De afgelopen jaren was Ghost Woman Evan Uschenko's
uitlaatklep voor zijn interesse in songwriting en opname, die begon na een
aantal jaren als sideman te hebben gespeeld in verschillende Canadese
indie-ensembles, met name in de Michael Rault-band, een groep die vertoont een
vergelijkbare affiniteit voor perfect gekozen, deels ouderwets aanvoelende
gitaarpop. Na het titelloze debuut uit 2022, uitgegeven door het in het Verenigd
Koninrijk gevestigde Full Time Hobby met lovende kritieken, presenteert Anne, If een iets uitgebreidere visie
van wat Ghost Woman te bieden heeft.
Het geluid van Anne,
If komt zeker overeen met eerdere output: de muziek werd (bijna) volledig
door Uschenko zelf uitgevoerd en opgenomen op zijn vertrouwde Tascam 388
bandrecorder, tijdens wat hij beschrijft als een "vreemd nieuw
hoofdstuk" in zijn leven, wonen in een groot afgelegen huis met niets
anders te doen dan muziek opnemen, oude VHS-films kijken en maaltijden koken
boven een open vuur in de achtertuin. "De mogelijkheid om op elk moment
van de dag geluiden te maken en op te nemen, had een grote invloed op de manier
waarop ik werkte en wat er werd geproduceerd", zegt hij. En de resultaten
zijn geweldig; Uschenko slaagt erin om meer stilistisch terrein dan ooit te
bestrijken, terwijl hij van begin tot eind een sterke doorgaande lijn behoudt.
Hoewel sommige nummers bijna rechtstreeks lijken te verwijzen naar bepaalde
bands en tijdperken van rockmuziek, is niets daarvan ooit pure imitatie;
Uschenko's melodische gevoel - tegelijk afstandelijk (op een Pavement-achtige
manier) en verlangen (de innemende melodieën en harmonieën van Crosby, Stills
en Nash worden meer dan eens opgeroepen) - lijmt het album aan elkaar.
De warme, ongecompliceerde productie - die doet denken aan
Captain Beefheart uit het Safe As Milk-tijdperk, de eerste paar Beak-albums of
Shel Talmy's producties uit de jaren 60 voor The Creation of The Kinks - breit
het geheel ook samen, en het perfect tape-verzadigde, analoge geluid biedt een
aangenaam tegenwicht voor de huidige wereld van digitale opnames,
plug-in-effecten en "we lossen het later wel op"-houdingen.
Uschenko schuwt het idee dat de band - in ieder geval
volledig - een "soloproject" is, aangezien de liveshow van Ghost
Woman in hoge mate een bandcentrische aangelegenheid is, tegenwoordig bestaande
uit creatieve en romantische partner Ille van Dessel (Poolface) aan de drums en
Nick Hay, afkomstig uit Uschenko's geboorteplaats, die alle snaargerelateerde taken
uitvoert. De liedjes van Anne, If die
hun weg naar het podium hebben gevonden tijdens de vele live data van dit jaar
in Canada en Europa (inclusief het openen van London Calling en een recente
reeks shows met indie-folk-pop-lieveling Chad Van Gaalen) beginnen al aan te
nemen nieuwe vormen, en de band – in welke formatie dan ook – is niet te
missen. Op 9 maart in Brugge of 12 maart in Utrecht bij De Helling
bijvoorbeeld.
Theo Volk
Releasedatum : 20 januari 2023 Full Time Hobby/De Konkurrent
Op het populaire forum MusicMeter vraagt de actieve
gebruiker Zaaf geregeld aan andere forumleden om een lijstje met hun favoriete
albums van een bepaald jaar op te sturen. Op dit moment is dat het jaar 1981. Zoals
gebruikelijk stuurde ik ook weer een lijstje in. Mijn onbetwiste nummer een van
dat jaar is This Is the Ice Age van
de Canadese new wave band Martha and the Muffins.
De lp heb ik in het verleden werkelijk grijsgedraaid. In
2005 verscheen het album in Canada op cd, helaas is die release toen aan mijn
aandacht ontsnapt. Het wordt hoog tijd dat dit album opnieuw wordt uitgegeven,
al was het alleen maar voor de twee extra nummers I'm No Good at Conversation en Twenty-Two
in Cincinnati.
This Is the Ice Age
was hun derde album, de eerste van de twee waarop Jocelyne Lanois bas speelt.
De geweldige productie was in handen van haar toen nog onbekende broer Daniel
Lanois. Zijn fraaie debuutalbum Acadie
zou pas in 1989 verschijnen. Lanois’ productie is behoorlijk avontuurlijk en
soms wat schurend, maar vooral baanbrekend. Direct vanaf de fantastische opener
Swimming wordt de luisteraar het
album in gezogen.
De meest liedjes werden door Mark Gane geschreven. Het
schitterende One Day in Paris is
echter van de hand van Martha Johnson. Een bijzonder gevarieerd album dat bij
veel muziekliefhebbers in de smaak zou kunnen vallen. Helaas ontbreekt This Is the Ice Age op Spotify en Apple
Music. Het blijft dus hopen op een heruitgave.
Het debuutalbum Uncle
Sem kent een bijzonder verhaal. Tot zo’n vijf jaar geleden ging zanger en
gitarist Sem Jansen door het leven als zangeres Britt van de Leif de Leeuw
Band, maar besloot toen de transitie tot man in te zetten. Maar voordat hij het
traject van vrouw naar man inging werd de basis van de eerste zes songs opgenomen.
De Americana songs op het album vertellen het verhaal van de
transitie. Over alle onzekerheden die er vooraf bij komen kijken. Zoals, hoe
gaat mijn omgeving erop reageren? De zware gesprekken vooraf met psychologen
over dit onomkeerbaar proces. Gelukkig voor Sem waren de reacties positief,
waaronder ook van zijn bandleden van de Leif de Leeuw Band, met wie Uncle Sem werd gemaakt.
Maar ook voelde Sem zich waarschijnlijk geruggensteund door
zijn trouwe viervoeter Admiraal, met wie hij staat afgebeeld op de binnenhoes.
Een hond trouwens met een eigen Facebook en Instagram account. Het prachtige,
stripachtige artwork vol met symboliek werd gemaakt door Douwe Dijkstra. In het
nummer Goodbye, een duet met zichzelf,
neemt Sem afscheid van zijn oude, hoge stem. Een song waarin de onzekerheid
doorklinkt van het verliezen van die oude, hoge stem, getuige de regel “And
when I’m scared to lose you in this fight called life”.
Uncle Sem is niet
alleen fraai album, maar kan ook een steun in de rug zijn voor anderen die om
wat voor reden moeite hebben om uit de kast te komen. Vanaf 12 januari gaat Sem
samen met zijn band toeren met de show Who the F*ck is Britt?!". In een
show van 1,5 uur neemt hij het publiek mee in zijn proces via het zingen van
songs, aangevuld met videobeelden en verhalen. Hij gaat in duet met zijn
vroegere zelf die op het videoscherm aanwezig zal zijn. De eerste twee shows in
de Cacaofabriek in thuisstad Helmond zijn al uitverkocht. Voor de overige shows
zie hier.
Ruim
drie jaar geleden werd ik volledig overrompeld door het debuutalbum When
I Have Fears van de Ierse postrockband The Murder Capital. Het album had
dezelfde impact op mij als Unknown
Pleasures van Joy Division vier decennia ervoor. Dezelfde intense,
beklemmende muziek en deprimerende teksten. De afgelopen twee jaar heeft de
band gesleuteld aan een nieuwe sound, die wat minder dreigend, meer verfrissend
en soms zelfs wat luchtig is.
Tijdens
het trage en pijnlijke ontstaansproces openbaarde Gigi’s Recovery zich als een conceptalbum aan de band. “Het woord
herstel moet hier gezien worden als zich veranderd voelen: het betekent
terugkeren naar een plaats van kracht, "misschien een kracht waarvan je
nooit wist dat je die had" en deze transformatie is verpakt in onze
identiteit als band en als individuen.”, aldus de band.
De
grote kracht van het album schuilt in het inventieve gebruik van dynamiek. Zo
wordt bijvoorbeeld in The Stars Will
Leave Their Stage naar een geweldige climax toegewerkt met stevige drums om
te vervolgen met het ingetogen Belonging.
Vaak
wil een tweede album van een band nog weleens tegenvallen, maar dat gaat zeker
niet op voor The Murder Capital. Het was enigszins wennen aan Gigi’s Recovery, maar al snel kroop het
album onder de huid. Gelukkig komt de band begin februari naar de Lage Landen,
om het album voor te stellen.
De Amerikaanse, in Noorwegen wonende singer-songwriter Tim Scott
McConnell begon reeds op zijn vijftiende te toeren en maakt al meer dan veertig
jaar platen en opende hij live voor Bob Dylan, Crowded House en Chris Isaak.
Eerst maakte hij platen in groepsverband en nu vooral solo. De laatste paar jaar
is hij behoorlijk productief. Van hem recenseerde ik toen de uitstekende albums
White
Crow, A
Death Divine (samen met Ronni Le Tekrø) en Black
Valley. Voor White Crow wist
hij zelfs de prestigieuze Spellemansprise te winnen.
Zijn nieuwste album Coffin Nails werd opgenomen volgens de oude
bluestraditie, live direct op tape. Opgenomen in zijn eentje en gemixt in
slechts twee dagen. Uiteraard bracht hij zijn twaalfsnarige gitaar mee, waarop
hij een meester is. Zijn gitaarspel is altijd zeer herkenbaar. In zijn teksten
is er weinig nieuws onder de zon, zoals altijd gaan die over donkere
onderwerpen, zoals de dood. Ledfoot is iemand die in zijn eentje door zijn vaak
indringende voordracht gemakkelijk een plaat lang de aandacht van de luisteraar
met zijn gothic blues kan vasthouden. Liefhebbers van bovengenoemde albums
zullen ongetwijfeld het wederom uitstekende Coffin
Nails kunnen waarderen.
Theo Volk
Releasedatum : 27 januari 2023 TBC Records/[Integral]
Ter gelegenheid van de 120ste geboortedag van de
Zweedse dichteres Karin Boye verscheen op 26 okotber 2020 het album Vapenlös van Camilla Åström en Petra
Haraldson. Een dertiental gedichten van Boye werden door dit duo op magnifieke
wijze op muziek gezet. Helaas door de taalbarrière reikte de belangstelling voor
het project ten onrechte niet verder dan de Zweedse landsgrenzen. De gedichten
werden echter vertaald door Linda Schenck naar het Engels en werden ze gelukkig
opnieuw opgenomen.
Dichteres Karin Boye leefde en was actief tijdens en tussen
de twee wereldoorlogen en was een politiek en religieus zoeker. Een rebel die
haar eigen gang ging in een tijd waarin dat zelden gewaardeerd werd. Haar
poëzie gaat vaak over hoe wij mensen in wezen dezelfde existentiële omstandigheden
delen.
Gedichten over verwondering, angst, verlangen, moed en
verzet. Over bomen en sterren. Tijdloze melancholie, passie en hoop. Altijd met
een sterke en diep klinkende eigen toon. Karin Boye werd in 1900 in Göteborg
geboren en werd in april 1941 dood aangetroffen op een berg buiten Alingsås.
Niemand weet of het een bewuste keuze was om een einde aan haar leven te
maken, of een ongelukkige combinatie van een ongewoon koude aprilnacht en te
veel slaappillen.
Unarmed opent met
het a cappella Nameless. De stemmen
van de dames vermengen op prachtige wijze samen. De door de dames zelfgemaakte
arrangementen zijn zonder uitzondering subliem en gevarieerd. Vooral Camilla’s
accordeonspel is om door een ringetje te halen. Petra speelt piano. Ze worden
omringd door geweldige muzikanten; Sofia Högstadius (viool, altviool), Anna
Malmström (klarinet, basklarinet), Maria Skanselid (cello), Johan Bengtsson (contrabas)
en Malin Almgren (drums).
Unarmed is een
fijnzinnige prachtplaat, welke volkomen recht doet aan de gedichten van Karin
Boye. Zeer warm aanbevolen!
Achter de artiestennaam Rozi Plain gaat de Britse
singer-songwriter Rosalind Leyden schuil. Ze bracht al eerder een viertal albums uit op interessante
labels als onder anderen Talitres en King Creosote’s Fence label. Ze werkt ook
samen met de nodige avontuurlijke artiesten, zo speelde ze recent bas op een
van mijn favoriete albums van 2022, Theatrevan Anna Mieke. Prize is
intussen haar vijfde reguliere album en zou in Nederland weleens voor een
doorbraak kunnen gaan zorgen. Haar relaxte, ingetogen zang wordt op subtiele en
organische wijze ondersteund door de nodige elektronica. Normaal gesproken ben
ik niet zo’n liefhebber van elektronica, maar hier lust ik er wel pap van. Aan
een drietal songs werkte Alabaster DePlume mee. Pas na regelmatige beluistering
komt Prize volledig tot zijn recht.
Joe Henry vergaarde in de loop der jaren vooral bekendheid
als producer. Zo won hij bijvoorbeeld een Grammy Award voor het uitstekende Don’t Give Up on Me van Solomon Burke,
wat zeer recent terecht werd heruitgegeven. Daarnaast stak hij als
songschrijver af en toe schoonzus Madonna de helpende hand toe. Als
singer-songwriter bouwde hij ook een imposant oeuvre op.
Het was zijn derde album Shuffletown
dat Henry op de kaart zette. Nog grotere bekendheid kreeg hij toen hij de
prachtige albums Tiny Voices, Civilians,
Blood from Stars en Reverie voor
het label ANTI- uitbracht. Onlangs werden trouwens de teksten van zijn eerste
vijftien albums gebundeld in het prachtige, door Nazraeli Press uitgegeven boek
“Unspeakable”, aangevuld met zwart-witte foto’s en een aantal verhalen. Zijn bekendheid
had nog groter kunnen zijn als Henry niet zo’n karakteristieke stem zou hebben
gehad.
Zelfs nu nog is het voor mij bij het beluisteren van All the Eye Can See weer even wennen
aan die aparte stem. Het is overigens een wonder dat er nu een nieuw album
uitkomt, want ten tijde van voorganger The
Gospel According to Water uit 2019 werd prostaatkanker geconstateerd bij
Henry en leek hij nog slechts enkele maanden te leven hebben.
All The Eye Can See
is grotendeels zelf opgenomen bij Joe Henry thuis tijdens een fase van
wereldwijde lockdowns. Henry wilde aanvankelijk zijn meest sobere album ooit
maken, maar dat pakte anders uit. Henry hierover : “I assumed as I began this
process that, owing to circumstances, I would be making the most skeletal album
of my career; when in fact, I have in many ways made my most expansive record
to date.”.
Ondanks dat er meer dan twintig muzikanten aan meewerkten is
het een intiem, ontspannen, ingetogen album geworden, met redelijk eenvoudige,
maar memorabele melodieën. Af en toe met fraaie duetten (Yearling). Songs die regelmatig diep bij de luisteraar binnenkomen,
zoals bijvoorbeeld het titelnummer, met bijzonder fraai saxofoonspel van
zoonlief Levon.
De teksten zijn persoonlijk, op het nummer Karen Dalton na. Karen Dalton was een
cultzangeres, die begin jaren zestig het podium deelde met Fred Neil en Bob
Dylan, toen die nog volledig onbekend was. Vorig jaar werd ze aan de vergetelheid
ontrukt door de documentaire “In My Own Time”, vernoemd naar haar gelijknamige cultklassieker
uit 1971.
Naast door zoon Levon wordt Henry onder anderen begeleid
door David Piltch op bas, Patrick Warren op piano & toetsen en John Smith
op akoestische gitaar. Het ingetogen en wonderschone All the Eye Can See kan gerekend worden tot Henry’s beste albums,
hopelijk wordt het niet zijn laatste.
Theo Volk
Releasedatum : 27 januari 2023 earMUSIC/V2 Records
14. Bruce Springsteen : Greetings from Asbury Park, N.J.
15. Bill Wilson : Every changing minstrel
16. Mike Oldfield : Tubular bells
17. Marvin Gaye : Let's get it on
18. Wings : Band on the run
19. Ten Years After : Recorded live
20. Kevin Coyne : Marjory razorblade
Allereerst, namens
Rein en mij, alle lezers van ons blog een voorspoedig 2023 toegewenst!
Traditiegetrouw komt de releasestroom ongeveer pas half
januari weer op gang. Mooie gelegenheid om eens terug te blikken wat precies een
halve eeuw geleden mijn favoriete albums waren. Net als 1972 was 1973 voor mij
een fantastisch muziekjaar.
Al heel lang is Closing
Time het debuutalbum van Tom Waits mijn favoriet van 1973. Waarom? Alles
klopt aan dat album. Ten eerste, de stem van Waits was toen nog in tact. De
songs zijn stuk voor stuk uitstekend en weten vijftig jaar na dato nog evenzeer
te beklijven als toen ik ze voor het eerst hoorde. Regelmatig ademt het een nachtelijke
sfeer uit, zoals in de jazzy nummers Virginia
Avenue en Midnight Lullaby.
Ondanks de experimenteerdrift op latere albums, kan geen enkel van deze albums
op compositorisch gebied voor mij tippen aan Closing Time, zelfs Swordfishtrombones
niet. Op dit album vol hoogtepunten is Martha
mijn favoriet.
Marjory Razorblade
van Kevin Coyne en Berlin van Lou
Reed leerde ik kennen dankzij Oor recensent Bert van de Kamp, jarenlang mijn
muzikale gids in de popmuziek. Berlin
werd in 1973 in het algemeen door de pers niet goed ontvangen, Rolling Stone
noemde het bijvoorbeeld een rampplaat. Bert echter wist Berlin wel meteen op juiste waarde te schatten. Het is een donker
album, dat het verhaal vertelt van de strijd van een stel met drugsverslaving
en -misbruik, op meesterlijke wijze geproduceerd door Bob Ezrin. Met name The Kids gaat bij de luisteraar door merg
en been. Oh, Jim gaat volgens van de
Kamp over Reed’s vriend Iggy Pop. Voor Oor interviewde van de Kamp meermaals
Reed.
Bert van de Kamp was in de jaren zeventig een groot pleitbezorger
van Kevin Coyne. Mijn favoriete plaat van hem is het dubbelalbum Marjory Razorblade, waarop Marlene het prijsnummer is.
In de jaren zestig maakte de Brit John Cale met Lou Reed
deel uit van de legendarische Amerikaanse groep The Velvet Underground. De ego’s
van de heren zouden al spoedig botsen en begon Cale al snel een zeer
succesvolle solocarrière. Tot zijn mooiste albums kan zeker Paris 1919 gerekend worden. Op een
nummer na, een bijzonder ingetogen album. Zelfs nu nog weet de afsluiter Antarctica Starts Here me kippenvel te
bezorgen. Het bevat ook een van de beroemdste zinnen uit de popmuziek : “Nothing
frightens me more, than religion at my door“ uit Hanky Panky Nohow.
Een van de meest iconische en tevens een van de meest
populaire albums uit de popmuziek is zondermeer Dark Side of the Moon van de psychedelische rockband Pink Floyd.
Opgenomen in de legendarische Abbey Road Studios in Londen. Het album werd de
doorbraak naar het grote publiek, niet in de laatste plaats door de hit Money.
Tussen 1972 en 1977 bevond soulzanger Stevie Wonder zich op
zijn artistieke hoogtepunt. In die periode bracht hij de klassiekers Music of My Mind, Talking Book, Fulfillingness'
First Finale, Songs in the Key of
Life en Innervisions uit. In de
loop der jaren is laatstgenoemde toch wel uitgegroeid tot mijn favoriet. Een
conceptalbum waarop Wonder zijn visies op de maatschappij naar buiten bracht. Zo
gaat afsluiter He's Misstra Know-it-all
over Richard Nixon. Drie dagen na de release van Innervisions kwam Wonder in een coma ten gevolge van een
auto-ongeluk.
Een van de meest populaire progressieve Engelse rockbands
was Genesis, met de charismatische Peter Gabriel als frontman. Samen met The Lamb Lies Down on Broadway behoort Selling England by the Pound tot de
klassiekers in het oeuvre van Genesis.
In 1973 bracht Roxy Music twee uitstekende albums uit, Stranded en For Your Pleasure. Laatstgenoemde was helaas het laatste album met
geluidsmagiër Brian Eno.
In 1973 braken The Wailers door met het in Londen opgenomen Burnin’. Het bevat bekende hits als Get Up, Stand Up en I Shot the Seriff (ook voor Eric Clapton). Maar de rest van de
nummers doen er zeker niet voor onder.
Het dubbelalbum Quadrophenia
van The Who was hun derde rockopera. Tommy
werd een stuk bekender, maar Quadrophenia
is niet minder beklijvend. Sterker nog, is bij mij duidelijk de favoriet. Het
album vertelt het verhaal van een jonge mod op weg naar volwassenheid.
De eerste singer-songwriter die ik leerde waarderen was John
Martyn. Het titelnummer van Solid Air
gaat over zijn goede vriend Nick Drake, die na diens dood pas de bekendheid
kreeg die hij verdiende. Naast acht eigen nummers een cover van I'd Rather Be the Devil van Skip James.
Blueprint is mijn
favoriete album van de Ierse bluesgitarist Rory Gallagher. Live gaf hij altijd veel
waar voor zijn geld, op zijn setlist ontbrak nooit Walk on Hot Coals, een van de prijsnummers op Blueprint, naast het bijzonder fraaie Daughter of the Everglades.
Tot de top van de Engelse progrock behoorde King Crimson,
met Robert Fripp als de eigenzinnige bandleider. Hun debuutalbum In the Court of the Crimson King werd
meteen een klassieker. Maar het trio Larks’ Tongues in Aspic, Starless and Bible Black en Red kunnen ook tot de hoogtepunten in
hun oeuvre bestempeld worden.
John Fahey was een bijzonder invloedrijke Amerikaanse
gitarist, die tot op de dag van vandaag nieuwe volgelingen kreeg. Fare Forward Voyagers (Soldier's Choice)
is een absoluut hoogtepunt in zijn oeuvre. Het album telt slechts drie
composities, het titelnummer alleen al duurt ruim 23 minuten.
Door de jaren heen is het debuutalbum Greetings from Asbury Park, N.J. van “The Boss” altijd mijn
favoriet gebleven. Het bevat bekende songs als Blinded by the Light, For You
en Spirit in the Night. Maar zeker zo mooi is een song als Mary Queen of Arkansas.
Negen jaar terug ontdekte ik dankzij het muziekforum MusicMeter
de cultklassieker Ever Changing Minstrel
van Bill Wilson. De naam van Bill Wilson zal bij weinig mensen een belletje
doen rinkelen. Het verhaal gaat dat deze man op een dag in februari '73 aanklopte
bij het huis van Bob Johnston (producer van onder andere "Blonde on
Blonde" en "Songs From a Room") in Austin en hem vroeg of hij
een plaat bij hem mocht opnemen. Johnston reageerde in eerste instantie
verbouwereerd, maar nadat Wilson een paar nummers had gespeeld wist hij niet
hoe snel hij een aantal van zijn vaste sessiemuzikanten moest bellen en nog
dezelfde avond was alles opgenomen. Wilson vertok na afloop van de opnames weer
en de twee hebben elkaar nooit meer gezien of gesproken.
Tubular Bells van
Mike Oldfield heb ik vroeger nooit op lp gehad, pas enkele jaren geleden
schafte ik het aan op cd. Mijn vriend Paddy had de lp en draaide hem vaak als
ik bij hem op bezoek was. Oldfield had moeite om een platendeal voor Tubular Bells te regelen, het was
uiteindelijk kersvers labeleigenaar Richard Branson van het gloednieuwe Virgin
die de gok waagde. Het album kreeg uiteindelijk veel aandacht, doordat de
invloedrijke John Peel het gehele album integraal in zijn radioprogramma
draaide.
What’s Going On
was natuurlijk het meesterwerk van Marvin Gaye. Niet veel minder is Let's Get It On.
Na The Beatles had Paul McCartney de nodige successen met
Wings. Klassiek werd hun album Band on
the Run. Vooral het titelnummer en Mrs.
Vandebilt hebben de tand des tijds doorstaan.
Een album wat ik werkelijk grijsgedraaid heb is Recorded Live van Ten Years After. Het
album staat vol met geweldig gitaarspel van Alvin Lee. Wie van mijn generatie
heeft geen luchtgitaar gespeeld op de solo van I’m Going Home?
Van Peter Holmstedt van Hemifrån ontving ik een week geleden
een zestiental albums. Zoals gebruikelijk bij zijn toegestuurde pakketten zitten
daar ook regelmatig wat oudere albums tussen. Mijn aandacht werd onder anderen
getrokken door de foeilelijke, maar ook intrigerende en aparte hoes van Satchel of Songs van zelfbenoemd “folkgoddess”
Diane Patterson. Haar intussen zesde album.
Haar folkmuziek wordt beïnvloed door andere genres, zoals in
de door reggae doordrenkte opener Roots
Heart Rhythm. Volgens Diane een smeekbede voor de aarde en een uitnodiging
om “bij dit vuur naast haar te komen zitten”. Haar teksten zijn altijd
doorspekt met onderwerpen als activisme, liefde en revolutie. Duidelijk iemand
die haar hart op de tong heeft.
Acht van de tien songs werd opgenomen in New Orleans met Mike
Napolitano (Ani DiFranco, Squirrel Nut Zippers) als producer. De titeltrack Satchel ofSongs werd reeds in 2019
opgenomen in haar geliefde Scandinavië. Het is geschreven als een verontschuldiginglied
voor het onuitsprekelijke onrecht dat de oorspronkelijke inheemse bevolking is
aangedaan.
Dat gebeurde na een ontmoeting met Elin Teilus, een Zweedse
vrouw wier vader afstamt van de rendierhoedende Samisch bevolking van
Noord-Scandinavië en Rusland. In de zang hoor je duidelijk invloeden van de
muziek uit die regio, die menigeen zal kennen van de muziek van Mari Boine
Persen.
Diane speelt gitaar, bas en en drums. Daarnaast wordt ze
begeleid door een bovengemiddeld goede band bestaande uit Terence Higgins (Ani
DiFranco, Dirty Dozen Brass Band) op drums, Joe Craven (Jerry Garcia and David
Grisman) op percussie en mandoline, Barbara Higbie (Bonnie Raitt) op fiddle, Al
Torre (Tina Malia) op gitaar, Rick Nelson (Rickie Lee Jones) op contrabas,
viool, altviool en cello, Todd Sickafoose op bas en toetsen, Janelle Burdell op
percussie, Mia Pixley op cello, Robert Comeaux op pedal steel, Alex Smith op bas,
Gordon Hellegers (Simrit Kaur) op kora en dames Elin Telius, Ani DiFrancoAlice DiMicele zingen mee. Dat DiMicele
meezingt ligt trouwens voor de hand, gezien haar activistische achtergrond.
Satchel of Songs
is een gevarieerd, verrassend sterk en bevlogen album.