De titel van Shannon Lay’s tweede album is niet alleen een
verwijzing naar de maand waarin het zal verschijnen. Meer nog refereert het aan
augustus 2017, de maand waarin ze besloot haar baan op te zeggen om zich
volledig the kunnen focussen op haar muziek. Zoals nu blijkt, een juiste keuze.
Naast haar solocarrière maakt ze ook deel uit van de indierockband Feels. Haar
debuutalbum Living Water uit 2017 verscheen
op het label van Kevin Morby, met wie ze in 2017 ook toerde en waardoor ze
nodige bekendheid kreeg. Op haar
dertiende begon ze klassiek gitaar te spelen en raakte verslingerd aan de
muziek van Neil Young en The Beatles. Haar akoestische gitaar is prominent
aanwezig en evenzeer haar verleidelijke, regelmatig gevoelige stem. Veel meer
hebben haar uitstekende songs niet nodig, in het bloedmooie Shuffling Stoned volstaat het al.
Spaarzaam wordt ze door anderen bijgestaan. Zo hoor je in de opener Death Up Close een flard saxofoon en wat
stemmige strijkers. In sommige songs ook wat inventief drumwerk. Het grootste
deel van het repertoire is folk, maar af en toe zijn er wat indie invloeden te bespeuren,
zoals in Nowhere. Waarin trouwens
heerlijk toetsenwerk te horen is. Veel inspiratie haalt ze bij schrijvers als Emily
Dickinson, Alfred Tennyson en Kathleen Raine en hun gedichten over
rivieren. Net als Nev Cottee vertoeft ze
graag in de nabijheid van rivieren. August is het overtuigende bewijs, dat
het opgeven van haar baan de juiste was.
Shannon Lay - August
TaxiWars - Artificial Horizon
Als scribent heb je het voordeel dat de komkommertijd van
releases niet bestaat, aangezien je gemiddeld twee maanden vooruit loopt. Ik
zie het niet alleen als een voordeel, maar ook als een groot voorrecht dat je
lang voor de releasedatum mag verkneukelen aan nieuwe muziek. Artificial Horizon, het derde album van
TaxiWars, heb ik ruim een maand in huis
en er ging geen dag voorbij, dat ik het verslavende album niet hoorde. Heel
vreemd dat ik nog niet eerder met de muziek van TaxiWars in aanraking was
gekomen. TaxiWars is een collaboratie van dEUS frontman Tom Barman, met saxofonist
Robin Verheyen, bassist Nicolas Thys en drummer Antoine Pierre. Hun muziek is
een mix van lyriek, poëzie en jazz met de nodige rockinvloeden. Tom Barman
verduidelijkt de intenties van de band als volgt : “I wanted TaxiWars to be sharp, to the point,
punky and trashy – much like the band Morphine. Long solos were no-go,”. Morphine
was trouwens een fantastische band, helaas ten onrechte wat in de vergetelheid geraakt.
Hun voorliefde voor jazzmuzikanten als Pharaoh Sanders, Archie Shepp en Charles
Mingus hoor je terug in pulserende en swingende composities als The Glare en Infinitive Cove. De invloed van Charles Mingus hoorde je ook al af
en toe terug in de muziek van dEUS. Een van mijn favoriete tracks, Sharp Practice, wordt meesterlijk vermengd
met tachtiger jaren hiphopbeats. Ook is het heerlijke dameskoortje niet te
versmaden. De muziek van TaxiWars is een regelrechte openbaring voor mij. Er
valt zoveel te ontdekken. Bovendien is er een geweldige chemie tussen de
musici. Normaal gesproken weet de ritmesectie zelden mijn aandacht te trekken,
maar dat is hier absoluut niet het geval. En dan is er ook nog eens het
heerlijke, regelmatig scheurende saxofoonspel van Robin Verheyen. Naast
swingende composities excelleert men ook af en toe in ingetogener stukken als
de fraaie pianoballade Irritated Love.
De piano staat ook centraal in de schitterende afsluiter On Day Three. Uiteraard ben ik meteen hun vorige twee albums gaan
beluisteren, die me ook uitermate goed bevallen. De eerste twee schuren hier en
daar wat meer, het laatste album is volgens mij ook wat meer melodisch. De
beluistering van Artificial Horizon
leidde er zelfs toe dat ik weer mijn cd’s van dEUS uit de mottenballen gehaald heb
en aan het herontdekken ben. Artificial
Horizon is een verslavend, spannend en grensverleggend album.
Eilen Jewell - Gypsy
Het oeuvre van singer-songwriter Eilen Jewell begint
intussen indrukwekkend te worden. Gypsy is haar achtste reguliere album. De prachtige voorganger Down Hearted Blues betrof een album met
zorg gekozen blues covers. Deze keer, op één uitzondering na, door Eilen zelf
geschreven nummers. Overigens niet allemaal recent gecomponeerd. Opener Crawl was een moeilijke bevalling, de
eerste regels schreef ze al een decennium geleden en werd pas recent afgemaakt.
De reeds op single uitgekomen country-rocksong is duidelijk beïnvloed door
Creedence Clearwater Revival. Opvallend en toepasselijk is hier het vioolspel
van Katrina Nicolayeff. Ook minder recent is de aanstekelijke meezinger 79 Cents (The Meow Song) geschreven vlak
nadat Donald Trump werd gekozen. Het liedje is duidelijk politiek getint en
handelt over seksisme en discriminatie, verpakt in gevatte humor. Saillant is
dat Eilen ooit het album Butcher Holler
opnam, gevuld met Loretta Lynn covers. Lynn blijkt in het pro Trump kamp te
zitten, maar dat heeft het respect onderling gelukkig niet minder gemaakt. De
enige cover is You Cared Enough to Lie
van Idaho legende Pinto Bennett. Echtgenoot Jason Beek produceerde diens meest
recente album The Last Saturday Night.
De op leeftijd zijnde Jerry Miller excelleert hier als vanouds. Twee liedjes hebben
te maken met haar moederschap. Witness
werd heel snel geschreven in een hut in Idaho. Het moederschap heeft haar
veranderd, het heeft haar hart meer opengesteld voor het waarderen van de
kleine dingen van het leven, zoals het opkomen van de zon of het zingen van
vogels. De geboorte van haar dochter Mavis liet haar kennismaken met een vorm
van angst, die ze tot dan nog niet kende. De angst dat ze veel te verliezen
had. Ze verwoordt het in afsluiter Fear.
Eilen vind Gypsy haar meest geslaagde
album tot nu toe. Aan U zelf te bepalen of ze gelijk heeft, mijn oordeel als verstokte fan is geen goede graadmeter.
Vera van Heeringen - Won’t Be Broken
Soms heb je albums, die je meteen vanaf de eerste beluistering
bij de lurven grijpen, Won’t Be Broken
is er zo een. Het betreft het derde album van Nederlandse singer-songwriter
Vera van Heeringen, maar al geruime tijd woonachtig in het Verenigd Koninkrijk.
Geboren in Alphen aan den Rijn en opgegroeid in Den Haag. Mijn eerste, prettige
kennismaking met haar muziek was voorganger
Proper Brew, waarover ik een enthousiaste recensie
schreef. Aan dat album werkten een
aantal uitstekende muzikanten mee zoals Dirk Powell, manlief Jock en haar trioleden Dave Luke en
Andy Seward. Ze geven ook hier allemaal acte de présence. Opvallende nieuwe
naam is Dave Formula, de voormalig toetsentovenaar van de new waveband
Magazine. Vera schrijft liedjes met vaak interessante onderwerpen. Sleep Song werd geïnspireerd door het
Japanse fenomeen capsulehotel. “Het idee dat je gewoon heel hard door kunt
werken, 24 uur per dag en dan af en toe een “slaapje” kunt kopen, past bij het
moderne leven.”, aldus Vera. Overigens geen nieuw idee, het eerste capsulehotel
werd reeds in 1979 geopend en waaide in het vorige decennium over naar Europa.
Ook interessant is het verhaal achter Gather
the Words. Het lied gaat over de tragische dood van Amédé Ardoin, een cajun
accordeonist uit Louisiana. Meer achtergrondinformatie kun je eventueel hier lezen. Vera
is overigens een hartstochtelijk liefhebber van cajun muziek, zo zelfs dat ze
nu accordeon leert spelen. Soms houdt ze haar onderwerpen dichter bij huis,
zoals in het bloedmooie Dancing Shoes.
Het handelt over haar recent aan dementie overleden oma gezien door de ogen van
haar moeder. Met die wetenschap hakt het liedje er behoorlijk in bij de
luisteraar. Luchtiger is het onderwerp van opener Gods. Op een dag zat Vera op de bank gitaar te spelen, toen haar
zoon plotseling vroeg “'mama, if you were a god, what would it be?”. Vervolgens
ontspon zich een gesprek over Griekse mythologie, waarin haar zoon erg
geïnteresseerd is. Blankets schreef Vera
nadat ze het boek “Hoe ik Talent voor het leven kreeg” van de Irakese schrijver
Rodaan Al Galidi had gelezen. Galidi beschrijft in het boek het proces van
jaren wachten als asielzoeker op een verblijfsvergunning en de onderzekerheid
die ermee gepaard gaat. Net als op de voorganger ook nu weer een instrumentaal
nummer. In White Tip etaleert Vera
haar virtuoze kwaliteiten op akoestische gitaar. Muzikaal gezien is ze niet echt in
een hokje te plaatsen, ze zweeft ergens tussen americana, country, folk tot
zelfs wat cajun invloeden. Haar prachtige liedjes worden naar een nog hoger
niveau getild door de uitstekende muzikanten, die volledig in dienst van de
liedjes spelen. Daarnaast beschikt Vera ook nog eens over een zeer aangename
stem. Alle ingrediënten voor een geslaagd album zijn aanwezig. Sterker nog, Won’t Be Broken behoort tot de allermooiste
releases, die ik dit jaar hoorde. In april was Vera hier voor enkele optredens
met haar trio, hopelijk komt ze snel terug!
The Murder Capital - When I Have Fears
Bij de eerste beluistering van When I Have Fears werd ik exact vier decennia in de tijd terug
geworpen. In de zomer van 1979 verscheen Unknown
Pleasures van Joy Division, een album met beklemmende, intense muziek en
teksten waar je niet vrolijk van werd. Zanger Ian Curtis zou een jaar later op drieëntwintigjarige
zelfmoord plegen. De dit jaar van uit het niets verschenen Ierse band The Murder
Capital blijkt goed naar Joy Division geluisterd te hebben. De single Feeling Fades (met duidelijke Nick Cave
invloeden) en een aantal geweldige liveoptredens bezorgde de band uit Dublin in
korte tijd bekendheid. Ook Nederland ging snel voor de bijl na hun optreden op
Eurosonic begin dit jaar. De titel When I
Have Fears is ontleend aan een gelijknamig sonnet van de romantische
dichter John Keats :
Before my pen has glean'd my teeming brain,
Before high-piled books, in charact'ry,
Hold like rich garners the full-ripen'd grain;
When I behold, upon the night's starr'd face,
Huge cloudy symbols of a high romance,
And think that I may never live to trace
Their shadows, with the magic hand of chance;
And when I feel, fair creature of an hour,
That I shall never look upon thee more,
Never have relish in the faery power
Of unreflecting love!—then on the shore
Of the wide world I stand alone, and think
Till Love and Fame to nothingness do sink.”
Het handelt over de dood, de angst
ervoor en hoe het leven van Keats bepaalde. Hij was bang, net als zijn ouders,
jong te sterven voordat hij bereikt had, wat hij wilde bereiken. Hetgeen ook
gebeurde, hij stierf op de leeftijd van slechts vijfentwintig jaar aan
tuberculose. Het gedicht speelde een bepalende rol tijdens het scheppingsproces
van het album, gezien een uitspraak van de groep op de sociale media : “From
the beginning of making this record together, the poem “When I Have Fears”
served not only as a structural pillar, but quickly became a set of ideals for
us to live by.”. Een andere belangrijke inspiratiebron vormde het werk van de
fotografe Francesca Woodman, die zelfmoord pleegde op tweeëntwintigjarige leeftijd. Volgens
het kwintet gaat hun debuut vooral over jongensachtige onschuldigheid en
kwetsbaarheid en volwassen worden. Muzikaal gezien klinkt de muziek regelmatig
dreigend en intens, uitzonderingen erop zijn de meer ingetogen On Twisted Ground en How the Streets Adore Me Now. Op het
laatstgenoemde nummer zijn ook piano en strijkers te horen. Het album werd in
de lente geproduceerd door Flood (oa PJ Harvey, Nick Cave & The Bad Seeds
en New Order). When I Have Fears is niet
bepaald een album voor dagelijks gebruik, maar dient met mate geconsumeerd te
worden. Johan Derksen zou het waarschijnlijk omschrijven als “een album te
beluisteren met de balkondeuren stevig op slot”. Bijzonder intens en
indrukwekkend debuut.
Replay: The Beatles - Abbey Road
Komkommertijd is een mooie gelegenheid voor grote
platenmaatschappijen om geruchten te verspreiden. Zo deed er onder Beatles
fanatici al een tijd het verhaal de ronde dat er een jubileumeditie van Abbey Road zou gaan uitkomen. Een paar
dagen terug werd het bericht uiteindelijk door Ringo Starr bevestigd. Overigens
liet hij meteen weten geen liefhebber van jubileumedities te zijn. Net als ik
vindt hij ze weinig tot niets toevoegen aan de originele releases. Als mijn
informatie juist is gaat de meest uitgebreide versie bestaan uit drie cd’s, een
blu-ray en een hard cover boek. Die ik met een gerust hart aan mijn voorbij zal
laten gaan. The Beatles ben ik pas op wat latere leeftijd gaan appreciëren. Op
de middelbare school luisterde ik meer naar groepen als The Who en The Rolling
Stones. De laatste door toedoen van mijn oudere klasgenoot Jos, die alles van
The Stones had, inclusief alle bootlegs. Zoals gebruikelijk in die tijd mocht
ik die albums allemaal van Jos lenen om ze op te nemen op cassettebandjes. In
juni 1976 haalde ik mijn diploma, precies in de periode van de opkomst van de
punk en new wave. Met grote belangstelling volgde ik die nieuwe ontwikkelingen.
Pas nadat de grootste storm was komen te liggen, kreeg ik interesse voor The
Beatles en maakte ik een inhaalslag. Abbey
Road behoort samen met Revolver en
Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band
tot mijn favoriete Beatles albums. Eerder uitgebracht dan Let It Be maar de prachtige zwanenzang van The Beatles. Naast
bekende nummers als Here Comes the Sun
en Come Together een aantal fraaie miniatuurtjes zoals Golden Slumbers. Abbey Road was een waardig afsluiter van
een roemruchte periode.
Jay Som - Anak Ko
Sinds november 2011 werkt de nu vijfentwintigjarige Melina
Duterte onder de artiestennaam Jay Som gestaag aan haar muziekcarrière. De zangeres met
Filippijnse wortels verruilde acht jaar geleden de Bay Area voor Los Angeles op
zoek naar een andere omgeving voor muzikale inspiratie. Ze begon daar op haar
slaapkamer demo’s op te nemen en begon
tevens sessiewerk te doen, maar ging ook aan de slag als producer,
geluidstechnicus en mixer voor anderen. In haar tienerjaren verkende ze een
groot aantal genres en studeerde jazz trompet en was tevens als de rest van
haar familie verzot op karaoke. Sinds 2015 brengt ze albums uit onder de naam
Jay Som, een in eigen beheer, Anak Ko
is haar derde reguliere album. Tevens bracht ze onder de naam Melina Mae voor de lol de
songs Time Off Work en Song Dump uit. Haar dreampop is de loop
der jaren wat meer opgeschoven naar de rock. De meeste songs schreef ze in eenzame afzondering in Joshua Tree. Zoals gewoonlijk nam ze de liedjes thuis
op, wie heel goed luistert hoort in sommige liedjes haar wasmachine en droger
op de achtergrond. Voor de eerste keer kreeg ze hulp van wat vrienden, zoals Vagabon’s
Laetitia Tamko, Chastity Belt’s Annie Truscott, Justus Proffitt, Boy Scouts’
Taylor Vick en haar bandleden Zachary Elasser, Oliver Pinnell en Dylan Allard.
Duterte werd vooral geïnspireerd door tachtiger jaren bands als Prefab Sprout,
the Cure en Cocteau Twins, maar ook door het furieuze gitaarspel van de hedendaagse Canadese band Weed. Zo hoor je
in Tenderness in de zang duidelijk de
invloed van Prefab Sprout terug. De titel Anak
Ko is Tagalog voor “mijn kind”. Haar moeder begint in haar sms-berichten aan
haar altijd op deze wijze. Anak Ko is
een album wat langzaam maar heel zeker onder de huid kruipt, zonder enige
twijfel haar mooiste en meest ambitieuze tot nu toe. In november toert ze door
Europa en doet daarbij Nederland en België aan.
Justine Wahlin - A Pair of Dreamers
Meestal betreffen de tips die ik krijg van ons jongste besloten
muziekforumgenoot Koen, jonge veelbelovende singer-songwriters. Deze keer
echter de ervaren Australische zangeres Justine Wahlin. Het afgelopen decennium
werkte Wahlin gestaag aan haar solocarrière, vooral door veel op te treden.
Uiteindelijk resulteerde dat in 2017 in haar debuutalbum A Long Way From Home. Het leverde haar de nodige lovende recensies
op en werd het gekozen tot beste album op de 2017 ARMAs (Australian Roots Music
Awards). Haar wieg stond ooit in Zweden, waar ze dat jaar ook toerde om haar
debuutalbum te promoten. De afgelopen twee jaar werkte ze hard aan nieuwe
songs, wat resulteerde in de fraaie opvolger A Pair of Dreamers. Zelf omschrijft Wahlin haar muziek als “I play
songs that are drawn from the world with an insightful look into the human
heart”. Direct bij opener Old Wool and
Dirty Boots veerde ik op naar het puntje van mijn stoel. Haar voordracht
wist meteen volledig mijn aandacht te trekken en houdt dat de rest van het
album moeiteloos vast.
Replay: Magazine - Real Life
Heel vaak blik ik niet muzikaal terug, daarvoor komt er tegenwoordig
nog steeds te veel mooie muziek uit. Op een van die fraaie, binnenkort te
verschijnen albums speelt tot mijn grote verrassing toetsenist Dave Formula
mee. Hij maakte eind jaren zeventig deel uit van de groep Magazine. De groep
werd begin 1977 in Manchester opgericht door voormalig Buzzcock lid Howard
Devoto. Eind 1977 verving Formula Bob Dickinson, een toetsenist met een
avant-garde en klassieke achtergrond. Dickinson schreef overigens nog wel mee
aan het nummer Motorcade. De eerste
single Shot by Both Sides, geschreven
door Devoto samen met Pete Shelley, zorgde direct voor commercieel succes. Het
legendarische debuutalbum Real Life
werd opgenomen in de Abbey Road Studios in Londen. Richard Branson was er als
de kippen bij om de groep contractueel vast te leggen. Branson’s Virgin label
werd succesvol met het allereerste album wat het uitbracht, Tubular Bells van Mike Oldfield, wat
eerder door alle grote platenlabels was geweigerd. Ook pikte Branson direct
zijn graantje mee bij de opkomst van punk en new wave. Hij bracht de single God Save the Queen van de controversiële punkgroep Sex Pistols
uit, wat ondanks de boycot op de radio de tweede plaats van de Britse
hitlijsten wist te bereiken. De muziek die Magazine maakte was in mijn ogen een
stuk interessanter dan de punk van de Sex Pistols. Magazine werd dan ook
beïnvloed door bijvoorbeeld een groep als Roxy Music, wat goed terug te horen is
in het nummer Burst. Ook nu nog staat
Real Life fier overeind vooral door het geweldige toetsenwerk van Formula en de intrigerende en indringende zang van
Devoto. Van 2009 tot 2012 was de band van Devoto en Formula nog even terug te
zien op de grote festivals, waarna het doek definitief viel. Maar gelukkig is
ook in 2019 het prachtige toetsenwerk van de tweeënzeventigjarige Formula nog steeds te
bewonderen.
Theo Volk
Sunny War - Shell of a Girl
Vorig jaar behoorde het album With
the Sun van Sidney Ward tot de fraaiste releases. Hierop vermengde ze
op eigen wijze folk met blues. Ward is een jongedame met reeds een veel bewogen
leven, was jarenlang dakloos en leefde enigszins doelloos op Venice Beach. Veel
vrienden uit die periode overleefden niet, Ward gelukkig wel, vooral dankzij
haar muziek. Op haar debuut Worthless hoor
je nog een onzekere Ward, die erg wankel in het leven staat. Intussen is ze
veranderd in een meer zelfverzekerde jongedame, meer in balans en met meer rust
in haar leven. Op Shell of a Girl zijn wat nieuwe, Caribische invloeden
te horen. Het album werd wederom in de Hen House Studios opgenomen met
uitstekende muzikanten, waaronder Micah Nelson (Particle Kid). Intussen heeft ze
een volledig eigen stijl ontwikkeld, met als belangrijke ingrediënten haar aparte,
wat hese stem en haar unieke, zelfontwikkelde finger picking stijl. In haar
teksten blijft ze altijd dicht bij zichzelf. Intussen lijkt ze alles op de
rails te hebben en weet ze dat Drugs Are
Bad, een van de elf wonderschone liedjes. Shell of a Girl heb ik nu zo’n twee maanden in huis en durf te
stellen, dat het album niet onderdoet voor zijn fantastische voorganger. Vooralsnog
binnenkort in Nederland alleen verkrijgbaar op vinyl.
Abonneren op:
Posts (Atom)









