Replay: Augustus Pablo - East of the River Nile


De Jamaciaan Horace Swaby werd bekend onder zijn artiestennaam Augstus Pablo. Zijn roem begon in 1976 met het samen met dubpionier King Tubby gemaakte album King Tubbys Meets Rockers Uptown. Het geldt nu nog steeds als een van de fraaiste dubalbums ooit gemaakt. Het jaar erop zou hij zijn creatieve hoogtepunt bereiken met East of the River Nile. Het betreft hier een bijna uur durend, instrumentaal soloalbum. Swaby staat vooral bekend om het populariseren van de melodica. Voortdurend zocht hij nieuwe wegen om te experimenteren met dit instrument. Daarnaast was hij een excellent organist en pianist. Zijn sound was compleet uniek. De eerste keer dat ik dit album hoorde, maakte dan ook bijzonder veel indruk. De songs vormen een bijzonder homogeen geheel, ondanks het feit dat op maar liefst zes verschillende locaties is opgenomen, waaronder de fameuze Black Ark Studios van Lee Perry. Zijn invloed op de daar opgenomen tracks is onmiskenbaar. Het geloof speelde een belangrijke rol in zijn leven, maar ook in zijn muziek. Hij haalde er veel inspiratie uit. Een groot deel van de songs is meditatief. Hierna zou hij nog de nodige albums uitbrengen, maar die haalden geen van allen het niveau van East of the River Nile, een van de absolute hoogtepunten uit de Jamaciaanse reggae. Ondanks zijn fragiele gezondheid overleed hij volkomen onverwacht in 1999 op vierenveertigjarige leeftijd.

Theo Volk



Replay: Lee “Scratch” Perry – Roast Fish, Collie Weed & Cornbread


Lee Perry vergaarde vooral bekendheid als producer. Tevens wordt hij samen met King Tubby gezien als de grondlegger van de dub. Daarnaast had hij grote invloed op beginnende artiesten als Bob Marley. Eind jaren zestig begon hij naast zijn werk als producer ook zelf albums op  te nemen. Eerst in studio’s van anderen, rond 1976 startte hij zijn eigen Black Ark Studio. De eerste release, die daar werd opgenomen, Super Ape, werd een groot succes. Het kwam uit op het Island label van Engelsman Chris Blackwell. Hij startte dat label al in 1959 op Jamaica en speelde samen met Bob Marley een grote rol in de popularisering van de reggae. Roast Fish, Collie Weed & Cornbread verscheen ergens tussen 1976 en 1978, over de precieze releasedatum zijn de geleerden het namelijk niet eens. De originele hoes was groen en het bevatte voor het eerst een compleet album met door Perry zelf gezongen liedjes. Helaas is de opnamekwaliteit aan de povere kant, de snelheid van de opnameband schommelt af en toe, maar dat heeft zo zijn nostalgische charmes. Het is zowel muzikaal als tekstueel een zeer gevarieerd album doorspekt met de nodige humor. Perry maakt ook veel gebruik van toegevoegde geluiden, zoals koeien inclusief koebellen. Het zal U dan niet verbazen, dat deze bijzondere man tegenwoordig al heel lang in Zwitserland woont. Naast eigen songs bevat het ook geweldige covers als Curly Locks van Junior Byles (aka King Chubby). Enige jaren terug werd nog een interessante documentaire over hem uitgezonden op de Vlaamse TV, wellicht is deze nog terug te vinden op internet. Heden ten dage maakt hij nog steeds albums, helaas niet meer zo mooi als Roast Fish, Collie Weed & Cornbread, maar dat is dan ook een meesterwerk. Een van de belangrijkste Jamaciaanse releases ooit. 
Theo Volk



Replay: Sugar Minott – Roots Lovers


In zijn wekelijkse rubriek “De afstofplaat” besprak mijn Johnny’s Gardenscollega Ed Muitjens gisteren op Facebook vanwege het warme weer Exodus van Bob Marley & Wailers. Uiteraard een uitstekende keuze. Bob Marley was degene, die zorgde voor de popularisering van de reggae. Een genre,wat uiteindelijk toch minder erkenning kreeg, dan waar het volgens mij recht op had. Gelukkig maakt iemand als Eddie Aarts zich heden ten dage nog steeds sterk voor de reggae, zoals in de tweede helft van de jaren zeventig Muziekkrant Oor, dat begon te doen. Veel ruimte werd ingeruimd voor recensies, een album als Red van Black Uhuru haalde terecht zelfs in 1981 de vierde plaats in hun eindlijst.  Een artiest, waar men bij Oor ook een zwak voor had, was Sugar Minott, een goedlachse Jamaciaanse zanger met soepele stembanden. De helaas in 2010 reeds overleden zanger laat een bijzonder groot, onoverzichtelijk oeuvre achter. Op Allmusic vind je buiten de compilaties, ruim dertig reguliere releases. Toch is die lijst daar verre van compleet, want bijvoorbeeld mijn favoriete album van hem, Roots Lovers uit 1980 gestoken in een uitermate lelijke hoes, ontbreekt daar. De opnames vonden plaats in diverse legendarische studio’s op Jamaica en daarnaast in Londen en New York. De invloed van Lee Perry is onmiskenbaar, maar toch heeft zijn muziek genoeg eigen signatuur. De inbreng van Jackie Mittoo en Maxine Stowe was erg groot. Jackie Mittoo, oprichter van The Skatalites, arrangeerde samen met Minott alle songs, bovendien speelt hij piano en orgel. Maxine Stowe produceerde samen met Minott en leverde een song in de vorm van klassieker Living a Rough ‘Ole Life. Het thema van Roots Lovers is hoe te overleven en lief te hebben in de moderne samenleving. Dat klinkt zwaarmoediger dan de muziek in werkelijkheid is, met regelmaat tovert deze een glimlach op het gezicht. Lover’s Rock was de hitsingle, maar absolute hoogtepunt vormt voor mij het bijzonder aanstekelijke My Love Is True, waarbij stilzitten onmogelijk is. Maar de rest van de vijf tracks doen hier nauwelijks voor onder. Gelukkig is dit onder de radar gebleven meesterwerk, inclusief bonustrack Lovers Delight en verpakt in een andere hoes, nog steeds via import hier te koop :  ReggaeRecord.com
Theo Volk


Oddfellow’s Casino - Oh, Sealand


Ter hoogte van Ipswich ligt ongeveer tien kilometer voor de kust Sealand, een verdedigingsplatform uit de Tweede Wereldoorlog, ook wel Roughs Tower genoemd. Paddy Roy Bates verklaarde in 1967 Sealand, slechts 550 m² groot, onafhankelijk en benoemde zichzelf tot prins. De voormalige majoor uit het Britse leger was radiopiraat en wilde er een radiostation beginnen. Overigens waren er meer kapers op de kust, want Ronan O’Rahilly van Radio Caroline had er ook zijn oog op laten vallen. Hij stuurde wat van zijn werknemers naar Sealand om Bates te verjagen, echter zij kwamen van een koude kermis thuis, want ze werden bij entering getrakteerd op kleine bommen en keerde onverrichter zake terug. Uiteindelijk zag Bates af van het plan voor een radiostation, maar wist toch een commercieel slaatje te slaan uit Sealand, onder anderen door adellijke titels en postzegels te verkopen. Deze kleurrijke man overleed op hoge leeftijd in 2012. Zijn zoon Michael woont er nog steeds. Dit interessante verhaal vormt het thema van de titelsong van het zevende album van Oddfellow’s Casino, getiteld Oh, Sealand.
Sealand (Roughs Tower)

Spil van deze groep is sinds het begin in 2002 David Bramwell, naast muzikant ook nog een succesvol radiopresentator en auteur. Hij componeert veel voor zijn BBC radiodocumentaires, het gesproken Danu is hier een voorbeeld van. Danu is de Keltische naam voor de rivier Don, welke stroomt door het zuiden van Yorkshire, zijn geboortestreek. Eveneens in opdracht, dit keer van cultauteur John Higgs, schreef hij The Ghosts of Watling Street. Het nieuwe boek van Higgs, Watling Street, verschijnt een dag voor Oh, Sealand. Het beschrijft een epische reis over de oudste weg van het Verenigd Koninkrijk. In de song is de stem van de komische boekenschrijver Alan Moore te horen, ook zal hij zijn opwachting maken in de video ervan.  Penda’s Fen is een eerbetoon aan de gelijknamige film van Alan Clarke voor de BBC uit 1974, onlangs heruitgebracht door BFI. Het vertelt het verhaal van een jongeman, die worstelt met zijn ontluikende homoseksualiteit in het conservatieve Engeland. De hoes van het album is een verwijzing naar dit nummer. Een ander, wat vaker voorkomend, thema is zijn haat-liefdeverhouding met Engeland. Maar er is ook plaats voor een fraai liefdesliedje als Josephine. Muzikaal valt er erg veel te genieten. Zoals altijd subliem gearrangeerd, met de gebruikelijke ingrediënten als bijvoorbeeld blazers en keyboard. Daarnaast maakt hij gebruik van sfeervolle geluidscollages. Tot op heden was The Raven’s Empire mijn favoriete album van deze groep. Oh, Sealand vind ik op alle fronten net iets spannender, het kruipt onder je huid en is bovenal verslavend. Tot op heden wist de groep slechts mondjesmaat de pers te halen. Hopelijk zal dit album, buiten de gebruikelijke recensie in Popmagazine Heaven, wel de aandacht trekken die deze fantastische groep rondom David Bramwell al vele jaren verdient.  
Theo Volk
Releasedatum: 14 juli 2017 At the Helm Records / Microcultures
Website: http://oddfellowscasino.com/

Kronos Quartet - Folk Songs


Het vermaarde Kronos Quartet werd opgericht in 1973 en sinds 1984 brengen ze albums uit. Met daarop niet alleen klassiek repertoire, maar werden en worden er diverse andere genres verkend. Mijn kennismaking met hun muziek was in 1990 met het album White Man Sleeps, waarop ze het gelijknamige, fraaie werkstuk van de Zuid-Afrikaan Kevin Volans uit 1985 uitvoeren. Ze deden dit nog een keer dunnetjes over op Pieces of Africa, dit album werd hun doorbraak. Hiernaast worden er  composities van andere Afrikaanse componisten vertolkt. Hun nieuwste schijf bevat, zoals de titel Folk Songs aangeeft, voornamelijk traditionele folkmuziek. Men put zowel uit Amerikaanse, Britse en eenmaal uit Franse archieven. Het idee voor dit project ontstond in 2014, toen ze twee gezamenlijke concerten gaven met Sam Amidon, Olivia Chaney, Rhiannon Giddens en Natalie Merchant ter gelegenheid van het vijftigjarige bestaan van hun label Nonesuch. Die samenwerking beviel uitermate goed met Folk Songs als uiteindelijke resultaat. De arrangementen voor de songs werden gemaakt door Jacob Garchik, Nico Muhly, Donnacha Dennehy, Gabe Witcher (Punch Brothers), maar sommige ook door de zangers zelf.  Het kwartet treedt zelden echt op de voorgrond, het zijn vooral de vocalisten die de aandacht trekken. Vooral de bijdragen van Natalie Merchant bevallen me uitermate goed, ze zouden niet hebben misstaan op haar titelloze album uit 2014. Men blijft redelijk dicht bij het traditionele folkgeluid. Ondanks dat je te maken hebt met vier verschillende vocalisten vormt Folk Songs een opmerkelijk homogeen geheel. Veelal is het materiaal ingetogen en zal men even tijd nodig hebben om het te doorgronden. Folk Songs vormt een absolute aanrader in het folkgenre.  
Theo Volk
Releasedatum: 9 juni 2017 Nonesuch


Sam Baker - Land of Doubt


Het leven van Sam Baker werd in 1986 op een verschrikkelijke wijze overhoop gegooid. Hij overleefde ternauwernood een terroristische aanslag in een trein op weg naar Cuzco, Peru. De schade aan zijn lichaam was enorm; een slagaderlijke bloeding, hersenbeschadiging, gescheurd trommelvlies, een verbrijzelde hand en nog een aantal andere verwondingen. Om zijn lijf enigszins te fatsoeneren onderging hij maar liefst achttien operaties. Geestelijk  had het natuurlijk ook de nodige sporen achtergelaten. Een van de vragen, die hem erg bezighield was, waarom hij de aanslag had overleefd en vele anderen niet. Hij begon zijn gedachten op papier te zetten, in eerste instantie waren dit veelal teksten zonder samenhang. Maar uiteindelijk begon hij ook liedjes te schrijven, sommigen gingen daadwerkelijk over de aanslag, zoals Steel op het album Mercy en Broken Fingers op Pretty World. Zijn eerste drie albums, Mercy, Pretty World en Cotton vormen samen een trilogie, met volgens Baker als thema “everyone is at the mercy of another one’s dream”. Cotton is overigens het enige album, dat niet in eigen beheer werd uitgebracht. Het verscheen op Music Road Records, het label van de onlangs betreurde Jimmy LaFave. Maar de meeste liedjes gaan toch over anderen, hij is een uitstekend observator.  Allmusic vergelijkt hem terecht met Guy Clark en Townes van Zandt. Net als hen is Baker literair onderlegd. De afgelopen weken heb ik door omstandigheden weinig muziek kunnen luisteren, echter deze nieuwe schijf Land of Doubt kwam regelmatig voorbij. Zoals Sandra Zuidema, de zakelijk behartiger van Sam Baker in Nederland, in de nieuwe Popmagazine Heaven aangeeft, je moet Baker’s album een aantal keren horen, voordat het kwartje valt. Daarna word je iedere keer volledig meegezogen in zijn met veel bezieling gebrachte songs. De liedjes zijn bovendien bijzonder fraai gearrangeerd. Daarnaast beschikt hij over fantastische begeleiders als Will Kimbrough. Hij bewandelt wat, niet al te schokkende, nieuwe muzikale wegen. Net als Rootstimecollega Yvo Zels vind ik dat Baker zichzelf overtroffen heeft met Land of Doubt. Jammer genoeg komt hij pas in januari naar Nederland voor concerten, tot die tijd zal ik het moeten doen met deze nieuwe schijf, maar dat is geen enkel probleem.  
Theo Volk
Releasedatum: 21 juni 2017 Eigen beheer


Pierce Edens - Stripped Down Gussied Up


Singer-songwriter Pierce Edens is woonachtig in Asheville, North Carolina. Hij groeide op met de stokoude folkmuziek uit de Appalachen, gevolgd door een groeiende interesse in punk en grunge en nog wat later in andere genres.  Overigens hadden zijn ouders tot zijn veertiende geen TV en stereo-installatie, zodat de familie het vertier buitenshuis zocht door liveoptredens te gaan bezoeken. Zijn jeugd bracht hij door in het Appalachengebergte.  In eerste instantie was de muziek gewoon een hobby, hij speelde in een punkband, die slechts een doel had, zo hard mogelijk spelen. Na verloop van tijd werd het toch serieuzer en begon hij een solocarrière. Allmusic.com omschrijft zijn muziek als folk-rock, maar ook wel als psychedelische grunge, hijzelf treffend als “boot scuffing Appalachicana”.
Foto Max Ganly

Hij brengt al zijn albums in eigen beheer uit, Stripped Down Gussied Up is inmiddels zijn vijfde album.  Zijn zang wordt in de pers vergeleken met Tom Waits, Van Morrison tot aan een mix van Johnny Cash, Eddie Vedder en Citizen Cope. Het is dan ook niet vreemd dat de enige cover op het album een nummer van Tom Waits is, namelijk Mr. Siegal. Een gouden greep van Edens was om naast Matthew Neilson (percussie, zang en piano) Kevin Reese (gitaar, mandoline, banjo, zang en percussie) in te huren. Met name op gitaar excelleert Reese regelmatig. Bovendien is het samenspel tussen de drie zo strak, dat je idee hebt dat ze al heel lang samenspelen. Het was voor mij even wennen aan zijn expressieve zang. Hij legt er regelmatig zijn hele ziel en zaligheid in, zoals in het wanhopige liefdesliedje Bonfire. De regel “Where were you when the fire went out?” komt door zijn gepassioneerde zang hard binnen. Maar ook andere uptempoliedjes als Body en I Can’t Sleep hebben duidelijke rockinvloeden.  Er zijn ook de nodige rustpunten te vinden als Further Down en de bijzonder fraaie afsluiter It’s Alright, It’s All Wrong. De volgorde van de songs is weldoordacht. Dynamiek speelt regelmatig een belangrijke rol, net als de sublieme percussie. Naast over de liefde, gaan zijn teksten over verlies, woede, moord en wedergeboorte.  Pierce deelde in het verleden al het podium met een aantal van zijn muzikale helden, waaronder Jim Lauderdale, Todd Snider, Will Kimbrough, en Sturgill Simpson. Het is te hopen dat Edens met zijn twee begeleiders snel naar Nederland komen voor concerten om dit geweldige album Stripped Down Gussied Up te promoten.
Theo Volk
Releasedatum: 2 juni 2017 Eigen beheer


Niall McGuigan - Awareness


De titel en het lezen van zijn biografie zette me volledig op het verkeerde been, want ik verwachtte namelijk dat Awareness, het solodebuut van Niall McGuigan zweverige New Agemuziek, richting ambient, zou bevatten. Niall is namelijk naast muzikant ook muziektherapeut. Reeds vanaf zijn vijftiende is hij muzikaal actief. Die eerste groep heette Speedking, meer dan waarschijnlijk vernoemd naar het nummer Speed King van Deep Purple. De groep speelde hardrock en bestond tot 2012 en had een loyale aanhang in Ierland. Vervolgens speelde Niall tenorsax in de soul- en funkband The Trampz. Daarnaast maakt hij sinds 2011 deel uit van de reggaegroep The Brown Notes, waarin hij zowel zingt als tenorsax speelt. Sinds het opheffen van Speedking werkte hij in alle rust aan zijn solodebuut. Hij vroeg onder anderen zijn oude bandleden van Speedking om de nummers in te spelen. Gerry Black Jr, Paul McCabe & Ronan Morgan laten duidelijk horen allround muzikanten te zijn. Vooral Gerry Black excelleert regelmatig op (slide)gitaar, soms rootsy, soms bluesy. En in The Stronger the Tree the Deeper the Roots doet het  gitaarspel me denken aan Al Stewart ten tijde van Year of the Cat. Door de veelzijdige muzikale achtergrond van Niall tapt hij muzikaal uit diverse vaatjes; folk, rock, reggae tot aan Khoomii (Mongoolse keelzang). De liedjes, die hij de afgelopen zes jaar schreef gaan over reizen, ontwikkeling en zelfontdekking. Niall beschikt over een krachtige stem, maar is ook nog soulvol. Het best tot zijn recht komt zijn stem als hij ingetogen zingt, zoals in Staring at the Moon, een van de fraaiste nummers op Awareness. Er is ook ruimte voor experiment in Yarrow. Naast eigen nummers twee Mongoolse traditionals, vooral Altai Magtaal is goed in het gehoor liggend, zelfs aanstekelijk. Niall produceerde het album op voortreffelijke wijze zelf, geassisteerd door Ben Reel. Ben en Niall kennen elkaar overigens al sinds 1999, Speedking’s allereerste optreden was namelijk op Ben’s bruiloft dat jaar. De nummers duren gemiddeld vijf minuten, waardoor de totale speelduur ruim een uur is. Maar dat is totaal geen bezwaar, het is een heerlijk, relaxt, in eigen beheer uitgebracht album, waar je erg gemakkelijk naar teruggrijpt.      

Theo Volk

Website: http://www.niallmcguigan.com/




Nev Cottee - Broken Flowers


De eerste tweede albums van deze singer-songwriter uit Manchester waren onopgemerkt aan mij voorbijgegaan. Waarschijnlijk was Broken Flowers hetzelfde lot beschoren geweest als ik niet een maand geleden een promo had toegestuurd gekregen. Dat zou bijzonder jammer geweest zijn, want deze cd behoort tot de meest fraaie releases, die ik dit jaar hoorde. Ik las veel vergelijkingen met Lee Hazlewood, zelf moest ik bij zijn zang direct denken aan Mark Lanegan en aan Colin Linden (Lee Harvey Osmond). Hij heeft een trage, aparte frasering. Instrumentaal gezien wordt hij vaak vergeleken met Ennio Morricone, een van zijn favoriete artiesten. Maar hij is nog meer beïnvloed door de filmmuziek van John Barry. Zijn werk heeft dus duidelijk een cinematografisch karakter. Voor het schrijven van de songs koos hij deze keer voor een afwijkende werkmethode. Aangezien hij een grote hekel heeft aan de Engelse winters verliet hij in januari 2016 het koude Manchester en koos voor het warme India om daar inspiratie op te doen. Hij bouwde daar een simpele opnamestudio en had ook de discipline om bij zonsopgang op te staan en direct te gaan componeren. Zijn nieuwe omgeving en het werken buiten zijn comfortzone leverde in een mum van tijd een twintigtal nieuwe composities op. Met die demo’s op zak toog hij naar Wales om de songs verder te gaan uitwerken samen met zijn producer Mason Neely ( Lambchop/Edwyn Collins). Neely heeft een zeer belangrijke invloed gehad op het uiteindelijke eindresultaat. Niet alleen trommelde hij een aantal klassieke muzikanten op, maar schuwde hij ook het experiment niet. Tijdens de opnames luisterde Cottee ter inspiratie veel naar Tom Waits’ Blue Valentine en Beck’s Sea Change. Naast eerder genoemde invloeden hoor ik ook af en toe in het uitgesponnen gitaarspel de invloed van Pink Floyd. Een van de hoogtepunten van de plaat, Tired of Love, is zowel door Pink Floyd als door Mike Oldfield’s Tubular Bells geïnspireerd. Bijzonder in dit nummer is ook het geweldige samenspel tussen de strijkers en gitaar. Tekstueel gezien ziet Cottee het zelf als een verslag van een roerige periode in zijn leven, dus de songs zijn erg persoonlijk. Vooral liefhebbers van rijkelijk georkestreerde muziek zullen Broken Flowers gaan omarmen. Volgens mij zal het album vanaf vrijdag in Nederland alleen te koop zijn bij De Konkurrent, het is hier nu al via hun webshop te bestellen.
Theo Volk
Releasedatum: 26 mei 2017 Wonderfulsound

Anne-Marie Giørtz: Capital Punishment for Cars


Naast een solocarrière maakt de Noorse zangeres Anne-Marie Giørtz ook deel uit van Ab und zu en Trio de Janeiro. Haar vorige in het Noors gezongen en met positieve kritieken overladen album PÃ¥ Egne Vegne dateert alweer uit 2011. Dat was het jaar dat haar goede vriendin Fran Landesman overleed. Van oorsprong een Amerikaanse dichteres, die eerst bekend werd als componist. Zo nam Miles Davis de compositie Nothing Like You van haar op, wat op zijn album Sorcerer zou belanden. Tijdens hun dertig jaar durende vriendschap had Landesman de gewoonte om haar nog niet gepubliceerde gedichten naar Giørtz te sturen. Zij kent die gedichten dus als geen ander. Voor Capital Punishment for Cars gebruikte Giørtz er een zevental van om die op muziek te zetten. 

Meestal deed ze dat op voortreffelijke wijze zelf, Twilight echter samen met producer Eivind Aarset. Daarnaast twee composities geheel van eigen hand, I Don’t Know Why en I’m Alive. Voor de fascinerende opener en titelsong schreef Guttorm Guttormsen de muziek, net als voor drie anderen. De tekst is een gedicht van Rod McKuen, eind jaren zestig, begin jaren zeventig de bestverkopende  dichter in de Verenigde Staten. Begin jaren zeventig was McKuen erg populair in Nederland als zanger, vooral dankzij Willem Duys. Hij scoorde twee grote hits die de hoogste positie haalden, Soldiers Who Want To Be Heroes en Without a Worry in the World. 

In Make New Friends maakt ze gebruik van een gedicht van de Welshe componist Joseph Parry. Muzikaal gezien valt er bijzonder veel  te genieten. Met name de gebruikte percussie is bijzonder subtiel. Slechts sporadisch zijn er invloeden te horen zoals in Middleclass Blues, duidelijk geïnspireerd door het album Dummy van Portishead. Maar over het algemeen klinken de composities behoorlijk origineel. Dynamiek speelt ook een grote rol, maar het is toch vooral de voordracht van Giørtz, die de songs naar een hoger niveau tillen. Soms voegt men ook niet alledaagse instrumenten toe zoals de guzheng, wat voor een oosterse sfeer zorgt in Secret of Silence. De cd is opgedragen aan haar overleden vriendin Annine Qvale Gasvik, de maakster van het artwork van de vorige schijf. Het is alweer vier jaar geleden dat ik zo’n spannend en origineel album hoorde, namelijk Rabbit Rabbit Radio, Volume 1 van Rabbit Rabbit. Noorwegen blijft me iedere keer weer opnieuw verrassen als muziekland.

Releasedatum: 26 mei 2017 Grappa