Aan het eind van de vorige eeuw bracht het toen nog
piepjonge Kalmthoutse folktrio Laïs door dank zij een optreden op het Dranouter
festival, waar ze met grote bewondering werden gadegeslagen door Emmylou
Harris. De single ’t Smidje deed de
rest. Van hun debuutalbum Laïs werden
meer dan 50.000 exemplaren verkocht, ongehoord veel voor een folk album. 7.000 daarvan
vonden hun weg naar Frankrijk, doordat ze daar als support act van Sting optraden.
Hun groepsnaam is ontleend aan het Keltische woord voor stem. Het was hun
hemelse zang, die toen vele harten veroverden, inclusief het mijne. De zang in
opener Isabelle bezorgde me, na het
een aantal jaren niet gehoord te hebben, direct weer kippenvel. Op hun eerste albums bleven ze redelijk dicht
bij de traditionele folk. Maar het experiment wordt zeker niet geschuwd in hun
repertoire, zoals bijvoorbeeld Joskesong
bewijst. Hun eerste twee albums Laïs
en Dorothea zijn het best
vertegenwoordigd met ieder vier songs. Met cultheld en psychedelische
folkzangeres Linda Perhacs zingen ze diens Chimacum
Rain. Maar de luisteraar wordt ook getrakteerd op enkele songs van hun
recente albums Midwinter Tales 1 & 2.
25 is een mooie selectie uit het
fraaie oeuvre van deze Kalmthoutse dames. De latere albums bewijzen dat hun
stemmen meer gerijpt zijn en dat ze gezien hun leeftijd nog zeker met gemak 25
jaar aan vast kunnen plakken.
Laïs - 25
Replay: King Crimson - In the Court of the Crimson King
In the Court of the
Crimson King was een van de allereerste albums, dat ik ooit kocht. Het moet
1973 of 1974 geweest zijn. De wijze waarop ik het ontdekte was niet een
gebruikelijke. In 1972 kocht ik het gelijknamige debuutalbum van Roxy Music,
uitgebracht op het vermaarde Island label. In die tijd waren hun binnenhoezen
bedrukt met reclame voor andere albums van het label. Ruim een jaar bleef de
hoes van In the Court of the Crimson King
me mateloos intrigeren, totdat ik het uiteindelijk in een platenbak tegenkwam.
De klaphoes was nog mooier dan ik me had voorgesteld. Na het horen van opener 21st Century Schizoid Man wist ik zelfs
op zestienjarige leeftijd al, dat ik te maken had met een band met een uniek
geluid. De rest hoefde ik niet meer te horen en kocht de lp. Pas veel later
kwam het besef dat het een klassieker is, dat voor een belangrijk deel de koers
van de progressieve rock bepaalde en vele muzikanten beïnvloedde én beïnvloed. De groep bezat in Greg Lake een fantastische
zanger en in Peter Sinfield een uitstekend tekstdichter. Na het vertrek van hen
beiden werd Robert Fripp het bepalende gezicht van de groep. Lake zou met
succes toetreden tot Emerson, Lake & Palmer. Peter Sinfield bracht
welgeteld een soloalbum uit, het prachtige Still.
Daarna volgden de bezettingen zich tot vandaag aan toe op. De sterkste periode
vind ik 1973-1974, waarin het fantastische drieluik Larks’ Tongues in Aspic, Starless
and Black en Red verscheen.
Laatstgenoemde is mijn favoriete album van de groep. Robert Fripp bracht solo het
geweldige Exposure uit. Tot de andere
hoogtepunten uit diens carrière mogen No
Pussyfooting (met Brian Eno), I
Advance Mask (met Andy Sumners) en The
First Day (met David Sylvian) gerekend worden. Anno 2019 is Robert Fripp
still going strong en is het vandaag precies een halve eeuw geleden dat de
klassieker In the Court of the Crimson
King verscheen.
Judy Blank - Morning After
Op dit moment vertoeft Judy Blank in Amerika en is daar support
act van de doorgewinterde zangeres Sarah Peacock. Net als Dawn Brothers en Ilse
DeLange was ze vorige maand te zien in Nashville op Americanafest, het grootste
festival op het gebied van folk, roots en Americana in de wereld. In een kleine
week tijd zijn daar een paar honderd artiesten te zien, een mix van bekende
klasbakken als Malcolm Holcombe en North Mississippi Allstars maar ook veelbelovende
artiesten als Roseanne Reid, Sunny War en Orville Peck. Het is snel gegaan met
de carrière van Blank sinds 2013. Haar vorig jaar verschenen album Morning
Sun, opgenomen in Nashville, werd door mij met groot enthousiasme
ontvangen. De nieuwe EP Morning After
ontstond wederom daar. Het balletje kwam in Nashville overigens aan het rollen
dank zij Oliver Wood van The Wood Brothers, die Blank in contact bracht met bevriende
musici. Ze bewandelt deze keer wat nieuwe wegen, de aanstekelijke single Goldmine neigt naar indierock. Mooiste track vind ik het sobere en ingetogen Pretty Far, omdat hier haar mooie stem
het beste uit de verf komt. Het fraaie 1995,
verwijzend naar haar geboortejaar, stond reeds op Morning Sun, maar past volgens Blank uitstekend bij de thematiek
van Morning After. De EP wordt op 6
november ten doop gehouden in EKKO, in haar thuisstad Utrecht.
Theo Volk
Shhe - Shhe
Sinds 2009 brengt Su Shaw, een muzikant en producer met Schots-Portugese
roots, muziek uit op haar eigen label. Tot voor kort gebeurde dat onder de
artiestennaam Panda Su. Shhe is
echter een nieuw muzikaal begin. Su werd geboren op de Schotse Hooglanden en
groeide daar op in de bossen. Tijdens het maken van Shhe stond het leven van Su volledig op zijn kop. Het album is een introspectieve
zoektocht geworden, waarin ze controle probeert te krijgen over “light and
darkness that haunt the human condition. Each song on the album is questioning
identity but under guises and levels”, aldus Su. Haar muziek is mysterieus, spaarzaam en
sfeervol, waarbij ze soms op effectieve wijze gebruik maakt van repetitie,
zowel in muziek als in zang. Elektronica wordt op een organische manier geïntegreerd
in haar composities, die volledig door haarzelf werden ingespeeld. Over het
algemeen heb ik niet veel met elektronisch georiënteerde muziek, maar het
debuutalbum Shhe wist meteen mijn
volledige aandacht op te eisen.
Waltzburg - Cut the Wire
Gevoel voor humor kan de Nijmeegse indieband Waltzburg alvast
niet ontzegd worden, wie hen googlet krijgt als omschrijving “This is the official website of the best band
in the world . Love and Greetings. Bye”. Het staat echter in schril contrast
met hun teksten. Ze zijn erg doordacht en gaan vooral over wikken en wegen,
over knopen doorhakken en richtingen inslaan. De moeite die het kost om keuzes
te maken, maar ook over het moeten accepteren van de keuzes van anderen waar je
geen invloed op hebt. Tekst en muziek staan loodrecht tegenover elkaar. Waar in
de teksten nogal wat Weltschmerz voorbij komt, is de muziek regelmatig speels en
dansbaar. Hun groepsnaam dekt dus behoorlijk de lading. Zelf omschrijven ze hun
muziek als indiepop, die zich ergens tussen Kevin Morby en Vampire Weekend
bevindt. Maar in nummers als Battered en
Friends zijn ze ook schatplichtig aan
een new wave band als Talking Heads. Wat hun muziek voor mij vooral erg aantrekkelijk
maakt is met name de energie waarmee zij hun songs brengen en hun lekkere
koortjes vind ik ook niet te versmaden. De liedjes werden geschreven door
zanger Menno Krivokutya en producer Simon Akkermans, opgenomen werd in Kytopia
en De Basis. Hun debuut ep Latest News
en optredens op festivals als Sziget en Noorderslag zorgden vorig jaar al voor
de nodige bekendheid. Die zal met hun debuutalbum Cut the Wire ongetwijfeld vergroot gaan worden.
The Apartments - Live at L’Ubu
Op zaterdag 13 april verscheen in Frankrijk in een oplage van
1000 stuks op vinyl voor Record Store Day het album Live at L’Ubu van The Apartments. De Australische groep rondom
frontman Peter Milton Walsh heeft daar sinds jaar en dag zijn meest trouwe
fans. Walsh vernoemde de groep ooit naar een van zijn favoriete films, The
Apartment van Billy Wilder. In 2015 verscheen, na een onderbreking van achttien
jaar, eindelijk een opvolger voor het album Apart.
Bijna twee decennia had Walsh nodig om de vroegtijdige dood van zijn driejarige
zoontje te verwerken. Het iconische album No
Song, No Spell, No Madrigal, met de eveneens iconische hoes, is aan hem opgedragen.
De liedjes van dit album zijn ruim vertegenwoordigd op Live at L’Ubu. Ze staan op de eerste lp en vormen “the present”. De
tweede lp, “the past”, vormt een mooie selectie uit eerdere albums. Walsh wordt
omringd door ervaren muzikanten als Eliot Fish (bas en zang) en Natasha Penot (toetsen,
zang en tamboerijn), met wie hij al lang samenwerkt. Live maken liedjes als Swap Places nog meer indruk en geven me
ook nu weer kippenvel. De tekst van dit liedje komt diep binnen, hij bezingt
hier de onrechtvaardigheid dat zijn zoon op jeugdige leeftijd moest sterven en
hij graag in zijn plaats was gegaan:
De hoesfoto is trouwens een verwijzing naar dit liedje, die
in New York gemaakt is. No Song, No
Spell, No Madrigal werd ook in Nederland volop opgemerkt. Ook door Thomas
van der Vliet, hij interviewde hem niet alleen voor 3voor12VPRO,
maar bracht ook via zijn platenlabel Brandy Alexander Recordings het album in
een speciale editie uit. Bovendien haalde hij Walsh naar Nederland voor een
optreden. Naast dit fraaie Live at L’Ubu
is er nog meer goed nieuws te melden, volgend jaar gaat Walsh een
spiksplinternieuw album uitbrengen. De release van Live at L’Ubu werd me trouwens onder de aandacht gebracht door
muziekliefhebber Marc, waarvoor dank.
Wouter Dewit - Here
Veel muzikanten verafschuwen Spotify. De mening van de Belgische Neoklassieke muzikant Wouter Dewit over deze streamingsdienst zal waarschijnlijk
wat genuanceerder zijn. De compositie La Durée van zijn vorige album Still werd door zijn platenmaatschappij Zealrecords
opgestuurd naar Spotify. De curatoren van Spotify besloten om het nummer op te
nemen in hun lijst “Peaceful Piano” en is intussen al ruim 17 miljoen keer beluisterd.
Het leverde de nodige financiële armslag op en gaf Dewit nog meer artistieke
ruimte. Net als zijn bekendere landgenoot Jan Swerts koppelt hij namelijk zijn
muzikale carrière aan het leraarschap. Hij verruilde het landelijke Maaskant
voor de stad Hasselt, waar hij dit seizoen artist in residence is in
Cultuurcentrum Hasselt. Here ligt muzikaal duidelijk in het verlengde van voorganger Still, net als de hoes overigens. Hij brengt melancholische muziek
waarin zijn Hoffman piano een prominente rol speelt. Verder maakt hij gebruikt
van een Fender Rhodes, synthesizers en af en toe beats. Aangevuld met strijkers
en een enkele maal met een verdwaalde accordeon, fretless bas, drums en de stem
van medeproducer Joris Peeters in Listen
to the Wind. Die compositie verscheen reeds op single maar kreeg een nieuwe
albumversie. Met Here voegt Wouter
Dewit een mooi hoofdstuk toe aan zijn oeuvre.
Ray Blue - Work
Zelf omschrijft tenor saxofonist Ray Blue zijn muziek als “old
school swinging jazz”. Daar zou ik graag de term melodisch aan willen
toevoegen. Ray Blue is een druk baasje, hij toerde veel waaronder regelmatig in
Europa, hij speelde bijvoorbeeld op het North Sea Jazz Festival. Met veel
bekende artiesten deelde hij het podium, waarvan Alicia Keys en The Sun Ra
Arkestra de meest opvallende namen zijn. Sinds 2001 brengt hij albums onder
eigen naam uit. Zijn nieuwste album Work
bevat een uitgekiende mix van een drietal eigen composities en daarnaast bekende
en mindere bekende jazzcomposities. Work is
een bijzonder consistent geheel van ruim een uur spelplezier geworden. Soms
heeft het swingende aspect de overhand, Jimmy Smith’s Mellow Mood is daarvan wellicht het beste voorbeeld. Overigens
herinnert het gitaarspel van Jeff Barone me hier aan het heerlijk relaxte spel
van Wes Montgomery. De melodische kant komt ook uitvoerig aan bod, George
Coleman’s Amsterdam After Dark is
daarvan mijn favoriet. Blue wordt omringd door uitstekende muzikanten, vooral
het subtiele drumwerk van Steve Johns verdient een pluim. Stralende middelpunt
is echter het warme, melodische saxofoonspel van Blue zelf. Liefhebbers van
melodische en swingende old school jazz kunnen zich geen buil vallen aan Work.
Catherine MacLellan - Coyote
Met haar album the
Raven’s Sun wist de Canadese singer-songwriter Catherine MacLellan de
felbegeerde Juno Award in de wacht te slepen. De muzikale genen kreeg ze mee
van haar vader Gene, die ooit twee grote hits scoorde met Snowbird en Put Your Hand in
the Hand. De afgelopen vier jaar stonden in het teken van een eerbetoon aan
haar vader. Twee jaar terug bracht ze If
It's Alright with You: The Songs of Gene MacLellan uit. Ze toerde ook met
een show onder dezelfde naam en maakte een bekroonde documentaire over hem onder de
titel The Song and the Sorrow. Op
persoonlijk vlak ging het minder voorspoedig, haar lange relatie liep op de
klippen. Ze zingt erover in The Road is
Divided, vooral over het moment dat je weet dat de scheiding onafwendbaar
is, maar je nog steeds van de ander houdt. Out
of Time gaat over wat erna gebeurt. De titel van Coyote is ontleend aan de opener. Om haar afgelegen woning hoort ze
’s avonds regelmatig coyotes huilen, maar ze heeft er nog nooit een gezien.
Emmet’s Song is een eerbetoon aan haar neefje, die gezien wordt als het zwarte
schaap van de familie. MacLellan nam hem tijdens een moeilijke periode onder
haar hoede. Beiden leerden veel tijdens die periode. Een Nederlands tintje
heeft Night Crossing over een bootovertocht tussen Engeland en Nederland
tijdens een Europese toer :
De prachtige stem van MacLellan heeft weinig inkleuring
nodig om te kunnen boeien en blijft hier spaarzaam, maar ook gevarieerd. Zo
valt bijvoorbeeld in het Breath of a Wind de cello van Nathalie Williams Calhoun op.
Pure folk is te horen in The Tempest
wat is afgeleid van een Ierse traditional. Het liefst hoor ik haar in liedjes
als Sweet By and By en Out of Nowhere, alleen haar stem en haar
akoestische gitaar. Met haar reflecterende, hartverscheurende en hoopvolle
liedjes op Coyote steekt ze the Raven’s Sun absoluut naar de kroon,
misschien overtreft ze dat album wel. Haar liveoptredens waren mij helaas dit
jaar ontgaan, gelukkig komt ze eind volgend jaar terug voor nieuwe.
FEET - What’s Inside Is More Than Just Ham
Hoe grillig het weer in Engeland kan zijn, bleek maar weer
eens de afgelopen week tijdens het wereldkampioenschap wielrennen in Yorkshire.
Hetzelfde gaat op voor de liedjes op het debuutalbum What’s Inside Is More Than Just Ham van de groep FEET. Deze jonge
honden, die barsten van de energie, scheppen er een genoegen in om hun liedjes
te voorzien van de nodige tempowisselingen. Deze voormalige studenten aan de Universiteit
van Coventry besloten op 30 januari 2016 voor de lol een bandje te beginnen.
Tot hun grote verbazing hadden ze eind 2017 meteen succes met hun 7 inch Petty Thieving/Macho Macho. Petty Thieving is trouwens terug te
vinden op hun debuut. In het persbericht wordt hun muziek omschreven als
Britpop meets indie-punk en wordt gesteld dat ze beïnvloed worden door Shame,
Parquets Courts en Blur. Maar ik hoor ook bijvoorbeeld invloeden van The Jam en
The Clash. Wie goed luistert hoort ook invloeden uit andere genres, zoals
bijvoorbeeld uit de Braziliaanse muziek in Chalet
47 tot aan doowop invloeden in het titelnummer. Overigens komt het Engelse
weer te sprake in English Weather. In
het refrein zingen ze “You better pack an umbrella.”. Voor hun muzikale
carrière lijken ze die paraplu niet nodig te hebben, want ik zie een zeer
zonnige toekomst in het verschiet. Eerder dit jaar waren ze reeds te zien op
Eurosonic, ik verwacht niet dat het lang gaat duren voordat dit energieke
gezelschap hier de podia opnieuw onveilig gaat maken.
Abonneren op:
Posts (Atom)









