In thuisland Ierland is Anna Mieke Bishop al behoorlijk
populair dankzij haar prachtige debuutalbum Idle
Mind uit 2019. Het leverde haar een nominatie op voor de prijs van meest urgente
act van de RTÉ Folk Awards dat jaar. Anna Mieke komt uit de prachtige provincie
Wicklow, vooral bekend van het Nationale Park The Wicklow Mountains en van het
idyllische Avoca, waar de serie Ballykissangel werd opgenomen.
Vier singles gingen reeds de release van haar tweede album Theatre vooraf, Twin, For a Time, Mannequin en Seraphim. De hoes, de foto’s op de binnenhoes en de video van het
hypnotiserende Seraphim verraden meteen
al dat de natuur een belangrijke rol in het leven speelt van multi-instrumentaliste
Anna Mieke.
In haar composities zoekt ze op avontuurlijke wijze de
grenzen op van de folkmuziek, die
vermengd worden met levendige, elektronische droomlandschappen, voortbouwend op
traditionele en hedendaagse motieven. Haar vaak vloeiende atmosferische
arrangementen zorgen er tevens voor dat ze een unieke plaats gaat innemen in de
alt-folk.
Zeven van de acht composities schreef Anna Mieke zelf. Go Away From My Window is een
traditional, welke onder andere vertolkt werd door Marlene Dietrich en Bob
Dylan. Anna Mieke zingt en speelt elektrisch en klassiek gitaar, orgel en harmonium.
Verder kreeg ze hulp van Matthew Jacobson (percussie), Ryan
Hargadon (tenor saxofoon, synthesizers, klarinet, piano), Brían Mac Gloinn (gitaar,
fiddle), Rosalind Leyden (bas), Lina Andonovska (diverse fluiten), Cora Venus
Lunny (altviool, viool), Alannah Thornburgh (harp) en Nick Rayner (bas en
synthesizers).
Het album kreeg al zeer terecht een positieve recensie Mojo.
Het dromerige en atmosferische Theatre
kroop razendsnel bij mij onder de huid.
Met Valentijnsdag hoopt singer-songwriter Eric Andersen zijn
tachtigste verjaardag te vieren. Intussen een Amerikaanse folklegende, die aan
de wieg stond van de Greenwich village folk scene, samen met onder andere Bob
Dylan en Phil Ochs. Ook maakte hij deel uit van The Beat Generation.
Andersen maakte tal van prachtige albums, waarvan Blue River als zijn absolute meesterwerk
wordt beschouwd. Opgenomen in Nashville
in een perfecte setting onder leiding van producer Norbert Putnam. Een album
vol ingetogen poëtische liedjes, op een na van eigen hand. Daarnaast covert hij
More Often Than Not van cultfiguur
David Wiffen. Een album waaraan trouwens een waslijst aan muzikanten meewerkte,
waaronder grote namen als Joni Mitchell, David Bromberg, Eddie Hinton, The
Jordanaires en David Briggs.
Tribute to a Songpoet
is een prachtig eerbetoon van vrienden en/of bewonderaars, vastgelegd op een
drietal cd’s. Veertig van de songs werden door Andersen gecomponeerd, samen met
Lou Reed schreef hij You Can’t Relive the
Past en met Rick Danko van The Band Driftin’
Away. De titel verwijst trouwens naar de documentaire “The Songpoet” van regisseur
Paul Lamont over Andersen.
Overigens zat het niet altijd mee in Andersen’s carrière,
zijn beoogde manager Brian Epstein stierf nog voor dat hij die taak op zich kon
nemen. En in 1973 verdwenen op onverklaarbare wijze tijdens een reorganisatie
bij Columbia 40 master opname tapes van een langverwachte release van hem.
Andersen treedt nog geregeld op, zoals onlangs nog met zijn Nederlandse vrouw
Inge en Steve Addabbo. Beiden zijn terug te vinden op het tribute album.
In 2015 nam Paul Zoontjens (AKA Simon Keats) van The Kik
samen met diezelfde Addabbo in Shelter Island Sound NY Come to my Bedside, my Darling van Andersen op. Zoontjens werkte in
2017 mee aan het album Mingle with the
Universe: The Worlds of Lord Byron en is intussen goed bevriend met
Andersen, die al een aantal jaren in Nederland woont.
Op de hoes prijken veel grote en soms wat minder bekende
namen en ook de naam van labeleigenaar Jim Wurster. Eerder bracht het label een
respectvol en smaakvol eerbetoon aan Fred Neil, getiteld Everybody’s
Talkin’ : A Tribute to Fred Neil. Tot diezelfde categorie kan zeker ook
Tribute to a Songpoet gerekend
worden.
Hushman is een nieuw project van folkmuzikant en singer-songwriter
Ewan MacPherson, oorspronkelijk afkomstig uit Liverpool, maar met Schotse,
Welshe en Ierse roots. Verhuisde echter in1999 naar Edinburgh. Ik ken Ewan vooral van het uitstekende folktrio
Salt House en van de Keltische fusionband Shooglenifty.
Overigens begon Ewan zijn muziekcarrière ooit in Wales door
te spelen in diverse heavy metal bands. Vervolgens kreeg hij interesse in
African Township jive, dance en elektronica. Maar heeft intussen allang zijn
hart verpand aan traditionele en hedendaagse folk en roots muziek.
Het eerste wat me opvalt en bevalt aan zijn nieuwe album Hushman is de enorme relaxedheid dat
het album uitstraalt. De basispartijen van Ewan werden opgenomen in een schuur
en in een kerkhal. Ewn ging niet over een nacht ijs, het idee voor album dateert
al van 2017, na de release van zijn instrumentale album Fetch!. De eerste opnames vonden plaats in juli 2019 in de kerkhal
pal naast zijn huis toen hij net naar Strathnairn was verhuisd.
Ewan over deze bijzonder inspirerende eerste opnamesessie : “I
worked in there for about ten days which laid the groundwork for the album, I
remember some lovely days with the sun shining through the leaves making moving
shadows on the floor. Also there are two roe deer who live out the back of the
hall on the hill and we shared the sun together, they became my recording
companions, bringing inspiration! They are so beautiful and gold, bronze in colour.”.
Het opnemen van de traditional Beltane staat hem ook nog goed voor de geest : “One other event
sticks in my mind, this particular night I decided to move my vocal mic into
the main room of the church to record vocals for Beltane, which is a “neo-pagan
song”, as I began to sing a few takes I started to feel a bit nervous and kept looking
behind me, I had my back to the altar.
I had the feeling there was someone with me but I was alone
in the building. As I sang on I had a very extraordinary sensation of being
lifted a short way off my feet, I will never know if I was lifted up or not but
it felt very odd and I had the distinct impression someone didn’t want me
singing there. It was all I could do to pack up and leave with the hair
standing up on the back of my neck!”.
Ewan kreeg hulp van niet de minsten, om te beginnen van
Shooglenifty collega James Macintosh, die geregeld voor inventieve drumpatronen
zorgt. Het uitstekende basspel wordt verzorgd door Ben Nichols. Hannah Read
zingt en speelt viool op zes nummers. Verder ook nog bijdrages van Lauren MacColl
op (alt)viool, Magnus Lundmark (percussie), Kim Carnie (zang) en Thomas Hein
(piano).
De meeste songs schreef Ewan zelf, naast de reeds genoemde hypnotiserende
traditional Beltane verder nog de Scandinavische traditional Duke Henry. Ewan produceerde het album
zelf op uitstekende wijze.
Tot mijn favorieten reken ik Playing Giants, wat me door
het gitaarspel herinnert aan de betreurde Nick Drake. Tekstueel gezien vormt
Fionn Regan regelmatig een inspiratiebron, naast Bob Dylan. Ewan over zijn
teksten : “Many of my songs are about nature and beauty vs the right wing
neoliberal, capitalist, destructive side of humanity. And how many of us are
caught in the tug of war between caring for our planet and being forced to make
our way in a society that we feel is going in the wrong direction.”. Hushman is een prachtplaat, dat hoge
ogen gaat gooien in mijn eindejaarslijst.
Sinds 2010 brachten de country folk rockers van Old
Californio reeds vier albums uit. Ze zijn het best bewaarde geheim van
Zuid-Californië, praktisch alleen bekend bij de kenners van de L.A. Americana-scene
en bij bezoekers van whiskybars in de westelijke staten.
Frontmannen van de band zijn multi-instrumentalisten Rich
Dembowski (tevens lead zanger) en Woody Aplanalp, die het grootste deel van de instrumenten
voor hun rekening nemen. Hun nieuwste album Old Californio Country is voornamelijk gevuld met covers. Slechts
een drietal zijn van de band zelf, de eerste twee en I Say That Too.
Vreemde eend in de bijt vormt Because van The Beatles, geschreven door John Lennon, een van diens
meest reflectieve ballads. De zang is hier bijzonder natuurgetrouw. Een van de sterke
kwaliteiten van de band. Maar ze beheersen ook hun instrumenten, luister maar
eens naar de heerlijke lap steel in de Stones cover Wild Horses. Lowell George wordt geëerd met een vertolking van
diens klassieker Willin’, zo’n halve eeuw
al behorend tot mijn favoriete nummers.
Hoofdzakelijk oude meesters als Neil Young, John Prine en
Guy Clark wordt in het zonnetje gezet. Alleen Jason Isbell’s Maybe It’s Time is van recenter datum.
Tevens wagen ze zich aan de bekende Engelse traditional The Cuckoo. Old California
Country is een album dat dankzij de zang heerlijk weg luistert.
Op haar vijftiende begon Kirstie Lynn Mosher haar klassieke
training als sopraan onder Cecile Saine aan de Eastman Community School of
Music in Rochester, NY. Vervolgens studeerde ze Vocal Performance aan Shenandoah Conservatory, welke
studie ze vorig jaar afrondde.
De afgelopen tien jaar sleepte ze
ook al de nodige prijzen in de wacht. Naast in musicals was ze ook te zien in
diverse klassieke rollen, zoals Second Woman in Purcell's Dido and Aeneas, als
Cosette in Les Misérables, in Die Zauberflöte als Pamina en als sopraan solist
in Fauré's Requiem. Ook studeerde ze aan SongFest, een muziekfestival en
trainingsprogramma, waar het Amerikaanse lied centraal staat.
Sinds herfst vorig jaar zijn Kirstie en haar begeleider Galen
Clark woonachtig in Kansas City, Missouri, gelegen aan de Mississippi. Het
tweetal kent elkaar van Shenandoah
Conservatory. Galen bekwaamde zich daar op gitaar en ontwikkelde daar
een geheel eigen stijl. Hij versiert de
liedjes geregeld met fraaie loopjes, zoals bijvoorbeeld in A Lullaby in Joshua Tree.
Kirstie beschikt ook een
kristalheldere stem, die zowel breekbaar als emotioneel kan klinken. Haar
klassieke training hoor je eigenlijk alleen goed terug in Je Voudrais Mourir. Galen
schrijft in een behoorlijk onconventionele stijl, waarbij invloeden uit de folkmuziek,
progressieve Americana en muziek uit de Blue Ridge Mountains te horen zijn.
Cindergarden
(A Sides) is hun tweede album en absoluut geen dertien in een dozijn album.
De hoesfoto moet trouwens van een tijdje terug zijn, want Kirstie heeft eind
vorig jaar een grote metamorfose ondergaan. Overigens kwam ik dit album op het
spoor dankzij Stefan Prigmore, die het album tipte op zijn Facebookpagina.
In Texas heeft men op het
moment niet te klagen over geboren verhalenvertellers, die de traditie van
Townes Van Zandt, Guy Clark en John Prine voortzetten. Dit jaar verschenen al
prachtige albums van Terry Klein en Brian Blake. Daar kan nu het tweede album Everything
Is at Least Both van Stefan Prigmore aan toegevoegd worden.
Meteen vanaf de etherische opener
David and Goliath werd ik het album
ingezogen. Oorspronkelijk een gedicht ontstaan tijdens een van Stefan’s
wandelingen. Coproducer Clay Parker voorzag het van een intrigerend tintje.
De hoes is volgens zijn
vrouw Becky een verwijzing naar de titel : “The cover is dark, and looks almost
black, with striking white lettering. When we look closely, we can make out two
faint figures. One of them is gone from us now. A few years ago, these two made
a gorgeous album together in our home. They were connected by much more than
friendship, and their philosophy on life gave this album its name. Everything
is always at least both, and more...”.
Sinds zijn tienerjaren maakt Stefan muziek, waarmee hij in de
voetsporen trad van zijn vader, net als hij vaak inspiratie halend tijdens zijn
wandelingen in het bos en langs de rivier. Zijn muziek is een toegankelijke mix
van Americana, folk en rootsmuziek. Hij heeft een
onderscheidende en dynamische stem en zijn teksten komen oprecht over op de
luisteraar.
De mooie orgelpartijen zijn van
Clay Parker en het geweldige dobro en steel gitaarspel van James McCann. Veelal
zijn songs van eigen hand of cowrites, waaronder CV-One-Nine, wat hij schreef met de talentvolle Jaimee Harris. Everything Is at Least Both is een album
wat mij snel wist te overrompelen.
Hieronder de niet geheel objectieve, maar wel bijzonder informatieve
recensie van vrouwlief Becky :
Today, my husband Stefan Prigmore released a new album called Everything Is at Least Both. I'm excited
for everyone to hear it, but at home, we've been living with and loving and
nurturing this album for the past year. I know it like my own hands. I know
everything about it, even the stuff I don't understand about the technical side
of things. Let's get into it...an album review by his wife, biggest fan, best
friend, dog mom, and shoulder to lean on.
The cover is dark, and looks almost black, with striking white
lettering. When we look closely, we can make out two faint figures. One of them
is gone from us now. A few years ago, these two made a gorgeous album together
in our home. They were connected by much more than friendship, and their
philosophy on life gave this album its name. Everything is always at least
both, and more...
The first track is a spoken word poem written by Stefan during his
hitchhiking days. He wanted to use it somehow, and he took it to Clay. Stefan
was so excited when he called to tell me about all the spooky, dark, ethereal
stuff Clay had come up with for instrumentation. It really became something
entirely new and unique within Stefan's catalog.
The second track, Gunpowder
and Pine, was also a collaboration with Clay Parker, the producer engineer
for the album. Stefan had a pre-recording session with Clay in south Louisiana,
at which I know for certain there was plenty of whiskey, pie, and biscuits.
Stefan started the song after we moved to East Texas, and Clay helped finish
writing it. Stefan was so happy about the way Clay's lyrics finished the
verses, and it came together in a very warm and comfortable way. It has been
such a joy to watch their friendship and creative partnership evolve and
strengthen. This track also welcomes Pete Damore and James McCann to the album.
Pete (Ordinary Elephant) on mandolin and octave mandolin adds depth and folk
roots and general awesomeness. James on dobro and steel guitar kicks everything
up several notches. I remember getting a video of their weekend recording
session, and they were all standing around grinning hugely at each other and clearly
enjoying themselves very much. I think of that when I hear these songs.
The third track is a song called I Play C, written by prolific Fort Worth songwriter James Michael
Taylor. It's a heartbreaking and hopeful tune of dust, death, despair, family, and
unconditional love. Stefan has played a cover version of it in honor of James
for many years. When I met James, he had just played this song at Rodney
Moore's Picking Round the Campfire at Last Call bar. Stefan wasn't there yet,
and James charmingly introduced himself to me and told me the name of the song.
Rodney helpfully jumped in, "She knows the song, she's dating
Stefan!"
The fourth track is called Tracy.
When I first started dating Stefan, I knew this song was about an ex
girlfriend. It was also everyone else's favorite song of his. I had a brief
flare of envy, and then I listened to the words. This is the best breakup song
ever, and I'm so grateful.
The fifth track is Devil
Dogs and the Rattlesnake. These south La boys really dig into the swamp on
this one, as Stefan spins a fabled yarn of acceptance, redemption, lessons
learned, and the power of nature.
When Stefan decided to start playing a cover of Heather Little's
song Razor Wire, it was during
pandemic quarantine. He had always been moved by the song, but he burrowed
further into it and obsessed for hours on the perfect guitar parts to make it
his own. It's track six on the new album with some beautiful instrumentation
and arrangements by Clay, James, and Pete. Friends of both Stefan and Heather
sometimes enjoy requesting that each of them play their own versions of this
wonderful song.
Next up is the rollicking, rocking romp called Lacretia. Stefan told more about the
background of this song on a recent Funkytown podcast. Suffice to say, yes it's
about that one bait shop on Jacksboro Highway. Yes, this lady was a real rough
cob. And no, we don't know for sure whether she was actually murdered. But she
didn't act like someone who cared about escaping death threats, so no one knows
for sure.
Track eight is CV 19.
This song was cowritten with Jaimee Harris while the world was shut down. We
had watched in shock as our dear friend's death was made into a political
issue, and that was never okay. These events in March 2020 shaped everything we
felt and experienced during the pandemic. Our friend was dynamic, joyful, and a
true voice of God on Earth.
Track nine is the rousing favorite, Door Girl. This version is slower than we've been accustomed to,
and I asked Stefan about it. He said, "James really takes this thing into
outer space." It turns out, this is absolutely true. The tones on steel
guitar are out of this world. This hilarious song is always a crowd pleaser,
with its witty phrases and quintessential introduction, "And then she
moved to Houston with my brother." Thanks for giving me the chance, LF!
Track ten is Kramer's Song.
Out at the junction of Stephens and Throckmorton counties, there's a magical
wooden shack where you can belly up to the bar, watch the game, get the gossip,
hear the music, and get a six pack to go. We met Keaton there - a friendly,
open guy with a great smile and a love for music. I chatted with him about his
job in the oil fields, and he bought one of everything from Stefan's merch box.
He helped me balance on a chair and attach my signed dollar to the wall of the
beer joint as is their custom. When we heard his bright light was gone, we were
devastated and our hearts went out to the family and friends in that little
area.
The final track eleven is an unbelievable version of longtime
favorite Real Man. Everyone on this
track is giving it everything they've got. Soaring vocals, intricate rhythms,
hints of blues and zydeco and Motown, and gut wrenching lyrics. Stefan plays
drums on this track, which is common for him, but not everyone knows it was his
first instrument. He plays for the love of his dad Chuck, a fantastic drummer
and our favorite veteran, whom we miss everyday. He's pictured here at his last
dove hunt.
Lang werkte Pim als producer en muzikant met uiteenlopende
artiesten als Douwe Eisenga, Meindert Talma, Wannes Cappelle, Vive la Fête en
broeder Dieleman. In april 2019 besloot hij parttime als chemicus te gaan
werken. Over de voordelen daarvan zei hij toen in een interview met 3voor12 ; “Ik
vind het wel een hele fijne manier van werken om geen druk te ervaren dat het
iets moet worden. Het hoeft namelijk financieel niets op te brengen, en qua
waardering eigenlijk ook niet. Het maakt me dan ook niet zoveel uit wat er mee
gebeurt als ik iets uitbreng. Het is leuk als er mensen naar luisteren, maar
als dat niet zo is, dan is het ook goed.’’.
Dat werken in alle rust heeft nu geleid tot Je Mag Alles Als Je Droomt, een album voor
het eerst uitgebracht onder zijn eigen naam. Ondanks dat het om covers gaat is
het een zeer persoonlijk album geworden. In de vorm van hertalingen van liedjes
die veel voor hem betekenen vertelt hij over zijn ervaringen met de liefde,
depressie en het achter zich laten van zijn christelijke opvoeding. Muzikaal
gezien is het redelijk luchtig geworden als tegenwicht voor de vaak
zwaarmoedige teksten. Opener Ik Flirt
Heel Mijn Leven Al Met Jou zet meteen de (treurige) toon :
“Oh dood, je moet me niet
Je dunt mijn geliefden
Ik verlang soms naar je rust
Je bent wreed en je bent er altijd
Toen mijn moeder kanker kreeg
Vocht ze tot ze niks meer kon
Toch liet je haar smeken
Heere Jezus, wacht niet langer”
Het is een vrij letterlijke vertaling van Vic Chesnutt’s Flirted With You All My Life. Bekendste covers
zijn Into My Arms van Nick Cave en One More Cup of Coffee (Valley Below)
van Bob Dylan.
Laatstgenoemde song is in de originele uitvoering een duet
van Dylan met Emmylou Harris, begeleid door het fraaie vioolspel van Scarlet
Rivera. Hier wordt de tweede stem prachtig ingevuld door Janine van Osta (Vampire
Boyfriend). Minst bekende song die gecoverd wordt is Gewoon Een Mens Te Zijn, een song van David Bazan. Verder songs van
grote namen als Leonard Cohen, Sufjan Stevens, U2, Tom Waits en Eels.
Over het algemeen is de zang en muziek bijzonder ingetogen. Pim
nam de plaat op in zijn eigen studio met coproducer en multi-instrumentalist Rinze
Voorberg. Naast van Janine van Osta kreeg Pim verder hulp van Peter Slager
(BLØF) op bas en broeder Dieleman op banjo.
Al zo’n twee decennia is de Amerikaanse powerhouse zangeres
Dayna Kurtz een graag geziene gast op de Nederlandse podia. Ze brak in
Nederland door met het album Postcards
from Downtown, waarop Somebody Leave
a Light On over de betreurde Jeff Buckley een hoogtepunt vormde.
Een jaar later maakte ze live grote indruk tijdens
live-optredens. Zelf zag ik haar solo optreden in 2003 in de 013 in Tilburg. Het
live-concert op 5 juni dat jaar in Paradiso verscheen op DVD onder de titel “Postcards
From Amsterdam”. Ze werd toen onder andere bijgestaan door klasbak Roel
Spanjers op toetsen en accordeon en door drummer Randy Crafton.
Crafton is op Lulu
and The Broadsides de uitstekende producer en geluidsman van dienst. De
opnames vonden in drie verschillende studio’s plaats, maar dat hoor je niet
terug. Het album heeft een duidelijke live vibe. Lulu and The Broadsides is overigens niet hun eerste album, op 25
april 2019 verscheen hun debuut Sampler.
Twee nummers van dat album, You’re Trouble en A-Grade,
zijn ook terechtgekomen op het nieuwe album. Zes nummers schreef Dayna zelf en
overige vijf zijn covers, waarvan de Nick Cave klassieker Into My Arms de bekendste is. Bijzonder soulvol is haar vertolking van How Do I Stop, waarin ze laat horen meer
dan alleen een powerhouse zangeres te zijn.
Erg aanstekelijk is het eerder genoemde A-Grade, waarvan de titel een verwijzing is naar haar partner Gary
die ze gekscherend een A-grade piece of ass noemt. Bijzonder intrigerend is
haar cover van Iggy Pop’s I Need Somebody, wat door haar geweldige bandleden voorzien wordt van
een broeierige, onderhuidse spanning en daarna naar een geweldige climax
wordt toegewerkt.
Dayna wordt omringd door de wol geverfde muzikanten, die het
album naar een torenhoog niveau drijven. Vooral het toetsenwerk van Glenn
Hartman bevalt me erg goed. Overigens heeft Dayna niet een complete band nodig
om volledig te overtuigen. Dat bewees ze samen met Robert Maché vier jaar terug
nog met het bijzonder fraaie Here
Vol. 2.
De tweede helft van januari komt Dayna met Robert naar
Nederland en België voor optredens. Tot die tijd laaf ik me aan de prachtplaat Lulu and
The Broadsides, wat nu in Nederland verkrijgbaar is. Zeer warm aanbevolen!
Oorspronkelijk komt singer-songwriter Dave Helgi Johan Debrecen uit
een kleine IJslandse gemeenschap in Gimli, Manitoba, Canada. In februari 2019
verhuisde hij naar Byron Bay, Australië om zich volledig te kunnen ontplooien
als soloartiest en om samen te werken met lokale artiesten.
Sinds die tijd toert hij in een busje door heel Australië.
In de tussentijd werkte hij aan songs in datzelfde busje, maar soms ook in de
slaapzaal van een hostel tijdens de lockdown tot zelfs in een wagen bij The
Arts Factory in Byron Bay.
Dave noemt het een “labour of love”. Door elk instrument
zelf te bespelen en soms zelfs verschillende instrumenten van vrienden en
andere muzikanten te lenen om deze nummers in te vullen, is dit album een
proces geweest met enkele wegversperringen.
De muziek op zijn album Drumheller
is een opgewekte en een geheel eigen mix geworden van Lofi Indie, Folk en Alt
Country. Bij het beluisteren van het album had ik meteen associaties met de
muziek van Alexander. Het is feelgood muziek van de bovenste plank. Geregeld
ook aanstekelijk, zoals het catchy Firefly,
waarvan het refrein meteen blijft hangen.
Drumheller
verschijnt op het sympathieke Berlijnse label Greywood Records, dat wel vaker
een goede neus blijken te hebben voor onbekende, maar meer dan uitstekende
muziek.
Na negen jaar wordt de Canadese blueszangeres Layla Zoe op
haar nieuwe album The World Could Change
herenigd met producer, componist en multi-instrumentalist Henrik
Freischlader. Het album verschijnt op het label van Freischlader. Layla is een
artiest naar mijn hart, heeft niets met streamingdiensten, waar haar muziek dan
ook niet terug te vinden is. Artistieke vrijheid is het grootste goed voor
Layla.
The World Could Change
is opgedragen aan diegenen die opkomen voor echte vrijheid in al zijn
hoedanigheidvormen. De songs op het nieuwe album zijn een uitstekende mix van
blues rock en tedere, soulvolle ballads. Layla is een powerhouse, maar kan ook
bijzonder ingetogen zingen.
Vooral de ballads bevallen me uitermate goed, favoriete song
is het meer dan acht minuten durende Baby
Bird. Een lied over een vrouw die haar zwangerschap verliest. Ook ingetogen
is Praying Kind, waarvan ik dacht dat
over haarzelf ging, maar dat blijkt bij navraag niet zo te zijn.
Het trage ritme aan het begin van het titelnummer deed me
herinneren aan de Sirtaki. Wellicht bewust of onbewust een knipoog naar Layla’s
Oost-Europese roots. Freischlader speelt naast gitaar, bas en drums. Freischlader
krijgt geregeld de kans van Layla op gitaar zijn duivels te ontbinden, zoals in
opener Dark Heart.
Het duo kreeg alleen hulp op Hammond orgel van Moritz
"Mr. Mo" Fuhrhop. Zoals gebruikelijk schreef Freischlader de muziek
en Layla de teksten. Als altijd levert Layla kwaliteit, maar ook kwantiteit,
wantThe
World Could Change duurt ruim zeventig minuten.