De eerste waardering voor haar derde album Willing sleepte de uiterst
getalenteerde Lady Nade reeds in januari in de wacht. Afsluiter Ain’t One Thing werd genomineerd voor “Song
of the year” op de UK Americana awards. Dat Willing
een fantastisch album zou gaan worden bewezen reeds de singles Willing en You’re My Number One. Liedjes die me veel kippenvel bezorgen, Wildfire misschien nog wel meer. Lady
Nade begon reeds op jeugdige leeftijd teksten te schrijven, nadat ze een
familielid had verloren. Over dat familielid gaat het nummer Complicated. Thema’s vormen liefde, vriendschap en eenzaamheid, verpakt in eerlijke,
directe teksten. Zo is Peace and Calm
een liefdevol eerbetoon aan haar beschermende, wijze opa. Ze omschrijft zelf
haar muziek als “eclectic Americana folk” verpakt in “Soothing words and
melodies that nourish the mind and body - through life’s complicated tapestry”.
En zo onderga ik haar muziek ook, als bijzonder troostrijk en helend. Lady Nade
beschikt over een van de meest uitzonderlijke stemmen, die ik ken. Maar ze is
ook een begenadigd songschrijver, liedjes als Willing, You’re My Number One
en Wildfire kruipen diep onder de
huid en raken navenant diep. Waarschijnlijk zullen met mij velen ingepakt
worden door het hartwarmende Willing, niet
minder dan een prachtplaat!
De toonaangevende ambassadeur van de Mississippi Hill
Country blues, Cedric Burnside, is terug met zijn tweede album onder eigen
naam, I Be Trying. Over voorganger Benton
County Relic was ik behoorlijk enthousiast. Cedric is inmiddels tweeënveertig
en heeft reeds dertig jaar ervaring “on the road”. Die carrière begon op dertienjarige
leeftijd in de touringband van zijn legendarische opa, R.L. Burnside. Cedric
eert hem met een cover van Bird Without a
Feather. Enige andere cover is Hands
Off That Girl van Deltabluesgigant Junior Kimbrough. De overige elf schreef
hij zelf en bevatten verhalen over verbinding, pijn en verlossing in het zuiden
van de VS. Het album werd slechts in enkele dagen opgenomen in de befaamde
Royal Studios, waar Al Green, Solomon Burke, Buddy Guy en zoveel andere legendes
hem voor gingen. Wederom is de inkleuring sober, Cedric zingt, speelt gitaar en
op een zestal nummers drums. Op de overige speelt Reed Watson drums en
percussie. Luther Dickinson (North Mississippi Allstars) speelt gitaar op Step In en Keep on Pushing. Alabama Shakes bassist Zac Cockrell is te horen op
Pretty Flowers en cellist Caleb
Elliot op I Be Trying en Love You Forever. Cedric is de trotse
vader van drie dochters. De jongste, Portrika, pas vijftien, zingt de
achtergrondvocalen op het titelnummer. Hier en daar probeert men de muziek een
Al Green tintje te geven. De drums werden in Willie Mitchell stijl opgenomen en
in opener The World Can Be So Cold
gebruikt Cedric Al Green’s beroemde “Mic #9”. I Be Trying is andermaal een overtuigend bewijs dat Burnside nog
steeds de toonaangevende ambassadeur van de Mississippi Hill Country blues is.
Theo Volk
Releasedatum : 25 juni 2021 Single Lock Records/De
Konkurrent
De alternatieve groep rondom frontman Stefan van den Berg
bestaat al vijfentwintig jaar. Mummy’s a Tree is niet alleen de groepsnaam maar
ook de titel van hun debuutplaat uit 1996. De vroege zelfgekozen dood van
Stefan’s moeder is voedingsbodem voor zestien sprookjesachtige liedjes. Atmosferisch
maar ook rauw: Stefan neemt de plaat thuis op met enkel een microfoon en een
viersporenrecorder. Hij speelt zelf vrijwel alle partijen. Zijn gitaar, zo
staat het in de aankondiging van zijn eerste optreden, is gemaakt van de boom
die groeide uit het graf van zijn moeder. Een troostrijke transformatie. Fans
van de band verklaren het een cultplaat. Spoedig erna haalt de groep de finale
van de grote prijs en is men supporting act van dEUS, My Morning Jacket, Big
Country, Bettie Serveert en The Long Winters. New Song is inmiddels hun zesde album, wat eigenlijk Spring Is Coming zou gaan heten. Overigens
de titel van een van de nummers. Het album kwam tot stand door crowdfunding via
Voor de Kunst en met hulp van het Sena Muziekproductiefonds. Begin 2020 vertrekt
zanger/gitarist/songwriter Stefan van den Berg samen met bassist Rick Weren en
drummer Imre Elzer naar de legendarische Berlijnse Hansa By the Wall studio. De
studio waar Bowie zijn befaamde Low
en Heroes albums opnam. Het doel is
om een groots klinkende studioplaat op te nemen, wat zeker gelukt is. Zoals
altijd is deze alternatieve band niet in een hokje te plaatsen. Het ene moment
liefelijk het andere rauw en ongepolijst. Zelf omschrijven ze het album als een
Europese, eclectische alt-popplaat, een omschrijving die grotendeels de lading
dekt. Het eerste liedje voor de plaat, titelsong New Song, kwam na de nodige bloed, zweet en tranen tot stand. Na de
aanschaf van een set exotische hoornen plectrums bij Ali Express. Na een uur of
tien spelen zijn ze naar de filistijnen (niet erg duurzaam dus), maar de
vroegtijdige dood van een plectrum is tegelijkertijd de geboorte van een nieuw
nummer en de aanzet voor een nieuwe plaat. Overigens een behoorlijk stevig
nummer met een Jimi Hendrix achtig outro. Vooral bij All of this had ik door de manier van zingen en het basspel associaties
met de muziek van Lou Reed. Een echte oorwurm is Let’s Go on a Journey. Bij de eerste maten van All My Thoughts dacht ik dat men Black Eyed Dog van Nick Drake wilde inzetten. New Song bewijst dat Mummy’s a Tree na vijfentwintig jaar nog
steeds springlevend is. Het album verschijnt op King Forward Records, het
platenlabel van Frank Bond, de frontman van AlascA.
De broers Pascal en Walter Wilhelm kregen thuis in hun vroege
tienerjaren de bluesmuziek ingegoten. Hun vader nam op een taperecorder
regelmatig bluesmuziek op van de radio. Op een verjaardag kreeg hun vader van
hun moeder een plaat van Albert King en een van Lightnin’ Hopkins en toen was
het hek helemaal van de dam. De broers wilden nog maar een ding, muziek maken. Ze
begonnen een band, maar die was niet zo’n lang leven beschoren. Daarna hadden
beide afzonderlijk een succesvolle carrière, maar enige jaren geleden besloten
de broers weer samen te gaan werken. Hun vorig jaar verschenen debuutalbum High Class Horse werd voornamelijk
gevuld met Westcoast blues en had harmonicaspeler Harp Mitch erop een flinke
vinger in de pap. Ook op het nieuwe album Cab
Driving Man geeft Harp Mitch acte de présence, maar is beduidend minder
nadrukkelijk aanwezig (slechts op 3 tracks). Ook de Westcoast bluesmuziek
blijft redelijk beperkt. Daarnaast doet men onder andere Chicago aan met het
bekende Bad Boy van Eddie Taylor,
maar maakt men bijvoorbeeld ook een paar uitstapjes richting boogiewoogie met
een glansrol voor toetsenist Roel Spanjers. De meest liedjes worden door Pascal
gezongen. Een drietal andere Arjen Veldman, maar ook drie door Harp Mitch en
broer Walter zingt Don’t Have to Worry.
Een nummer schreven de broers samen. Pascal schreef alleen het uitstekende titelnummer, Boogie Blues en Mess Around. De rest zijn goed gekozen covers. Het album ademt
duidelijk een livesfeer en veel spelplezier uit. Uiteraard zal het album weer
gedraaid worden door radiostations als 40UP Radio en Grolloo Radio. Hopelijk
zal het zich ook een weg weten te vinden naar jongere luisteraars. En laten we
hopen dat we het uitstekende Cab Driving
Man snel live mogen horen en aanschouwen.
Melina Duterte (Jay Som) en Ellen Kempner (Palehound) zijn
goede vriendinnen. Die vriendschap begon in 2017 toen ze elkaar ontmoetten in
een Sacramento green room. Op dat moment waren ze al fans van elkaars muziek.
Een jaar later bezocht Kempner Duterte’s thuisstudio en begon men voor het
plezier samen wat op te nemen. Het resulteerde in hun eerste song Sand Angel, wat ook op het debuutalbum Doomin’ Sun is terechtgekomen. Het
overtuigde de twee dat ze samen een duidelijke chemie hebben. In januari 2020
nam het duo de complete opnameapparatuur van Duterte mee in twee auto’s naar
een voor de gelegenheid gehuurd huis in Topanga, Calefornië. In het huis was
een grand piano aanwezig. Men schoof alle meubilair aan de kant en stelde
vervolgens drums en versterkers op. De ad-hocstudio welke was opgezet, bood het
comfort dat nodig was om ideeën vrijelijk te laten stromen, niet gehinderd door
een vooraf bepaald schema. Kempner richtte zich vooral op het schrijven van de
teksten en Duterte vooral op het produceren. Ongeveer halverwege hun verblijf
in Topanga kwamen Buck Meek en James Krivchenia van Big Thief langs. Meek
bracht gitaarpedalen en een prachtige oude akoestische gitaar van Martin mee om
te gebruiken en Krivchenia tilde een paar nummers naar een hoger niveau met
zijn drumpartijen. Duterte's partner Annie Truscott (Chastity Belt) voorzag het
album hier en daar van strijkers. Doomin’
Sun is een redelijk stevig rockalbum geworden. Goed voorbeeld is Stay in the Car, met een duidelijk
aanwezige bas. Opener Back Of My Hand
belicht hun onderlinge vriendschap. Van de talentvolle Duterte besprak ik al lovend
haar derde album Anak
Ko. Samen met Kempner weet ze het niveau van haar soloalbums te
overstijgen. Doomin’ Sun smaakt naar
meer, veel meer.
Op de dag van zijn tweeënzeventigste verjaardag schonk Arno
zichzelf en veel muziekliefhebbers een prachtig cadeau. Voor deze gelegenheid
nam hij een bloemlezing uit zijn rijke oeuvre van bekende en minder bekende
composities op. Het idee kwam uit de koker van Kenny Gates, een van de
oprichters van het PIAS label. Hij stuurde Arno de studio in met het enfant
terrible van de Franse Neoklassieke muziek én van de rap, Sofiane Pamart. Op
het eerste gezicht een onmogelijke combinatie, temeer beiden elkaar nog niet
kenden. Voor aanvang van de opnames vertelde Arno hem nog tussen neus en lippen
door dat hij zwaar ziek was (pancreaskanker). De klassiek geschoolde Pamart
weet zich echter bijzonder goed in te leven in de muziek van zijn illustere
metgezel. Hier is echt 1 + 1 = 3. Naast piano speelt Pamart ook ter afwisseling
Wurlitzer. Een van de meest geslaagde songs vind ik Lomesome Zorro, wat hij schreef voor de score van “Merci La Vie”.
Die score werd gedeeltelijk ook door minimalist Philip Glass geschreven. Maar
het album staat vol prachtvertolkingen, die bij de luisteraar hard binnenkomen.
Soms krijgt men bekwame hulp van bassist Mirko Banovic (Give Me the Gift). Afgesloten wordt Vivre met de T.C. Matic klassieker Putain Putain, wat onder fans toen uitgroeide tot een soort
alternatief Europees volkslied. Het nummer roept trouwens nostalgische
gevoelens bij me op naar begin tachtiger jaren. Zag de groep onder andere in
1983 optreden in mijn eigen woonplaats Etten-Leur, op het toen befaamde Pop-Inn
festival, samen met onder andere Comsat Angels, Klein Orkest en De Kreuners. Collega
Leon Pouwels van Written in music, schreef trouwens een prachtige, uitgebreide
recensie over Vivre, die eventueel hier
te lezen is. Vivre is briljant in al
zijn eenvoud, het hoogtepunt uit Arno’s
uitgebreide oeuvre.
The Guardian, Folkradio UK en FATEA staken al terecht de
loftrompet over Staran, het fraaie
debuutalbum van een Schots vijftal. Het bestaat uit Kim Carnie (zang), John
Lowrie (piano, rhodes, harmonium en percussie), Jack Smedley (viool), Innes
White (diverse gitaren en mandoline) en James Lindsay (contrabas). Alle vijf reeds
met de nodige muzikale bagage, vooral John Lowrie, een veelgevraagd, klassiek
geschoold sessiemuzikant. Hij bracht het vijftal samen. Kim Carnie behoort tot
de beste jonge Schotse zangeressen. Hun groepsnaam is Gaelic voor pad of spoor.
Het repertoire op Staran bestaat uit
traditionele Schotse folk en eigen composities. Carnie zingt zowel in het
Gaelic als in het Engels. Ondanks dat ik het Gaelic niet machtig ben komen schitterende
songs als Horò gun Togainn air Hùgan
Fhathast Thu en Gaol a’ Chruidh
heel erg bij mij binnen en bezorgen de nodige kippenvel. Ook enige instrumentale composities, waarvan
een Casino getiteld is. Wellicht zo
genoemd omdat men financieel gesteund is door de National Lottery. Het meest
hedendaags is afsluiter en hoogtepunt Settle,
Honey. Hopelijk krijgt dit album snel een vervolg. Benieuwd naar hoe de
groep zich verder zal ontwikkelen, blijft men redelijk traditioneel of gaat men
toch op zoek naar een moderner geluid.
Jess Sylvester alias Marinero groeide op in de San Francisco
Bay Area. Z’n vader was zeeman vandaar Marinero, de betekenis van het woord in
het Spaans. Muzikaal gezien is Hella
Love een allegaartje. Opener Fanfare
verraadt duidelijke Spaanse invloeden. Vervolgens schiet het alle kanten uit,
een vermenging van vele invloeden. Naast de nodige Latijns Amerikaanse
invloeden (bossa nova en Latin pop), ook van internationale artiesten uit de jaren zestig
en zeventig als Los Terricolas, Ennio Morricone, Esquivel, Carole King en Serge
Gainsbourg. Maar tevens liet hij zich inspireren door hedendaagse artiesten als
Chicano Batman, Connan Mockasin en Chris Cohen. De onderwerpen op Hella Love lopen nogal uiteen. De
titelsong handelt over hoe zijn ouders in de San Francisco Bay Area terecht
kwamen. Het eerste couplet gaat over de zeereizen van zijn vader eind jaren
zestig naar de west. Het tweede couplet over zijn moeders verhuizing naar de
wijk The Mission. Zijn moeder heeft een Mexicaans-Amerikaanse achtergrond. Ze
groeide, zoals reeds gememoreerd, op in
de Katholieke wijk The Mission, ooit gesticht door de Franciscanen. De single Nuestra Victoria vertelt het verhaal over
de (brood)bakkerij La Victoria. Ooit een dierbare plaats voor zijn moeder. De
teksten bevatten volgens Sylvester de nodige “easter eggs” voor mensen
afkomstig uit de regio en voor mensen die zijn muziek volgden in het verleden.
Ook een song, Isle of Alcatraz, over
het nog steeds tot de verbeelding Alcatraz, waar lange tijd beruchte
misdadigers als Al Capone gevang gehouden werden. En ook de plek waar enige
uitstekende films werden opgenomen als “Murder in the First”, “Birdman of
Alcatraz” en “Escape from Alcatraz”. Hella
Love is zowel een soundtrack door de tijd, als wel een lofzang op zijn ouders
en de San Francisco Bay Area
Theo Volk
Releasedatum : 21 mei 2021 Hardly Art/De Konkurrent
In april 2018 wist de jonge, talentvolle Antwerpse band The
Calicos meteen Humo’s Rock Rally te winnen. Het zestal bestaat uit Quinten
Vermaelen (gitaar en zang) Aäron Koch (gitaar en pedalsteel) Sander Smeets (gitaar
en toetsen) Maximilian Dobbertin (toetsen) Guido Op de Beeck (bas) en Olivier
Penu (drums). Sinds 2018 bracht men een zestal singles uit, waarvan de laatste
vier op hun debuutalbum The Soft Landing
terecht kwamen. Een album dat men in alle rust opnam. The Calicos maken
melodieuze muziek met invloeden uit Americana, indie en alt country.
Geïnspireerd door artiesten als The War On Drugs, Strand Of Oaks, Wilco,
Jonathan Wilson en Ryan Adams, gemixt tot een eigen geluid. De productie nam de
band zelf in handen, geholpen door levende legende Firmin Michiels en andermaal
loepzuiver afgewerkt door Tobie Speleman (blackwave., Geppetto & The
Whales, EMY, The Haunted Youth). De opvallende, maar toch eenvoudige hoes gaf
me direct een goed gevoel. Ook een zomers gevoel, want bramen associeer ik met
de (late) zomer. De muziek geeft me ook een positief gevoel. Nog meer sinds ik
weet dat Gijs van de Burgt van Harvest Music en Jan Muylaert van Salmon
Bookings, hun booking agents in Nederland en België zijn. Beiden heb ik de
afgelopen jaren leren kennen als americana liefhebbers met het muziekhart op de
juiste plaats en nemen alleen maar artiesten aan, waar ze volledig achterstaan.
Zo ook in dit geval, want The Soft
Landing van The Calicos is een bijzonder overtuigend debuut, dat volgens
mij zowel door jongere als oudere americana liefhebbers omarmd zal gaan worden.
Op 20 mei 1971 verscheen het maatschappijkritische
meesterwerk What’s Going On. Wat Le Sacre du printemps van Igor Stravinsky
is voor de moderne klassieke muziek is What’s
Going On voor de soulmuziek. Beiden hebben ruimschoots de tand des tijds doorstaan.
Tot 1971 behoorde Gaye tot de hitfabriek van Motown, het label scoorde aan de
lopende bands hits. Zo scoorde Gaye bijvoorbeeld
samen met Tammi Terrell een grote hit met Ain't
No Mountain High Enough, geschreven door Ashford & Simpson.
Het meesterwerk van Gaye effende het pad voor meer
artistieke vrijheid voor Afro-Amerikanen. Vijftig jaar na dato is het album nog
steeds pijnlijk actueel. Opener en titelnummer What’s Going On gaat over de waanzin van oorlog. Een van de eerste
regels luidt : Brother, brother, brother, there’s far too many of you dying”.
Een verwijzing naar de twintig jaar durende Vietnamoorlog, waaraan Gaye’s broer
Frankie ook drie jaar deelnam vlak voordat What’s
Going On verscheen.
Een andere regel uit het lied is : “Father, father we don’t
need to escalate”. Hierin richt hij zich tot de Heer, maar het zou ook kunnen
refereren aan de regelmatige ruzies die hij toen al had met zijn vader Marvin
sr. Het huwelijk van senior was niet bepaald het meest gelukkige en zijn ouders
had om de haverklap ruzie, waarbij Gaye het altijd opnam voor zijn moeder.
Later gingen die ruzies tussen senior en junior vooral over Gaye’s
levenswandel. Een ervan werd Gaye fataal. Op 1 april 1984 werd Gaye, één dag
voor zijn vijfenveertigste verjaardag, door zijn vader tweemaal in het hart
getroffen en stierf in de armen van zijn broer Frankie. Nota bene vermoord met
het wapen, wat Gaye vier maanden eerder zijn vader cadeau had gedaan.
De dag dat het gebeurde herinner ik me nog als de dag van
gisteren. De schok was enorm bij mij toen ik het die dag hoorde in het acht uur
journaal. Enkele jaren ervoor was Gaye een beetje van ons geworden, bewoners
van de Lage Landen. In 1981 was Gaye namelijk naar Europa verhuisd. Op de
vlucht voor cocaïnedealers, twee hebberige ex-vrouwen en de IRS, de Amerikaanse
belastingdienst. In eerste instantie vestigde hij zich in Londen. Vlak ervoor had
hij het Teteringse model Eugénie Vis ontmoet, na een optreden in Carré. Zij
werd zijn geliefde en zou zich over hem en zijn zoontje gaan ontfermen en
zorgde ervoor dat hij tijdelijk clean was.
Al spoedig vestigde Gaye zich in Oostende, maar verbleef ook
af en toe in Teteringen, en verschenen in die tijd nog twee prima albums InOur
Lifetime en vooral Midnight Love.
Inspiratiebron voor de hit Sexual Healing
was zijn vriendin Vis. Een nummer waaraan Charles Dumolin meeschreef, maar die er
niet de credits voor kreeg. Dumolin werd onder andere bekend van Hey nana van Micha Marah en Jijen ik van Ann Christy. In opdracht van
Stad Oostende maakte Dumolin ook het bronzen beeld “ Marvin Gaye” voor het
Casino-Kursaal. Het monument weegt 2500 kg en is levensgroot. Het is nog steeds
anno 2021 te bezichtigen in de lobby van de Kursaal.
Een zeer terecht eerbetoon voor een van de meeste begenadigde
soulzangers uit de geschiedenis. Die ons prachtplaten naliet als Let’s Get It On, I Want You, Here,My Dear
en natuurlijk What’s Going On.