar haar album zou uitbrengen. Bovendien had ze er al ter gelegenheid van
het vijfjarig bestaan van het label haar zelf gecomponeerde solostuk Walzer für Robert uitgebracht. Müller
schreef alle composities, speelde alles zelf in, nam op en produceerde Heliopause. Wellicht is dat de reden dat
ze de opener Being Anne noemde. Direct
wordt de luisteraar geconfronteerd met de avontuurlijke ingestelde kant van
Müller, want ze schuwt bijvoorbeeld drones en noise niet. Het is meteen het
meest experimentele stuk van het album. Maar ook haar klassieke achtergrond
klinkt regelmatig door. Solo? Repeat!
werd geïnspireerd door de muziek van Johann Sebastian Bach en Gaspar Cassadó.
We horen Müller in haar meeste pure vorm, alleen haar cello. Oudste compositie
is Nummer 2, inderdaad de tweede compositie
die ze ooit schreef. Een regelmatig terugkerende invloed is het minimalisme van
componisten als Steve Reich en Philip Glass. De titel heliopause betekent de
grens van de heliosfeer. In april van dit jaar bereikte The Voyager na 42 jaar
het einde van ons zonnestel en gaat nog steeds verder met ontdekken. Hierin zag
Müller een parallel met zichzelf. Ze is nu ongeveer 42 en ontgint op haar
solodebuut met succes ook nieuwe wegen.
Archie Roach - Tell Me Why
Het leven van Archie Roach was niet bepaald rozengeur en
maneschijn. Hij is een van de ongeveer 100.000 kinderen van Australische
Aboriginals en Straat Torres-eilanders die tussen 1910 en 1970 door de overheid
van hun familie werden gescheiden om ze te laten assimileren in de blanke
samenleving. Ook wel bekend als de gestolen generaties. Roach kwam in
pleeggezinnen terecht, waarvan de eerste twee bijzonder onaangenaam waren.
Gelukkig werd hij daarna geplaatst in Melbourne bij het uit Schotland
afkomstige echtpaar Alex en Dulcie Cox. Alex zong veel traditionele ballades en
leerde Roach gitaar en toetsen spelen. "He was a big influence on me - a
good influence. I'll love him to the day I die.", aldus Roach. Een andere goede
invloed werd zijn toekomstige vrouw Ruby Hunter, die hij leerde kennen bij het
Leger des Heils toen ze zestien waren. Zij en de muziek hielpen Roach over zijn
jeugdige drankverslaving heen. Zijn debuutalbum Charcoal Lane werd meteen een klassieker, ook volgens Rolling Stone
behoorde het album in 1992 tot de beste vijftig albums van dat jaar. Neil en
Tim Finn verzorgden trouwens de achtergrondzang op dit album. Op 1 november
verscheen tegelijkertijd zijn regelmatig schokkende memoires en deze dubbel cd
onder de veelzeggende titel Tell Me Why.
Het album bevat vooral een mooie bloemlezing uit mans oeuvre. Elf liedjes
werden voor de gelegenheid opnieuw opgenomen. Daarnaast twee oudere nummers,
die nooit eerder werden opgenomen en drie totaal nieuwe. En twee nummers van
oude invloeden, waaronder het toepasselijke I'm
So Lonesome I Could Cry van Hank Williams. Deze dubbel cd is verpakt in een
hard cover en bevat uitvoerige liner notes en unieke foto’s. Het is een
gelimiteerde, genummerde uitgave. Tell Me
Why vormt een fraaie, ander half uur durende introductie voor degene, die
niet bekend zijn met deze unieke muzikant en persoonlijkheid.
Tone Bringsdal - Prologue
De jonge zangeres Tone Hille Bringsdal woont in Mandal, gelegen in het zuidelijkste puntje van Noorwegen aan de Noordzee.
Muzikaal gezien liggen haar wortels echter in Amerika en Australië. In haar
tienerjaren luisterde ze vooral veel naar Nick Cave. Dankzij Townes van Zandt
werd ze een betere gitarist en Gillian Welch bekoorde haar vooral door een
wijze van zingen, die ze ervoor nooit eerder gehoord had. Sinds ongeveer zo’n
zes jaar treedt ze op. Na afloop van een van haar eerste optredens als support
act van The Violent Years in een club in haar woonplaats ontmoette ze Torgeir
Waldemar Engen en diens vriendin. Ze raakte in gesprek over muziek, liedjes
schrijven en opnemen. Een jaar later stelde Torgeir haar voor aan Anders Møller,
met wie hij veel samenwerkt. Als snel had Tone door dat dit de juiste mensen
waren om mee samen te werken, zowel muzikaal als persoonlijk. Ondanks dat ze
alle drie totaal verschillende achtergronden hadden. Alhoewel ze tot nu toe
geen muziek uitbracht trad Tone geregeld op, in veel gevallen samen met Engen.
Deze zomer nog speelde ze op het Island Festival als support act van Madrugada
voor zo’n 4000 bezoekers. Haar liedjes schrijft ze vaak in haar keuken, meestal
is daar een gitaar voor handen. Ze verzamelt haar muzikale aantekeningen op
verschillende wijzen, memo blaadjes, schriften, losse vellen en op diverse digitale
manieren. Soms begint een liedje met een gitaarrif, soms na het zien van een
documentaire en soms begint ze met een woord
of een zin. Maar het kan ook gebeuren dat ze tijden lang eenzelfde rif speelt
zonder dat er iets mee gebeurt. Bij het horen van haar debuutep Prologue gebeurde wel meteen iets met
mij. Op indringende wijze wist ze me meteen met haar stem te betoveren. Met dank
ook aan coproducers Anders Møller en Torgeir Waldemar Engen, die de vier
liedjes op subtiele wijze mee inkleurden. Het zo’n twintig minuten durende Prologue werd opgenomen in de Subsonic
Society. Deze ep gaat gelukkig snel een vervolg krijgen, want in de winter gaat
Tone samen met Møller en Engen haar debuutalbum opnemen. Gelukkig, want Prologue is Norwegicana op zijn allerbest.
VanWyck - Molten Rock
Een van de meest bewierookte albums van vorig jaar was An Average Woman van VanWyck, oftewel
Christine Oele. Van radiomaker “Don” Leo Blokhuis, Pieter Wijnstekers van
Popmagazine Heaven, Hester Carvalho en Frits Abrahams van de NRC tot aan de
nodige buitenlandse recensenten, allemaal sloten ze het album volledig in de
armen. Zo’n vier jaar geleden besloot de ervaren Oele solo te gaan. Sindsdien
verschenen ook enkele EP’s. Op We Do Not
Speak stond Lead On Me, wat in
een nieuwe versie is terug te vinden op Molten
Rock. Een lied met een speciale betekenis voor Oele, het was het eerste
nummer dat ze schreef na het stoppen met haar band en baan. Tevens het eerste
liedje voor haar project “One song a week”. Ook Carolina’s Anatomy werd al eerder, in een andere versie samen met Tim
Knol, opgenomen. Op An Average Woman
werd het nodige, persoonlijke verdriet verwerkt. Voor sommige nieuwe liedjes
kwam de inspiratie ook van dichtbij. Opener Supermarket
Line gaat over de supermarkt aan het einde van haar straat in hartje
Amsterdam, waar ze vaak komt. Er hangt een televisie waar de caissière naar kan
kijken, als er weinig klanten zijn. Een jaar geleden moest ze wat langer in de
rij staan en kwam op het idee er een liedje over te schrijven. Bij thuiskomst werd het nummer in een vloek
en een zucht geschreven en wist ze ook meteen dat het de opener zou gaan
worden. Een belangrijk terugkerend thema op Molten
Rock is “wat is waarheid?”. Christine probeert in liedjes als Make of Me zo eerlijk mogelijk te zijn, maar
vaak voegt creativiteit een extra laag aan die waarheid. Ook luchtigere thema’s
worden aangedaan, zoals het eerbetoon aan een goede vriendin van haar in Carolina. Na een lange nacht in een
Berlijnse nachtclub was haar vriendin nog een van de weinige op de dansvloer.
Het is niet alleen een ode aan haar, maar ook aan dansen en onverwachte
momenten van geluk. Zoals de titel al doet vermoeden is The Boatman Calls een verwijzing naar Nick Caves album The Boatman’s Call, maar tevens naar River Man van Nick Drake, Song to the Siren van Tim Buckley en
oude mythes als de Lorelei. Het refereert aan het verlangen om tot iets groters
te willen behoren, maar daarvoor dient men zich eerst over de grenzen van de
eigen angsten heen te zetten. In het tekstboekje zijn trouwens van ieder liedje
enkele essentiële woorden dik gedrukt. Net als op haar debuutalbum wordt ze
bijgestaan door de zeer ervaren producers Reyer Zwart en Frans Hagenaars. Het
levert andermaal een tijdloos album op met hier en daar zelfs wat Stones
invloeden, zoals bijvoorbeeld in The Rock
Steady Creeper. Degenen die An
Average Woman in de kast hebben staan zullen vast en zeker een plaatsje in
gaan ruimen voor Molten Rock.
Theo Volk
Stick in the Wheel - Against the Loathsome Beyond
De afgelopen jaren werd de Londense folkgroep Stick in the
Wheel overladen met positieve kritieken. Zo werden hun studioalbums From Here en Follow Them True respectievelijk album van het jaar van MOJO en The
Guardian. Intussen is Stick in the Wheel gereduceerd tot kernleden Nicola
Kearey en Ian Carter. Dit tweetal kun je zien als de hoeders van de traditionele
folkmuziek. Ze bestieren een eigen platenlabel en trekken er daarnaast
regelmatig op uit om veldopnames te maken van andere folkartiesten. Eerder dit
verscheen hiervan het fraaie tweede deel, From
Here: English Folk Field Recordings Volume 2. Daarnaast brengen ze
mixtapes uit, eind vorig jaar verscheen het eerste deel, This and The Memory of This. Het afgelopen jaar bracht het duo veel
tijd door in de studio en struinde het internet af op zoek naar geschikt repertoire,
veelal stokoud. Zo is de titel van het album Against the Loathsome Beyond
ontleend aan een uit het Oud Engels vertaalde toverspreuk uit de tiende eeuw,
getiteld Nine Herbs Charm. Wat hier
gebracht wordt op een gedeclameerde, stompende, onheilspellende wijze. Uiteraard
gaan ook nu de liedjes vaak over de gewone man in moeilijke tijden, ze noemen
hun muziek niet voor niets left-field folk. De keuze voor Swarte Smiths, Smayterd Wyth Smoke was snel gemaakt door
Nicola, want ze heeft net als ik, de nodige smeden onder haar directe
voorouders. De titel is ontleend aan het vijftiende-eeuwse gedicht “The Blacksmiths”:
Meestal werden de composities door Nicola en Ian ingespeeld.
Soms kreeg men hulp, zoals van de experimentele folkgitarist C Joynes en The
Furlong Bray, in Sang Kancil. Afkomstig
van het eerder dit jaar verschenen album The
Borametz Tree van C Joynes en The Furlong Bray. Het klinkt voor mij als een
opgevoerde versie van hypnotiserende Indonesische Gamelan muziek. Net als
Lankum op The Livelong Day is hun
muziek compromisloos en experimenteel. Ze blazen andermaal op avontuurlijke
wijze vaak stokoude traditionals nieuw leven in. Op zo’n voortreffelijke wijze,
dat Against the Loathsome Beyond nu
al uitgegroeid is tot mijn favoriete Stick in the Wheel album. Het zal
beschikbaar komen op cassette, cd en daarnaast ook digitaal.
Abonneren op:
Posts (Atom)









