Bonny Light Horseman bestaat uit Anaïs
Mitchell, Eric D. Johnson (Fruit Bats, Shins) en Josh Kaufman (The National). Alle
drie muzikanten met een grote staat van dienst. De drie kregen in 2018 een
uitnodiging om te komen optreden op het Eaux Claires Festival, georganiseerd
door Justin Vernon en Aaron Dessner. Het drietal bleek een artistieke klik te
hebben en een voorliefde te delen voor eeuwenoude traditionals. Het optreden in
Wisconsin werd een groot succes. Reden
voor Dessner en Vernon om het drietal te vragen om deel te nemen aan een week
durende workshop in Berlijn. De sessies vonden plaats in The Funkhaus en de
opnames zouden de basis gaan vormen voor hun debuutalbum Bonny Light Horseman. De groepsnaam werd ontleend aan de prachtige
opener. Trouwens twee jaar geleden ook opgenomen door Lúnasa voor hun album Cas en fraai gezongen door Natalie Merchant.
De samenwerking is een duidelijke
voltreffer, er is absoluut sprake van synergie, men voelt elkaar perfect aan.
Bovendien kan men een beroep doen op niet de minsten, te beginnen met initiatiefnemers
Justin Vernon en Aaron Dessner. Daarnaast op The Staves en Lisa Hannigan, die
de achtergrondzang verzorgen op de bekende traditional Blackwaterside. Hierop is ook de banjo te horen van Kate Stables
van This Is the Kit. Vernon neemt de vocalen van Bright Morning Stars voor zijn rekening. Het album werd begin vorig
jaar verder afgewerkt in de Dreamland Studios in Woodstock. De traditionals
werden voorzien van een eigentijds arrangement en harmoniezang. Het resultaat
is een verbluffend mooi album, dat niet alleen folk liefhebbers , maar ook een diverse
groep andere muziekliefhebbers, zal gaan aanspreken. Het voorwoord werd trouwens
geschreven door M.C. Taylor (Hiss Golden Messenger). Hij schreef mee aan de
enige niet traditionele song, Mountain
Rain.
Bonny Light Horseman - Bonny Light Horseman
Jochen Tiberius Koch - Astoria
Het tweede conceptalbum, getiteld Astoria, van de uit Leipzig afkomstige
Jochen Tiberius Koch verschijnt op Schole Records. Dit interessante label staat
vooral bekend om hun Neoklassieke releases. Vorig jaar recenseerde ik nog Companion
van Quentin Sirjacq. Maar Schole Records brengt ook andersoortige prachtige
muziek uit, enkele jaren geleden recenseerde ik nog Tama
No Koto van Paniyolo. Een album waar trouwens zelfs mensen met ADHD zen
van worden. Kochs nieuwe album is een mix geworden van Neoklassieke muziek vermengd
met elektronische en popelementen. Af en toe heeft de fraaie muziek ook een
filmisch en soms een bombastisch karakter en hoor je lichte invloeden uit de
minimale muziek. Astoria vertelt het
verhaal van het beroemde Astoria Hotel in Leipzig én tegelijkertijd een eeuw Duitese
geschiedenis. Het Astoria hotel had bij de opening in 1915 zo’n 200 kamers en
stond in het centrum van Leipzig. Tijdens de hevige bombardementen op 4
december 1943 werd het hotel grotendeels verwoest. De west- en zuidvleugel
moesten volledig hersteld worden. Tussen 1978 en 1981 werd het hotel
gemoderniseerd en kreeg het een nieuwe vleugel, het zo geheten Government
Hotel. Hier namen vooral politiek en sociaal geaccepteerde gasten hun intrek.
Na de hereniging met West-Duitsland werd het hotel geprivatiseerd. In 1996
werden de deuren definitief gesloten en staat het sindsdien leeg. In de teksten
worden ook politieke kwesties uit een periode aangekaart, die men in Duitsland
het liefst zou willen vergeten. Muzikaal wordt Koch bijgestaan door de
zangeressen Minna en Fräulein Laura, die ook meeschreven aan sommige teksten.
Het Schmalkalden Philharmony werd gedirigeerd door Knut Masur. Astoria geeft een fraaie muzikale en
intrigerende blik op de geschiedenis van een beroemd hotel maar ook van een
eeuw Duitsland.
Torgeir Waldemar - Love
Tot de fraaiste albums van het
vorige decennium behoorde voor mij Torgeirs tweede album No Offending Borders. Hierop was een
uitgekiende mix van afwisselend meer folk- en rock getinte songs te horen.
Hierdoor waren de verwachtingen hoog gespannen voor zijn derde album Love. Grote inspiratiebron voor het
album vormde Brian Wilsons Love and Mercy.
Torgeir licht het als volgt toe : “Love is the driving force behind all our
actions. But love isn’t necessarily beautiful or pleasant – it contains too
much – everything from self-destruction to crimes of passion. We need to take
care of one another, but also the world around us. We've been acting out of
love, even if it’s love of money or status. As a consequence, the oceans are
dying and the forests are burning. Is this the way we show future generations
what love is… Love requires commitment and also has consequences.". Nog meer is het nieuwe album geworteld in de
rock van de jaren zeventig en heeft het duidelijke raakvlakken met Neil Young
& Crazy Horse. De songs zijn nog meer uitgesponnen dan op de voorganger,
afsluiter Black Ocean duurt zelfs
meer dan een kwartier. De nummers zijn net zo meeslepend geworden als de
rocksongs op de voorganger. Veel van de songs lijken me dank zij jams tot stand
te zijn gekomen. Een belangrijke rol is weggelegd voor Anders Møller en Ole
Henrik Moe. Vooral met eerstgenoemde werkt Torgeir veel samen. Beide heren
zullen ook een grote vinger in de pap gaan hebben in het later dit jaar te verschijnen
debuutalbum van Tone Bringsdal. Eind april zal Torgeir ongetwijfeld twee
spetterende liveshows geven in België.
Madame Judy - What Can I Hope For
Enigszins verwarrend, Madame Judy blijkt niet
de artiestennaam van een zangeres te zijn, maar van een in Amsterdam woonachtig
duo. Heike Staudacher (zang, gitaar en componist) blijkt oorspronkelijk
afkomstig te zijn uit het Zwarte Woud en Charlotte Vavoukaris (violoncello en
achtergrondvocalen) komt uit Sint-Niklaas. Ze ontmoetten elkaar op de
universiteit van Amsterdam, waar ze allebei doctoreerden in de biologie. De
muzikale samenwerking begon toen ze gevraagd werden op een bruiloft van een
gemeenschappelijke vriend te spelen en zijn daarna niet meer gestopt. Charlotte
is klassiek getraind, ze legde succesvol een studie violoncello af aan het
conservatorium van Antwerpen. Ze blijkt
ook nog jazz trompet en gitaar te spelen. Heike is praktisch autodidact, ze
deed de nodige podiumervaring op in de countryband, waarin ook haar vriend Benjamin
Saurer speelde. Naast muzikant is de uit Berlijn afkomstige Saurer ook schilder.
De liedjes op hun debuut What Can I Hope
For gaan volgens Heike over persoonlijke ervaringen die in verhaalvorm
worden gegoten. Niet vreemd dat ze als inspiratiebron voor het album iemand als
Townes van Zandt noemt, maar verder ook the
Carter Family, Gillian Welch, Hank Williams, Emmylou Harris en Gram Parsons.
Het door Heike zelf geschreven materiaal moet dus in de countryhoek gezocht
worden en dan vooral van heel lang geleden. Zo zelfs dat je af en toe denkt met
traditionals te maken te hebben. Opener en titelsong What Can I Hope For is het eerste liedje wat Heike ooit schreef en
bevat alles wat volgens hen countrymuziek zo aantrekkelijk maakt. “Everything
can be lost, but the song is still in Major and somehow tragically funny.”, aldus
Heike. Ook liedjes als Wedding Day, Our Love en Completely Different zijn opgebouwd volgens datzelfde stramien.
Liedjes die ze ook graag live zingen vanwege de harmoniën en omdat ze zo goed
harmoniseren met de violoncello. Het instrument pas trouwens wonderwel goed bij
hun muziek. Na optredens krijgt men vanuit het publiek regelmatig respons op
Completely Different en The Highschool Song omdat men hun schooltijd op dezelfde
manier ervaren heeft. Op afsluiter Our
Love zingt Benjamin Saurer mee. Vreemde eend in de bijt en mijn
persoonlijke favoriet vormt He Don’t Want
No More vanwege de onderhuidse spanning. Heike beschikt trouwens over een mooie stem,
waarmee ze me echt mee weet te raken. Ook de harmoniezang is fraai. Het album
werd opgenomen, gemixt en gemasterd door Philipp Moser van Moroxmusic. Dit
uitstekende debuut zal volgens mij zeker in de smaak gaan vallen van
liefhebbers van Gillian Welch en van verhalenvertellers als Townes van Zandt.
Het album werd me trouwens getipt door Marten Fokkens, waarvoor dank. Zojuist kwam ik er per toeval achter dat de dames Katleen Scheir blijken te kennen, sterker nog, beiden werkten mee aan haar voortreffelijke album Border Guards. Charlotte speelt namelijk cello op het album en Heike schreef het vioolarrangement voor Back to My Isle. De muziekwereld blijkt toch kleiner dan ik dacht.
La Très Illustre Compagnie du Chat Noir - Extraordinaire
Dit bijzondere gezelschap kwam ik
per toeval op het spoor. Een van de oprichters, Marijn de Valk, bracht begin
2016 een Nederlandstalig soloalbum uit, getiteld Het Leven in Lage Kwaliteit. Daaraan
werkte ook Imke Loeffen mee, voormalig lid van de meidengroep Bootleg Betty.
Intussen is er voor hen beiden veel veranderd, Marijn is intussen al vijf jaar
programmeur van concertzaal Luxor in Arnhem. Ook Imke zit niet stil, docent aan
het Artez Conservatorium en ook werkzaam bij Poppunt Gelderland. Toch bleven ze
het intussen tot dertien bandleden uitgedijde La Très Illustre Compagnie du
Chat Noir trouw. De band werd ooit opgericht door Rik Bosch, Daan van Haren en
Marijn, die na tien jaar rockmuziek maken iets totaals anders wilden gaan doen.
“Toen we daarover brainstormden, zagen we die bekende souvenirposter hangen en
zei iemand: kom, we gaan Franse muziek
maken en noemen ons La Très Illustre Compagnie du Chat Noir. Smakelijk om
gelachen ook, maar we zijn het dus wel echt gaan doen. Hadden er nog nul
ervaring mee dus we moesten het wiel helemaal zelf uitvinden, wat echt
supergoed is voor je creativiteit.”, aldus Marijn. Hun eerste proeve van
bekwaamheid heette zo’n zes jaar geleden La
Vendange, gesierd met een behoorlijk macabere hoes. Het nieuwe album Extraordinaire bestaat niet alleen uit wat betreft de groei van het aantal leden. Men werd versterkt met een aantal uitstekende
nieuwe muzikanten en worden hun kwaliteiten ook nog eens ten volle benut.
Tevens maakt men meer uitstapjes naar andere genres. Er komt niet alleen
chanson voorbij, maar hoor je ook klezmer-, ska- en balkaninvloeden. Daarbij
hanteert men geregeld de hoogste versnelling. Naast alledaagse instrumenten,
ook minder gebruikelijke als de darbuka, zingende zaag, balafon, kalimba,
sousafoon en bugel. Marijn schreef aan alle teksten mee, soms met anderen, maar
meestal alleen. Geregeld blijkt daar zijn grote sociale betrokkenheid uit,
vooral in Le Pays de Tolérance en Le Péril Étrange. In eerstgenoemde
spreekt hij vooral zijn verbazing uit over de onverschilligheid van mensen ten
opzichte van oorlogsvluchtelingen. Maar soms gaat het ook over persoonlijke
worstelingen zoals in Peine Perdue. De luisteraar wordt ook
een keer op het verkeerde been gezet, zo heeft Alain Delon totaal niets te maken met de bekende acteur. “Alain Delon gaat over kapitalisme,
sociale ongelijkheid, hoe het gras elders altijd groener lijkt en hoe de
meesten van ons een perfect leven nastreven zonder dat we weten dat dàt niet
bestaat en dat de mensen van wie we denken dat ze een perfect leven hebben daar
waarschijnlijk ook weer zo'n hoge prijs voor moeten betalen dat het zeker geen
perfect leven meer is. Een pleidooi om te waarderen wat je hebt, als je wil.
Maar daar heeft de acteur inderdaad geen fluit mee te maken. Die zit er alleen
in omdat ie lekker klinkt.”, aldus Marijn. Overigens staan de Franse teksten
ook in het Nederlands vertaald in het keurig verzorgde boekje. Het gevarieerde Extraordinaire kan zonder problemen een
feestje tot een succes maken, maar de teksten geven tegelijkertijd stof tot
nadenken.
Theo Volk
Sam Lee - Old Wow
Tot de belangrijke hoeders van de
Engelse folkmuziek behoort zeker de veelzijdige Sam Lee. Naast een geweldige zanger
en getraind danser werkt hij voor de radio, spreekt hij natuurdocumentaires in
en is hij activist. Ook vindt hij nog tijd om traditionals te verzamelen. Als een
moderne Alan Lomax trekt hij er geregeld op uit om veldopnames te maken. En dat
levert geregeld prachtige parels op. Ook heeft Lee een groot historisch
besef. Opener The Seeds of Love, hier omgedoopt tot The Garden of England, is niet zomaar een fantastisch opgebouwde
traditional. Aan dit lied heeft namelijk de muziekwereld te danken dat een groot
aantal traditionals bewaard zijn gebleven. Tijdens een bezoek in 1903 aan dominee
Charles Manson hoorde Cecil Sharp diens tuinman John England zachtjes The Seeds of Love zingen en werd er door
gebiologeerd. Hij haalde meteen zijn notitieboek te voorschijn en legde zowel
tekst als muziek vast. Nog diezelfde dag bracht Sharp het met de eveneens
aanwezige zangeres Mattie Kay ten gehore en werd het zeer enthousiast
ontvangen. Het werd het begin van een levenslange zoektocht van Cecil Sharp
naar stokoude traditionals. Zo putte bijvoorbeeld vorig jaar Ben Walker nog
volop uit deze schatkamer voor zijn fraaie album Echo.
Overigens, zoals wel meer gebruikelijk bij traditionals, werd het lied ook onder
andere namen bekend, waarvan Let No Man
Steal Your Thyme de bekendste is. Ook gebruikelijk is dat de tekst
regelmatig aangepast wordt, wat ook hier gebeurde. Ook de titel van het album werd
aan dit lied ontleend. In de loop der tijden werden vele traditionals vastgelegd
door moderne folk artiesten. Zo ken ik bijvoorbeeld Spencer the Rover al heel lang in de versie van John Martyn. Dat is
het mooie aan het doorgeven van deze liedjes, dat er iedere keer weer een
nieuwe dimensie aan gegeven wordt. Lee werd omringd door uitstekende musici,
waaronder The Gloaming’s Caoimhin O Raghallaigh en Elizabeth Fraser, bekend van
Cocteau Twins. Met laatstgenoemde zingt hij het prachtige duet in The Moon Shines Bright. Het album werd
meer dan voortreffelijk geproduceerd door Bernard Butler. Old Wow is een integer gemaakt album en voor mij als rechtgeaard
folk liefhebber als balsem voor de ziel.
Alain Verdier - Évidences
De tegenwoordig in Zeeland
woonachtige Fransman Alain Verdier richtte halverwege de jaren zestig de
psychedelische bluesband The Shakes op. Een groep beïnvloed door Jimi Hendrix
en met een piepjonge, zestienjarige Dany Lademacher in de gelederen. Lademacher
zou eind jaren zeventig bekend worden in Nederland door zijn samenwerking met
Herman Brood, met wie hij onder anderen de klassieker Saturday Night schreef. The Shakes mochten in hun begintijd zelfs
het voorprogramma van The Who verzorgen, die net hun debuutalbum hadden
uitgebracht met hun grote hit My
Generation. Na twee albums hield The Shakes op te bestaan. Verdier bleef
actief in de muziek, maar kreeg halverwege de jaren zeventig vooral bekendheid
als fotograaf. Hij werkte voor grote modebladen als Cosmpolitan en Vogue, en
deed reclamewerk voor bedrijven als Nina Ricci en Christian Dior. Intussen de
zeventig voorbij, maar nog geenszins van plan om achter de geraniums te gaan
zitten verschijnt nu Évidences, een
opmerkelijke collectie van niet eerder uitgebracht werk en geremasterde songs.
Songs die bijzonder spitsvondig, eigentijds en soms wat schurend worden
ingekleurd. Zijn lijfspreuk is niet voor niets “Het reële is beperkt, het
mogelijke is immens”. Zijn voordracht is apart, doe soms wat psychedelisch aan.
Bij het beluisteren van het album schoot de naam van de eigenzinnige Lewis
Furey door mijn hoofd, die halverwege de jaren zeventig furore maakte. Zijn
voordracht was ook eigenzinnig en schurend. Door sommigen wordt Verdier ook wel
liefkozend “Freak Man” genoemd. Op het album krijgt hij wat hulp van zijn oude
collega Lademacher, maar ook van zijn wederhelft Khadija Othman, die in de
fraaie koortjes te horen is. De uitstekende, reeds vrijgegeven single Femme Lady Dame huldigt de vrouwen die
nog steeds pertinent moeten strijden voor gelijke rechten, respect en tégen de
vele seksueel getinte intimidaties en misdrijven. Een compositie die overigens reeds eerder in 2012 werd uitgebracht. Met zijn vrouw vormt Verdier trouwens ook Antidote.
Starman bracht eerder reeds albums van zowel The Shakes als Antidote uit. De
rat op hoes verwijst naar zijn Chinese sterrenteken, maar is tevens het symbool
voor vindingrijkheid en een levendige fantasie. Dat het Verdier daaraan niet
ontbreekt blijkt op Évidences.
Absoluut een aanrader voor muziekliefhebbers die van spitsvondige,
avontuurlijke en een tikkeltje tegendraadse muziek houden.
Releasedatum: 17 januari 2020 Starman Records
Website: http://www.alain-verdier.eu/index.nl.html
Destroyer - Have We Met
Het vorige dozijn albums van de
Canadese rockband Destroyer waren geruisloos aan mij voorbij gegaan. Zodoende
had ik geen enkel referentiekader tot voorgaand werk. Nu schijnt dat weinig uit
te maken, want om met frontman Dan Bejars woorden te spreken over de werkwijze
van albums maken : "That's kind of
my goal: to start from scratch every time.". Het werd me al snel duidelijk
dat ik te maken had met een eigenzinnig muzikant. Dat gevoel werd nog eens
versterkt door het feit dat een aantal van hun albums verschenen op het interessante,
onafhankelijke Franse label Talitres. Ook deze keer schreef hij weer zijn songs
zonder duidelijk uitgestippeld plan. Bovendien scheen hij regelmatig last het
hebben van recalcitrante buien. Niet bepaald de voedingsbodem voor een homogeen
album. Toch schijnen de meeste songs naadloos aan te sluiten bij het
succesvolle album Kaputt uit 2011. Bejar
beschikt over een aparte, unieke manier van zingen, die me overigens direct
beviel. Het blijkt dat in het verleden Bejar ook een album in het Spaans heeft
opgenomen, hier echter gewoon in het Engels. Wat me erg goed bevalt is de
lekkere flow, die een aantal van de songs hebben, zoals de ritmische opener Crimson Tide en It Just Doesn’t Happen. Toch vormt het meer ingetogen University Hill met een Prefab Sprout
achtig koortje voor mij het hoogtepunt van Have
We Met. Intussen is na vaak luisteren het album volledig onder de huid
gekropen en weet het nog steeds te boeien. Niet slecht voor een album gemaakt
zonder een vooropgesteld plan.
Theo Volk
Squirrel Flower - I Was Born Swimming
Op jeugdige leeftijd nam Ella O’Connor
Williams de bijnaam Squirrel Flower aan. Een paar jaar later begon ze te zingen
in het Boston Children’s Chorus. Tevens startte ze met muziektheorie te studeren
en leerde zichzelf gitaar spelen. Ze komt uit een zeer muzikale familie, haar
grootouders waren klassieke muzikanten die vanaf de jaren vijftig deel uitmaakten
van de Gate Hill Cooperative Community. Haar oma Vera kreeg echter vooral
bekendheid als schrijfster van kinderboeken en werden haar boeken meermaals
bekroond. De muzikale carrière van vader Jesse bestaat en bestond vooral uit
het toeren met jazz- en bluesartiesten. Hij is te horen op bas op Ellas
debuutalbum I Was Born Swimming. Nog
tijdens haar tienerjaren ontdekte ze de Boston DIY en folk muziekscenes en
begon zelf liedjes te componeren. Haar grote vastberadenheid zorgde ervoor dat
ze al snel zelf naam begon te maken in de door haar ontdekte muziekscenes. Ook begon ze te toeren met onder anderen
Soccer Mommy en Adrienne Lenker (Big Thief). Het album werd live opgenomen, nagenoeg
zonder overdubs, in The Rare Book Room Studio in New York City met als producer
Gabe Wax (Adrienne Lenker, Palehound, Cass McCombs). De muzikanten werden door
Wax geselecteerd en spelen volledig in dienst van de liedjes. Haar repertoire
bestaat uit zowel folk- als meer rock georiënteerde songs. De muziek is, zoals
het persbericht aangeeft, etherisch en omarmend, met tomeloze emotionele diepte
die voor de luisteraar als een warm bad aanvoelt. De band houdt de begeleiding
teder, altijd gecentreerd rond Williams’ gigantische, spookachtig vibrerende
stem en soulvolle, melancholische gitaar. Het best komt haar stem tot zijn recht in de laatste twee tracks. Ik verwacht dat ze live ook alleen gewapend
met een gitaar volledig in staat is luisteraars te boeien. Begin volgende maand
krijg ze als voorprogramma van Strand of Oaks de gelegenheid dat te bewijzen.
Drive-By Truckers - The Unraveling
Al ruim twee decennia spelen
Drive-By Truckers een belangrijke rol in de Amerikaanse southern rock &
roll scene. Ze worden door velen gezien als een van de beste alternatieve countryrock
bands ooit, mij incluis. Ooit maakte Jason Isbell deel van de band uit, anno
2020 vormen Mike Cooley en Patterson Hood de frontmannen. Met The Unraveling wordt het dozijn studioalbums
vol gemaakt. Men gaat zowel tekstueel als muzikaal verder waar men met
voorganger American Band gebleven
was. Voor Patterson Hood is “politics is personal”
en ziet derhalve The Unraveling als
een bijzonder persoonlijke plaat. Het bewind van Trump heeft Amerika weinig
goeds gedaan en vormt uiteindelijk andermaal een grote inspiratiebron voor de
band. De heren bleken echter last van een writer’s block te hebben : “How do
you put these day to day things we're all living through into the form of a
song that we (much less anybody else) would ever want to listen to? How do you
write about the daily absurdities when you can't even wrap your head around
them in the first place? I think our response was to focus at the core
emotional level. More heart and less cerebral perhaps. Eventually the songs did
come, some in mysterious ways.”. Sommige songs kwamen van heel dichtbij, zoals
het door Cooley geschreven Grievance
Merchants over de verspreiding van blank supremacistisch geweld dat we de
afgelopen jaren hebben gezien. Cooley schreef het naar aanleiding van de moord
op de vriend van hun babysitter aan boord van een trein in progressief Portland.
De laatste jaren heeft Amerika te maken met een toename van schietincidenten in
scholen en kerken, racisme, zelfmoorden (door overdoses). Ook de grensproblemen
eisen hun tol. Aangehouden kinderen worden opgesloten in kooien. De
verontwaardiging hierover leidde tot Babies
in Cages. Zoals eerder aangegeven het schrijven van de liedjes was een lang
en moeizaam proces, het opnemen werd een verademing en dat is goed te horen. De
band klinkt buitengewoon gedreven. Voor het opnemen nodigde men Patti King (The
Shins), violiste/arrangeur Kyleen King (Brandi Carlile) en Cody Dickinson
(North Mississippi Allstars) uit. The
Unraveling is een plaat bij uitstek om geregeld de volumeknop omhoog te
draaien, zoals bijvoorbeeld bij Armaggedon’s
Back in Town, een nummer wat ook geschreven had kunnen zijn door The Boss. Stilzitten
bij Slow Ride Argument is onmogelijk
en wat ongetwijfeld tot een favoriet gaat uitgroeien bij liveoptredens. De band
zal dit jaar gelukkig twee keer te zien zijn op de Nederlandse podia, het optreden
in Raalte is zelfs gratis. The Unraveling
behoort voor mij tot de allermooiste in hun al imposante oeuvre, hopelijk
kan het ook nog zijn positieve steentje bijdragen in de komende Amerikaanse
verkiezingsstrijd.
Abonneren op:
Posts (Atom)









